Sakawa MONOGATARI (2)



Op Moederdag *) gingen wij om 11.00 uur 'smorgens mijn schoonmama ophalen in het verpleeghuis, Helios.
Zij lag op bed. Had nergens zin in. Het kostte zeker twintig minuten haar overeind te praten. Eerst nog omstandig naar de WC en een nieuwe luier. Na een uurtje was de operatie geslaagd, hadden we een rolstoel geleend en reden ermee naar het dichtbij gelegen haventje, Kochi Kan Ko, waar een vrolijke Zondagsmarkt was georganiseerd. We kochten er yakkitori, chotaro kai, grote schelpen in sterke pastelkleuren geel, blauw en roze en bonito, diezelfde morgen nog gevangen.

Ik bracht de boodschappen snel naar ons appartement en vervolgens reden wij met de auto naar ons geliefde visrestaurant Kaiko. Het gaat deze maand sluiten. Economie. Het was extra druk en er waren al diverse mensen, die op hun beurt wachtten. De eigenaresse, die ons met de rolstoel zag binnenkomen riep spontaan- "Ik heb uw reservering ontvangen: komt U verder." Van een reservering was totaal geen sprake, maar met gepaste waardigheid liepen we door het etablissement naar 'onze' tafel. Na afloop namen we Setsuko-san mee naar huis. Door haar Alzheimer, ook een japans woord trouwens, was alles nieuw. Soms ziet ze mij aan voor mijn broer [die ik niet heb]; een andermaal vraagt ze Fumika, haar dochter, welke relatie ze met haar heeft en wie zij toch wel is. Zij kijkt ongelovig op bij Fumika's claim haar ware dochter te zijn. Voor Fumika en mij toont de wereld met een zekere regelmaat zijn bizarre kanten. Setsuko-san heeft een permanente verwondering over maar dan ook alles. Enfin, wij trachtten   -Fumika voorop-   op Moederdag [en niet alleen dan, overigens] Setsuko-san een aangename dag te bezorgen.

'sAvonds meldde Fumika, dat het maandag een mooie dag zou worden. Ik besloot met mijn twee weken geleden aangeschafte 8 jaar oude barrel, een hako ban, een wit Suzuki-busje [108.000 km], geschikt om al ons zware agrarische gereedschap, hoeden en laarsen, stoelen, een koelbox en een matrasje in onder te brengen, naar Sakawa te rijden om er weer een volle dag te gaan zwoegen.
Dit zwoegen is een faire strijd van "man-tegen-man" -geen machines!- tegen impertinent, hardnekkig en ongewenst groen. Mijn grote tegenstanders zijn pollen van minstens een meter doorsnee met vlijmscherp, metershoog gras.
Een klein gedeelte van ons terrein ontdoe ik moeizaam van een 20 cm. dik kleed van onontwarbare wortels van allerlei ander groen tuig. Ik ben begonnen er stenen voor in de plaats te leggen. Met name de grotere stenen zijn zwaar en overal, maar niet waar ik ze wil leggen. Dit zwoegen is mijn hogere vorm van geluk, inklusief mijn konditie 's avonds wanneer ik geen 'pap' meer kan zeggen en stijve spieren voel, waarvan ik geen
 idee had ze te huisvesten.

