BOEKJE B      het rode puntje               
                                                                 

6. Japanse gezondheidszorg


Je hebt een raar plekje op je voorhoofd. Zullen we straks even naar de huidarts gaan?
Is dat nodig....?

Met een wat ouderwets aandoende loep wordt het bekeken.
Mrnrnm....
Stilte.
Ik zal een recept schrijven; de zuster zal het klaarmaken en U kunt het dan meenemen.
Betalen.
Schoenen weer aan bij de ingang. Slofjes teruggebracht in een kast met kleine vierkante vakjes.

..Hij keek ook naar mijn oorschelp. Mimi is het woord, he?
Tamelijk lang vind ik. Is die zalf daar ook voor?
Nee, hij vindt dat we er direkt door dokter Mimoto, een beroernd kollega, naar moeten laten kijken!
Nu?
Ja.

Een andere kliniek, schoenen uit; slofjes gaan maar tot halverwege mijn voeten. Melden bij de receptie. Op een formulier opschrijven wat de kwestie is.
Wachten.
Een half uur later kijkt Mimoto uiterst aandachtig naar de rand van mijn rechter oorschelp. Hij strekt en ontvouwt de gekrulde rand, kijkt op verschillende afstanden, gromt wat en neemt één keer eenzelfde grote loep.
Verpleegster, afwachtend en aandachtig, naast hem. Mijn oor is belangrijk.
Dit voelt goed.
Mimoto zit op een bureaustoel op wielen. Hij zet zich af, arriveert aan een ander deel van een tafel, pakt een dik boek en zet zich weer af. Teruggekomen bladert hij op zoek naar iets.
Ik zie snel omgeslagen kleuren-afbeeldingen met eruptieve huidaandoendingen in de meest zuursokachtige kleuren.
Ja, hier! Hij toont een buitenaards landschap in psychedelische kleuren en richels in kennelijke staat van verval.
Dit is de tumor.
Tumor?
Ik weet niet of uw tumor kankerogeen is, maar er moet een halve centimeter van Uw oorschelp af.

Nu meteen?, probeer ik geestig.
Drie volwassenen negeren mijn ongepaste grap, de ontheiliging; van dit dramatische moment, geheel.

De verpleegster haalt ongevraagd een planningsboek. Eerste mogelijkheid is over drie weken.

Er wordt lang door niemand maar dan ook iets gezegd.

Snelle konversatie in 't japans tussen arts en verpleegkundige, eindigend in een konklusie: morgen doen we het.
Dan schuiven we die en die naar daar en daar.
De arts verzekert mij, dat hij weliswaar een strookje zal afsnijden en het daarna door een laboratorium zal laten onderzoeken, maar alles in het werk zal stellen weer een vorm te maken waardoor nauwelijks te zien zal zijn, dat ik geopereerd ben.
Ik zoek wederom kompensatie in een grap en verkondig parmantig, dat ik altijd al graag een oor, modelletje van Gogh, had willen hebben en dat Mimoto geen moeite hoeft te doen mijn schelp weer in oude glorie te herstellen.
Het is alsof ik een luide vette flatus op een chique receptie laat, net op het moment dat door welk toeval dan ook  een korte stilte valt en alle geciviliseerde aanwezigen kundig dit barbaarse en schokkende feit negeren.
Ik ga af als een gieter.
Fumika fluistert in mijn goede oor: "You lost..."

's Anderendaags wachten wij. Dezelfde verpleegster komt beleefd groetend naar ons toe. Zij staat aan mijn kant!
Ik fluister: vandaag staat sashimi op het menu en wijs op mijn rechter oor. Zij kijkt snel naar Fumika of het wel kan en schiet in een lachstuip.
Poliklinische operatie.
Fumika krijgt een krukje achter me aangeboden. Liggen; op mijn zij.
Desinfekteren, spullen klaarleggen, dokter gehaald.
Voor 't eerst spreekt hij mij bemoedigend in korrekt engels toe.
Zou hij dit vooraf geoefend hebben?
Hij gaat enkele prikken in mijn oorschelp geven.
Ik heb liever een paar klappen, maar houd dat wijselijk voor me.
Ik haat prikken.
Imiteer de pose van een volwassene, houd me flink en val door de mand. Mijns ondanks kreun ik wanneer de naald moeiteloos door mijn kraakbeen geduwd wordt.
De zuster lijdt met mij mee. Ik zie het, ik voel het. Twijfel uitgesloten. Dit heb ik altijd zonder het te weten bij mijn moeder gemist denk ik, half grappig.
Wat geniet ik van dit enorme onverwachte kadeau!

