8. Kitakata
Wat
sta je daar te staan, Socrates, zegt mijn vrouw plagend.
Ik
kom langzaam terug uit mijn avonddroom, het is tien uur; ik glimlach
wat stuntelig terug.
Geen antwoord.
Kitakata,
daar stond ik aan te denken.
Wat zou ik graag naar Kitakata
gaan en weer dezelfde mensen willen tegenkomen, dezelfde film weer
meemaken.
Ik kan er in ieder geval morgen eens over gaan
vertellen, over die heerlijke lange dag.
Waren 't
drie of vier weken? Ik weet het niet meer zeker. Voelde als vier.
Omdat
ik niet anders wist hoe anders een onbekend land te bereizen, had ik op
mijn gedetailleerde, japanse kaart een rivier gevonden, die in 'het
midden' ergens begint. Ik was aan de monding. Dus de rivier werd mijn
leidraad.
De dagen waren fysiek zwaar. Vijfentwintig kilo's
rugzak, immens heet en intensief vochtig: japanse sauna.
Ik
stonk, alle vervuilde kleding, primitief gewassen, ook. De natuurlijke
manier van reizen kon me gestolen worden.
Een stad in het
zicht....
Centrum.
Een kruispunt. Een hotel. Kan ik dat eigenlijk wel betalen?
Een
kamer. Een douche. Oh, God: niets heerlijker dan helemaal schoon te
worden.
Telkens weer betrap ik mijzelf erop, dat ik uit een
christelijke kultuur stam; ik roep God te pas en te on-pas aan.
Op
onderzoek uit in dit stadje. Winkelstraten.
Na het passeren
realiseer ik me: een boekwinkel!
Loop terug. Konsternatie bij
het vrouwen personeel: deze lange man in korte broek spreekt engels;
h
e l p .....
Manager wordt uit zijn kantoortje gehaald.
Engels?
nee, dat niet.
Rustig leg ik -toch maar in het engels- uit,
dat ik graag een (echt...) japans visitekaartje wil.
Het lijkt
me zo chic, maar dat vertel ik hem niet.
De manager loopt
lachend over de situatie naar achteren. Ik achter hem aan. Er blijken
links achterin woordenboeken te staan. Dat is inventief. Visitekaartje.
Oh, dat! Opluchting.
In Nederland had ik al een
voorbeeld gemaakt: naam, adres, funktie.
Geen probleem: "my
friend" is een drukker. Ik ga hem bellen.
Viereneenhalve
minuut later komt een tengere man hijgend binnenhollen. My friend.
Geen
probleem. Overmorgen klaar. Nee!. Morgen. Morgen? Ja, morgen.
Gekreun.
Mmmm....OKE.
Ik ben voor de tweede maal diepgelukkig vandaag.
Ik
put me uit in dankbetuigingen.
Op straat aangekomen realiseer
ik me, dat er een kans is op een oplossing voor een ander urgent
probleem.
Verlegen ga ik weer de winkel binnen.
De
manager wordt uit zijn kantoor gehaald. Hij shiet in een lachstuip als
hij mij ziet.
Ik mime in zijn nette winkel, dat al mijn kleren
stinken en zwaar vervuild zijn. Verrast hoor ik mijn vriend zeggen:
geen probleem.
Weer iets met "my friend", maar dan een ander.
Waar
verblijf ik?
En kan ik enkele minuten wachten?
Een
grote luxe auto wordt voorgereden. Naar het hotel. Twee grote plastic
zakken met kleding worden ingeladen.
Naar de tweede "my
friend", die een stomerij runt.
Eén voor
één..., zonder een spier te vertrekken,...worden
mijn stinkende vodden uit de zak gehaald, omhoog gehouden, grondig
bekeken en geadministreerd op een briefje. Ik zak bij iedere
keer vol schaamte door de vloer.
Morgen klaar.
Voorbij
aan mijn schaamte kan ik mlJn geluk niet op.
Sightseeing
per auto. Wat me sterk is bijgebleven is een houtlakwerkmuseum met
massief houten entreekaarten. Ik heb ze altijd bewaard.

Wij stoppen voor een
schoonheidssalon. "My friend".
Binnen enkele jonge vrouwen en
de manager. Direkt wordt thee gemaakt, koekjes en snacks op tafel,
voordeur gaat op slot en er wordt uitvoerig verslag gedaan van het
voorafgaande. Zoveel is wel duidelijk.
Grandiose stemming.
Gezellig. Veel lachen. Bemoedigende knikjes.
Ik plaag 'mijn
vriend' met de titel burgemeester van Kitakata, omdat hij er zich op
laat voorstaan veel mensen te kennen. Mijn grap wordt hilarisch
verwelkomd.
Waarschijnlijk moet ik ook iets over Nederland
vertellen. Dat lukt wel, bovendien het wordt tijd, dat ik wat balans
schep en enig entertainment verzorg.