De zon scheen op mijn panama-hoed, vogels floten, kikkers kwaakten, dat het een lieve lust was, een slang gleed waardig weg en was plotseling onzichtbaaar, een salamander bleef onbewegelijk op de bodem van een ondiep poeltje met helder water liggen, terwijl ik boven hem aktief bruine klei van mijn handen waste. Alles werkt zoals 't hoort en gedraagt zich naar zijn eigen aard.
Ik had weken eerder hier en daar [mexicaanse] avocado-pitten in de grond gestopt. Een experiment. Plotseling schoot me dat, al stenen leggend, moe ook, weer te binnen. Spontaan liet ik mijn werk in de steek en daalde af naar de oostrand van ons terrein. Er was [nog ?] niets te zien. In het diepergelegen beekje, dat ons oostgrens is, ruiste het water met een behoorlijke snelheid: muziek ! Ik stond wat dromerig in de richting van het snelstromende water te kijken. Tijd stond stil.
Bewoog daar iets aan de kant ? He ??? Ik geloofde mijn ogen enige tijd niet, maar zag toch echt een schildpad onbeholpen, half onder water, tegen de forse stroom oplopen. Toch gauw zo'n 40 cm. schatte ik. Wat een schoonheid !! Ik smolt. Inwendig juichte het. Ik kreeg de neiging te willen 'helpen', maar zag op tijd het 'stadse' en nuffige van mijn idee in. Dit was geen oud vrouwtje, dat naar de overkant van een drukke weg begeleid moest worden. Dit gebeurde al eeuwen zo, wanneer niet al langer. Wat ik zag, hoorde zo. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift en Alzheimer c.s. zal er een hele kluif aan hebben dat uit te wissen.

Fumika logeerde zo rond 1967 af en toe bij haar grootouders, hemelsbreed binnen een straal van 10 — 15 km. van Sakawa. Zij herinnert zich, dat ze het houten bootje van de buren leende en vaker een schildpad uit het water opviste om er mee te spelen. Er waren er vele. De foto van de rivier en het bewuste bootje is in een van haar albums geplakt; een vredig tafereel.
Hoe gelukkig ik die dag was, zo ongelukkig was Fumika die dag, bleek na het avondeten. Ze had ook zware migraine.

Ongeveer twee weken eerder toen wij beiden op ons landje in Sakawa werkten, kwamen onze nieuwe buren, de Yamamoto's, een praatje maken. Beetje aftasten en zo. Op enig moment vraag ik of de buurman ook een kettingzaag heeft. In ons nieuwe huis willen wij 2 stookplaatsen. Op onze aansluitende beboste heuvelhelling, ruim 5.000 m2, wil ik zo'n 50 bomen kappen en in verwerkbare stukken laten zagen. In de lucht mimen wij van waar tot waar ons eigendom loopt.
Yamamoto-san valt stil. Vraagt daarna aan Fumika meer precies op lokatie aan te wijzen waar onze grenzen liggen. Dat weten wij bijzonder goed, omdat de grond-makelaar die ons tweemaal uitgebreid demonstreerde.
"...Maar van hier tot daar is ONS grondstuk; wij hebben er [kostbare] hinoki geplant...."
In stilte ging we ervan uit, dat de bewoners van het gehucht bij ons grondstuk de zaken niet helemaal op een rij hebben. Fumika zegde toe de kwestie aan de makelaar voor te leggen.
Dat deed ze de andere dag ook. Hij zou de kwestie nagaan, maar was wel druk. Fumika is een geduldig mens, dus dat kwam goed uit.

Na 2 weken "ik stond mij gelukkig te zwoegen in Sakawa- had Fumika besloten zelf naar het kadaster in Ino te rijden. Daar bleek zwart op wit, dat 'onze' heuvelhelling helemaal NIET aansloot op onze rijstvelden, integendeel. Er waren een vijftal percelen van andere eigenaren, die aan de westzijde van ons terrein grensten. Een vlak stuk ume-veld, waarvan de makelaar bij hoog en bij laag beweerde, dat het ons eigendom was, bleek bovendien nog eens bezwaard te zijn met een dijk van een hypotheek. Wij hadden dit terrein al behoorlijk gekuist en er enkele bomen geveld. Onze heuvel bleek veel verder weg te liggen dan ons was uitgelegd. De makelaar had ons grond verkocht, die wij niet gekocht hadden. Fumika brengt nota bene ook nog eens keurig kopieën van de kadastrale informatie naar Takahashïs kantoor. Hijzelf was er niet en liet die dag niets
van zich horen.
Ik val stil na Fumika's verslag.
Ik ontplof.
Ik heb ook zo met Fumika, de schat, te doen.
Ik begin met mijn gebruikelijke recept: met passie de details met wilde halen aan het papier toe te vertrouwen, een klad voor een brief op zeer hoge poten.
Fumika belt een goede kennis, makelaar in huizen, die onmiddellijk in de auto stapt en langs komt. Er wordt twee en een half uur gedelibereerd. De makelaar gelooft zijn oren niet. Om 23.00 uur vertrekt hij. Hij heeft in ieder geval een morele bijdrage geleverd. Ik begin mijn brief, vol explosieven, te typen. Een uur later fax ik drie pagina's naar het kantoor van de makelaar. Ik roer de tayko [trom]. Het is bedtijd, maar wij zijn nog lang niet uitgeraasd; onze hersenen werken op volle toeren. Fumika schenk ik een chochu met veel ijs en ik neem een glas rode wijn uit een papieren 1.8 liter pak van de firma Sapporo.

