Op Moederdag *) gingen wij om 11.00 uur 'smorgens mijn schoonmama ophalen in het verpleeghuis, Helios.
Zij lag op bed. Had nergens zin in. Het kostte zeker twintig minuten
haar overeind te praten. Eerst nog omstandig naar de WC en een nieuwe
luier. Na een uurtje was de operatie geslaagd, hadden we een rolstoel
geleend en reden ermee naar het dichtbij gelegen haventje, Kochi Kan
Ko, waar een vrolijke Zondagsmarkt was georganiseerd. We kochten er
yakkitori, chotaro kai, grote schelpen in sterke pastelkleuren geel,
blauw en roze en bonito, diezelfde morgen nog gevangen.
Ik bracht de boodschappen snel naar ons appartement en vervolgens reden
wij met de auto naar ons geliefde visrestaurant Kaiko. Het gaat deze
maand sluiten. Economie. Het was extra druk en er waren al diverse
mensen, die op hun beurt wachtten. De eigenaresse, die ons met de
rolstoel zag binnenkomen riep spontaan- "Ik heb uw reservering
ontvangen: komt U verder." Van een reservering was totaal geen sprake,
maar met gepaste waardigheid liepen we door het etablissement naar
'onze' tafel. Na afloop namen we Setsuko-san mee naar huis. Door haar
Alzheimer, ook een japans woord trouwens, was alles nieuw. Soms ziet ze
mij aan voor mijn broer [die ik niet heb]; een andermaal vraagt ze
Fumika, haar dochter, welke relatie ze met haar heeft en wie zij toch
wel is. Zij kijkt ongelovig op bij Fumika's claim haar ware dochter te
zijn. Voor Fumika en mij toont de wereld met een zekere regelmaat zijn
bizarre kanten. Setsuko-san heeft een permanente verwondering over maar
dan ook alles. Enfin, wij trachtten -Fumika
voorop- op Moederdag [en niet alleen dan, overigens]
Setsuko-san een aangename dag te bezorgen.
'sAvonds meldde Fumika, dat het maandag een mooie dag zou worden. Ik
besloot met mijn twee weken geleden aangeschafte 8 jaar oude barrel,
een hako ban, een wit Suzuki-busje [108.000 km], geschikt om al ons
zware agrarische gereedschap, hoeden en laarsen, stoelen, een koelbox
en een matrasje in onder te brengen, naar Sakawa te rijden om er weer
een volle dag te gaan zwoegen.
Dit zwoegen is een faire strijd van "man-tegen-man" -geen machines!-
tegen impertinent, hardnekkig en ongewenst groen. Mijn grote
tegenstanders zijn pollen van minstens een meter doorsnee met
vlijmscherp, metershoog gras.
Een klein gedeelte van ons terrein ontdoe ik moeizaam van een 20 cm.
dik kleed van onontwarbare wortels van allerlei ander groen tuig. Ik
ben begonnen er stenen voor in de plaats te leggen. Met name de grotere
stenen zijn zwaar en overal, maar niet waar ik ze wil leggen. Dit
zwoegen is mijn hogere vorm van geluk, inklusief mijn konditie 's
avonds wanneer ik geen 'pap' meer kan zeggen en stijve spieren voel,
waarvan ik geen
idee had ze te huisvesten.
De zon scheen op mijn panama-hoed, vogels floten, kikkers kwaakten, dat
het een lieve lust was, een slang gleed waardig weg en was plotseling
onzichtbaaar, een salamander bleef onbewegelijk op de bodem van een
ondiep poeltje met helder water liggen, terwijl ik boven hem aktief
bruine klei van mijn handen waste. Alles werkt zoals 't hoort en
gedraagt zich naar zijn eigen aard.
Ik had weken eerder hier en daar [mexicaanse] avocado-pitten in de
grond gestopt. Een experiment. Plotseling schoot me dat, al stenen
leggend, moe ook, weer te binnen. Spontaan liet ik mijn werk in de
steek en daalde af naar de oostrand van ons terrein. Er was [nog ?]
niets te zien. In het diepergelegen beekje, dat ons oostgrens is,
ruiste het water met een behoorlijke snelheid: muziek ! Ik stond wat
dromerig in de richting van het snelstromende water te kijken. Tijd
stond stil.
Bewoog daar iets aan de kant ? He ??? Ik geloofde mijn ogen enige tijd
niet, maar zag toch echt een schildpad onbeholpen, half onder water,
tegen de forse stroom oplopen. Toch gauw zo'n 40 cm. schatte ik. Wat
een schoonheid !! Ik smolt. Inwendig juichte het. Ik kreeg de neiging
te willen 'helpen', maar zag op tijd het 'stadse' en nuffige van mijn
idee in. Dit was geen oud vrouwtje, dat naar de overkant van een drukke
weg begeleid moest worden. Dit gebeurde al eeuwen zo, wanneer niet al
langer. Wat ik zag, hoorde zo. Het beeld staat in mijn geheugen gegrift
en Alzheimer c.s. zal er een hele kluif aan hebben dat uit te wissen.
Fumika logeerde zo rond 1967 af en toe bij haar grootouders,
hemelsbreed binnen een straal van 10 — 15 km. van Sakawa. Zij
herinnert zich, dat ze het houten bootje van de buren leende en vaker
een schildpad uit het water opviste om er mee te spelen. Er waren er
vele. De foto van de rivier en het bewuste bootje is in een van haar
albums geplakt; een vredig tafereel.
Hoe gelukkig ik die dag was, zo ongelukkig was Fumika die dag, bleek na het avondeten. Ze had ook zware migraine.