Dat laatste zal ik nog
sterk verder ontwikkelen gedurende mijn lange reizen als tegenprestatie
voor zovele lieve en praktische dienstverlening.
Er
is nog 1 probleem.....
Mag ik even?
Kijk, het japanse
woord is hier opgeschreven; dat heeft het reisbureau voor mij gedaan in
Amsterdam.
Spiritus.
Ik heb
een kookstelletje, dat op spiritus werkt en er ln veel japanse
winkels naar geïnformeerd. Kreeg
telkens nul op het
request. Kan iemand me helpen een fles spiritus te kopen? In Nederland
is dat goedkope brandstof en eenvoudig te vinden.
Stilte.
Telefonisch
overleg.
Komt voor elkaar....."my friend".....
De
stemming stijgt, er wordt wat bier geschonken. Warme gastvrijheid.
Na een half uur komt een grote japanse vent binnen. Jawel: "my friend", vertegenwoordiger in catter-pillers.
Begroeting.
Een
pakje wordt overhandigd.
Voor mij?
Ik strip het
voorzichtig.
Hè....?
Nee...
Dat
kan niet!!!...
Langzaam dringt tot mij door, dat ik een nleuwe
franse camping-gaz-set gekregen heb. Zo mooi had ik er nog geen. Mijn
oude spiritus kooksteIltje is schrijnend lelijk en achterhaald
vergeleken met dit juweel.
Overweldigend.
Ons
heerlijk samenzijn in de schoonheidssalon wordt na enkele uren
beëindigd.
'My friend' vraagt verlegen of ik 's
avonds nog iets te doen heb.
Nee, geen plannen.
Om
half zes of zes uur is er een presentatie van enkele
saké-firma's, die hun nieuwste saké van
dit jaar willen laten proeven. Heb ik zin?
Naar het
hotel,
fatsoeneren en naar de presentatie. Een langwerpige zaal met aan
één zijde een werkelijk hele lange
gedekte tafel met tal
van hapjes en drankjes.
Koude of warme saké?
Er
is ook saké met citroen.
Een andere smaak
misschien?
Hier, neem een hapje.
In het
midden een
klein podium met een microfoon. Er wordt gespeeched en muziek gemaakt.
Gegoede,
op hun mooist geklede, jonge vrouwen, duidelijk ega's van notabelen
kijken vanachter hun glas uiterlijk onbewogen toe. Er wordt niets
gemist. Vast en zeker een opkomende elite, zich van hun positie maar al
te zeer bewust.
Glaasje, hapje; hapje, glaasje.
Het
hoeveelste moment van geluk is dit, vandaag?
Of ik
een speech wil houden?
Jawel.
Ik wil mij over-verantwoordelijk
en trots kwijten van mijn taak en stap het podium op, bereid om een
onvergetelijke, lange,
fraaie monoloog uit te brengen. Na 30 seconden: charmant, vriendelijk
edoch gedecideerd: zo
is het wel genoeg.
Mmmm. ...
Het
geluk duurt voort. Een journalist vraagt onhandig om een interview.
Wij gaan in een kamertje naast de zaal zitten. Hij begint te schrijven,
maar zijn pen gehoorzaamt zijn vingers niet. Ik hoor geprevel, waarvan
ik vermoed, dat het vragen zijn, maar begrijp niet wat hij zegt. Dus
begin ik maar van alles en nog wat uit te leggen. Totaal overbodig;
want meneer blijkt zo dronken als een aap.
Ook goed.
Er
worden foto's gemaakt.
Ik krijg een T-shirt van de vler
saké-makers; zij noemen zich de tijgers.
Inmiddels
lengt de avond, de euforie wordt ook nog eens beneveld en 'my friend'
brengt mij naar het hotel.
Tot morgen.
Tot
morgen.
Op
mijn kamer vind ik een vers gestreken kimono: de eerste in mijn
overmoedige leven. Ik probeer hem uit, test hem voor een spiegel, test
het bed
en daar houden de woorden op.
Wordt
gewekt
door de telefoon. Besef nauwelijks waar ik ben. Er wacht bezoek op U.
Het is misschien 9 uur.
'My friend' wacht op me met twee
pakken heerlijk geurend en gestreken wasgoed en een pakje japanse
visite-kaartjes. Wij babbelen wat. Hij is verlegen.
Hij
vertrekt.
Ik ga ook verder met een volle rugzak, die
minder
lijkt te wegen.
Kitakata.
Dat
jaar dacht ik er niet
aan een dagboek bij te houden en 'my friend's naam en adres te vragen.
De lichtheid van het bestaan. Eén keer kreeg ik post met een
minieme engelse zin, waarin hij wenste mekaar weer te willen zien. Er
was geen leesbare naam en geen adres
bij.
Mijn
T-shirt is dun, heel dun geworden en nog steeds mijn dierbare schat.