De andere morgen ontwaken we zeer vroeg. Fumika's migraine werkt ook nog op volle toeren. Wij gaan naar de ken-cho, het provincie huis, sektie juta ku-ka, advies van Fumika's makelaarkennis. Twee man nemen meer dan een uur de tijd om te luisteren. Fumika onderbouwt haar relaas systematisch met tekeningen, originele eigendomsbewijzen, die we net uit onze bankkluis hebben gehaald, en kadastrale informatie. Er worden uitgebreid kopieën gemaakt. Ik verstrek een kopie van mijn fax-brief aan de makelaar. Aan het gesprek deelnemen kan ik helaas niet, misschien is dat ook maar beter. Mijn dramatische bijdrage bestaat uit een goed geplaatste diepe zucht, chronisch grimmig kijken en dan weer een gebalde vuist krachtig op mijn knie laten landen. De mannen begrijpen de kwestie en vinden tussendoor snel interne informatie over de makelaar en zijn bedrijf. Na circa 2 uur concluderen beide ambtenaren lakoniek, dat ze geen macht hebben en dat problemen met bergen door een andere afdeling behandeld worden....
Ik breek heftig in dekt de provincie een valsspelende makelaar ? ?
 Jullie keuze is deze: kiezen jullie voor rechtvaardigheid of voor kriminaliteit ? ?
 Ik weiger mee te werken aan jullie loketten-dans !!!
De ambtenaren zwijgen, lachen de frustaties charmant weg en knikken dat ze het begrijpen. De senior geeft een kort woord aan de junior, die even later met een plattegrondje en een adres terugkomt: de Kochi makelaars associatie heeft elke vrijdagmiddag klachten-spreekuur. Wij vertrekken. Onze macht is ook beperkt.

Ik wil per se naar de makelaar zijn kantoor al heb ik geen plan. Fumika bedingt, dat ze in de auto blijft zitten. Zij heeft het al wel gehad voor vandaag. Een kwartier later stap ik met groot misbaar het kantoor in. Twee vriendelijke meisjes begroeten me lieftallig. Ik leg mijn originele fax-brief op de balie, geef er een dreun op met mijn vuist en roep met groot volume, dat ik de makelaar N U wil spreken. Niet gerepeteerd, niet gepland, alleen ziedend. Plotseling staat hij voor me in hemdsmouwen. Ik roep overbodig en getergd, dat ik extreem boos ben. Hij vraagt me samen naar zijn kantoor te gaan. Ik zeg hem eerst Fumika hierover te willen verwittigen en ren met grote stappen de trap naar beneden af in plaats van de lift te nemen. Beneden bij de auto vertel ik Fumika hoe het me verging. Onderwijl komt ook de makelaar aangerend. Italiaanse toestanden ! Ik roep ongecontroleerd, heftig gestikulerend dat hij eerlijk dient te zijn tegenover mij. Dan raken Fumika en hij verwikkeld in een intense Japanse conversatie. Ik sta er buiten nu en neem daarom ook fysiek enkele stappen terug. Er komt hoogstwaarschijnlijk stoom uit mijn oren en neusgaten.
Na vijf minuten deliberaties gebaart Fumika me miniem, dat alles is opgelost. We stappen in. De makelaar, nog steeds in hemdsmouwen staat verloren op het grote parkeerterrein en buigt diep wanneer we wegrijden. Ik buig ijzig terug.
Eerder hadden Fumika en ik al over een bevredigende oplossing zitten brainstormen.
De uitkomst hiervan was: onze berg terug laten kopen met de konditie, dat een nieuwe eigenaar geen recht kan laten gelden ons terrein te claimen voor recht van overpad. Dit was een van de redenen om de vermeende 'aansluitende' heuvelhelling te kopen. Tevens moet de eenmalige Japanse 'aanschaf'-belasting en de normale jaar-belasting door de makelaar betaald worden. Fumika belt die middag met de provincie en vertelt hen over de verbale toezegging. Zij hadden al kontakt opgenomen met de makelaars associatie.
Besloten wordt de zaak aan te zien. Fumika meent, dat zij als vrouw de makelaar niet in beweging kreeg en dat een woedende 'mannetjes aap' hem plotseling wakker schudde.
Biologie 'pur sang' ?

