BOEKJE A      het rode puntje               
                                                              

1. INLEIDING

Na de eerste dag die rampzalig voelde, greep Japan me bij de kladden, begin tachtiger jaren, niet gestoord door maar dan ook enige kennis. Dat heb ik wel geweten.
Met die kennis valt het inmiddels wel mee.

Ik reisde elk jaar van hot naar her en nu, na verloop van tijd, ken ik vrijwel 'alle hoeken en gaten'. Vijfentwintig jaar las en verzamelde ik als een bezetene, vergaarde informatie over alle kunstdisciplines, bezocht musea en kunstenaars, sprak met culturele afdelingen van japanse provincies en -gemeentes en wat al niet.

Eigenlijk zit ik boordevol verhalen over Japan.
Spontaan heb ik mijn echtgenote wel eens anekdote's verteld. Ook heb ik via korrespondentie deze en gene wel eens deelgenoot gemaakt van mijn japanse wederwaardigheden.
Van vier mensen kreeg ik tot mijn verbazing porretjes in mijn zij met de conclusie, dat mijn ervarlngen de moeite waard zijn om met meer mensen te delen.
Ik noem Fumika Kuninori, geboren en getogen in Shikoku, Johann H. Brinckmann, ongeëvenaard Japan-kenner en auteur, Dick Bloemzaad, belangstellende, geduldige en intelligente vriend en mevrouw Nel Barneveld - Schelling, bewoonster van het oudste huis in de stad Groningen; de laatste suggereerde mij zelfs schrijver te worden.

Geholpen door het inkompetente funktioneren van de organisatie van de nederlandse gezondheidszorg, hebben wij besloten Nederland te verlaten in augustus 2005.
Ik heb mijn video's, boeken en bladmuziek moderne japanse muziek aan de R.U.L. gedoneerd. Ook hebben wij veel van onze spullen weggegeven.

Ik ga in alle anonimiteit 'buiten' wonen in Sakawa samen met mijn zozeer geliefde vrouw.

Enkele van mijn zelfbeleefde voorvallen in Japan heb ik als vinger-oefening aan het papler toevertrouwd. 
Dat geeft me plezier.

Mijn verhaaltjes zijn miniatuurtjes, impromptue's, divertisement. Soms verzuchtingen, dan weer een gezellige kout over japanse ditjes en datjes; niemandalletjes ook. Korte wandelingen.

Ze zouden passen ln een brief aan een vriend(in). Die wordt de lezer als vanzelf.


deze fascinatie voor Japan "gaat zelf tot
het bespottelyke, met een soort van eerbied
raak ik een Japans papier aan of iets dat
van daar komt, als ik door veele
verdrietelykheden die ik door de ongunstige
teiden in het bestier van 
zaaken ontmoet,
neerslagtig ben,
sie ik eenige myner
versamelingen na, 't geen op een oogenblik
alle swaarmoedige bedenkingen doet
verdwijnen
en heilsamer uytwerking op my heeft, dan de
geheele apotheeq, immer op een Lyder."

Vorige pagina

Volgende pagina

Terug naar begin