Het fileren voel ik niet; het is wel heel licht hoorbaar. Welk een genot: de rust van deze arts, zijn concentratie en toewijding, ja hij heeft respekt voor mij en dit moment. Dan nog het mede-leven van de verpleegkundige en -ik weet ongezien wel zeker- Fumika's betrokkenheid. Zij houdt immers van me. Ik voel me kompleet gelukkig.

Het herstellen van de vorm met naald en draad lijkt op het werk van een goudsmid, die details in een sieraad aanbrengt. Deze zorg, daarna het verband (toch nog een beetje van Gogh, denk ik, gelijkhebberig), uitgeleide gedaan met veel goede wensen door de zorgzame zuster: wat een goddelijke gebeurtenis! ! ! Dit vraagt om herhaling.

Verdraaid, 't is inderdaad ongeveer een jaar later.

In Nederland stuurt Fumika me naar de huisarts. Ben al jaren kortademig. Longkanker, weet ik zeker. En ook: daar is toch niets aan te doen. Eigen schuld ook. Waarom dan nog naar een huisarts gaan?
Huisarts.
Longkanker is het niet (ik denk nog, dat kan een plattelands dokter niet weten...).
Bezoekje hier, testje daar. Enfin: circa drie maanden later: hoogste urgentie voor een dubbele by-pass-operatie. Het koude zweet breekt uit. Hoogste urgentie blijkt nog eens zes weken wachten; niet ongevaarlijk.
De diagnose had ook in twee uurtjes gesteld kunnen worden.


Drie weken na mijn geslaagde, forse operatie, snijdt de meestal rustige Fumika furieus het thema aan van de onverantwoorde, en ik voeg toe, inkompetente, krakkemikkige en al te zelfvoldane / arrogante organisatie van de nederlandse gezondeheidszorg en de bakken geld, die wij daarvoor betalen.
Zij wil dit nooit-meer-mee-maken.
Ik geef haar gelijk. Dit systeem is gebaseerd op masochistische patienten.

Wij zijn gelukkig in oost Nederland, in onze HOF VAN EDEN, maar besluiten te emigreren naar Japan. Niet dat Japan een paradijs is, verre van dat.
Het is pijnlijk te vertrekken. Partir, c'est mourir un peu...
De zelfverachting, die nodig is om het systeem van de nederlandse gezondheidszorg te verdragen, gaan wij niet nog eens opbrengen.
Het gaat om zelfbescherming en persoonlijke waardigheid.

Dan moeten wij hals over kop naar Japan, begin December. Mijn schoonmama kreeg haar tweede beroerte en Fumika is enigst kind. In vier en halve maand verzet Fumika bergen.
Ik wordt ingeschreven in de burgelijke stand, krijg een verblijfsvergunning, een japans rijbewijs, kom in het ziekenfonds, laat een hanko maken, open een bankrekening.. . .
Moet je luisteren, toevallig vond ik iets op internet: je kunt ook een invalide pas aanvragen.
Invalide....?
Ja.
Kom nou, Fumika, ik voel me goed.
Dat weet ik. Maar je kunt in heel Japan voor half geld reizen, vliegen, trein, bus; en ik ook omdat ik ik je 'helper' ben.
Jij bent mijn 'helper'? Ja. Is het niet andersom? Ja.
Maar ook gratis toegang in musea, 10% taxi-korting, half geld voor betaalde 'highways' en misschien nog wel meer.

Wij gaan naar het ziekenhuis.
Oh, nee Fumika, ik schaam me....... .weerstanden...

Receptie, reden op een formulier geschreven, wachten op een bankje

...."van sama....?"
Een zuster wacht geduldig in een deuropening. Niemand roert zich.
...."van sama...?"
Geduldig, maar iets luider, lijkt het. Niemand.
Gearticuleerder met een vage blik in onze richting....
.... "van sama.........(!)
Wij?
Ja, misschien: jij.

Verlegen lachend staan wij op en volgen haar.



Vorige pagina

Terug naar begin