De andere dag brengt de postbode een aangetekende evenwel niet ondertekende brief van de makelaar waarin deze de afspraak bevestigt. Dezelfde avond zet ik alles nog eens op papier in 't engels! Fumika maakt annex een Japanse vertaling, getypt. Gefaxt en de andere morgen ook per post verstuurt. Die morgen bevestigt de makelaar ook onze kondities per fax. Er wordt voor de volgende week een afspraak gemaakt met de notaris.
Onze hanko's moeten weer uit de kluis worden gehaald. Weer een dag later brengt de postbode een pakketje: een grote doos met cake-jes.
¥ 2.000 zegt Fumika geringschattend.

Zwoegen is misschien niet altijd een vorm van geluk, een genade is het in ieder geval wel.
We weten niets meer te zeggen.
Ik krijg reflexmatige aanvallen van lachbuien maar krijg er Fumika gelukkig in mee.
Bekaf zijn we. Voldaan ook.
Wij belonen onszelf de volgende dag met een bezoek aan een speciaal uitgifte-kantoor van de summerdreamjumbo, een halfjaarlijkse, grote, nationale loterij. Voor het kantoor in Oost-Kochi, Takasu, dat de naam heeft geluk te brengen, er zouden regelmatig prijzen op aldaar gekochte loten zijn gevallen, staan 2 lange rijen mensen van allerlei snit. Ik zie bij ieder van hen gedachtenwolkjes, waarvan de inhoud makkelijk te raden
valt. Ik besteed ¥ 12.000: een / twee / drie in Godesnaam !

Alzheimer kan als een zegen gezien worden: niet meer strijden, vergeten wat er werd gekocht, afspraken bestaan niet meer... Telkens slechts: "Wie ben jij ?" & "Waar ben ik ?" De Alzheimer-als-zegen-stelling kan ook gepareerd worden: in herinnering kan er nog veel verteld worden en in mijn dierbare herinnering kan ik terug verlangen onze schildpad weer te zien.

En de makelaar... ? Wie was dat ook alweer ? ? ?

18 05 2006


*) 14 05 2006
De gebeurtenissen in de wereld zijn sneller dan mijn tempo met het vertalen van dit verhaal van de oorspronkelijke nederlandse versie in het engels.
Op 25 mei 2006 kregen we om 6.00 uur a.m. een alarm-telefoontje van Helios, dat Setsuko-san naar het gloednieuwe ziekenhuis in Kochi oost, het Iryo Center, gebracht moest worden. Zij had haar tweede hart-aanval binnen 10 maanden. Uren later kregen we de gelegenheid een breekbaar mens te zien, verbonden aan tientallen draden en buisjes, omgeven door schermen, die grafische beelden toonden, tellers, flessen, haar polsen vastgebonden, haar wenkbrouwen gefronst, een machine die haar deed ademen, enzovoort.
De enige troost was een korrekte arts, die veel details uitlegde en een tamelijk groot aantal medewerkers aan haar IC-bed.

Woorden schieten te kort.
Tranen nemen het over.

 

Vorige pagina

Volgende pagina

Terug naar begin