Ongeveer twee weken eerder toen wij beiden op ons landje in Sakawa
werkten, kwamen onze nieuwe buren, de Yamamoto's, een praatje maken.
Beetje aftasten en zo. Op enig moment vraag ik of de buurman ook een
kettingzaag heeft. In ons nieuwe huis willen wij 2 stookplaatsen. Op
onze aansluitende beboste heuvelhelling, ruim 5.000 m2, wil ik zo'n 50
bomen kappen en in verwerkbare stukken laten zagen. In de lucht mimen
wij van waar tot waar ons eigendom loopt.
Yamamoto-san valt stil. Vraagt daarna aan Fumika meer precies op
lokatie aan te wijzen waar onze grenzen liggen. Dat weten wij bijzonder
goed, omdat de grond-makelaar die ons tweemaal
uitgebreid demonstreerde.
"...Maar van hier tot daar is ONS grondstuk; wij hebben er [kostbare] hinoki geplant...."
In stilte ging we ervan uit, dat de bewoners van het gehucht bij ons
grondstuk de zaken niet helemaal op een rij hebben. Fumika zegde toe de
kwestie aan de makelaar voor te leggen.
Dat deed ze de andere dag ook. Hij zou de kwestie nagaan, maar was wel druk. Fumika is een geduldig mens, dus dat kwam goed uit.
Na 2 weken "ik stond mij gelukkig te zwoegen in Sakawa- had Fumika
besloten zelf naar het kadaster in Ino te rijden. Daar bleek zwart op
wit, dat 'onze' heuvelhelling helemaal NIET aansloot op onze
rijstvelden, integendeel. Er waren een vijftal percelen van andere
eigenaren, die aan de westzijde van ons terrein grensten. Een vlak stuk
ume-veld, waarvan de makelaar bij hoog en bij laag beweerde, dat het ons
eigendom was, bleek bovendien nog eens bezwaard te zijn met een dijk
van een hypotheek. Wij hadden dit terrein al behoorlijk gekuist en er
enkele bomen geveld. Onze heuvel bleek veel verder weg te liggen dan
ons was uitgelegd. De makelaar had ons grond verkocht, die wij niet
gekocht hadden. Fumika brengt nota bene ook nog eens keurig
kopieën van de kadastrale informatie naar Takahashïs kantoor.
Hijzelf was er niet en liet die dag niets
van zich horen.
Ik val stil na Fumika's verslag.
Ik ontplof.
Ik heb ook zo met Fumika, de schat, te doen.
Ik begin met mijn gebruikelijke recept: met passie de details met wilde
halen aan het papier toe te vertrouwen, een klad voor een brief op zeer
hoge poten.
Fumika belt een goede kennis, makelaar in huizen, die onmiddellijk in
de auto stapt en langs komt. Er wordt twee en een half uur
gedelibereerd. De makelaar gelooft zijn oren niet. Om 23.00 uur
vertrekt hij. Hij heeft in ieder geval een morele bijdrage geleverd. Ik
begin mijn brief, vol explosieven, te typen. Een uur later fax ik drie
pagina's naar het kantoor van de makelaar. Ik roer de tayko [trom]. Het
is bedtijd, maar wij zijn nog lang niet uitgeraasd; onze hersenen
werken op volle toeren. Fumika schenk ik een chochu met veel ijs en ik
neem een glas rode wijn uit een papieren 1.8 liter pak van de firma
Sapporo.
De andere morgen
ontwaken we zeer vroeg. Fumika's migraine werkt ook
nog op volle toeren. Wij gaan naar de ken-cho, het provincie huis,
sektie juta ku-ka, advies van Fumika's makelaarkennis. Twee man nemen
meer dan een uur de tijd om te luisteren. Fumika onderbouwt haar relaas
systematisch met tekeningen, originele eigendomsbewijzen, die we net
uit onze bankkluis hebben gehaald, en kadastrale informatie. Er worden
uitgebreid kopieën gemaakt. Ik verstrek een kopie van mijn
fax-brief aan de makelaar. Aan het gesprek deelnemen kan ik helaas
niet,
misschien is dat ook maar beter. Mijn dramatische bijdrage bestaat uit
een goed geplaatste diepe zucht, chronisch grimmig kijken en dan weer
een gebalde vuist krachtig op mijn knie laten landen. De mannen
begrijpen de kwestie en vinden tussendoor snel interne informatie over
de makelaar en zijn bedrijf. Na circa 2 uur concluderen beide
ambtenaren
lakoniek, dat ze geen macht hebben en dat problemen met bergen door een
andere afdeling behandeld worden....
Ik breek heftig in dekt de provincie een valsspelende makelaar ? ?
Jullie keuze is deze: kiezen jullie voor rechtvaardigheid of voor kriminaliteit ? ?
Ik weiger mee te werken aan jullie loketten-dans !!!
De ambtenaren zwijgen, lachen de frustaties charmant weg en knikken dat
ze het begrijpen. De senior geeft een kort woord aan de junior, die
even later met een plattegrondje en een adres terugkomt: de Kochi
makelaars associatie heeft elke vrijdagmiddag klachten-spreekuur. Wij
vertrekken. Onze macht is ook beperkt.
Ik wil per se naar de makelaar zijn kantoor al heb ik geen plan. Fumika
bedingt, dat ze in de auto blijft zitten. Zij heeft het al wel gehad
voor vandaag. Een kwartier later stap ik met groot misbaar het kantoor
in. Twee vriendelijke meisjes begroeten me lieftallig. Ik leg mijn
originele fax-brief op de balie, geef er een dreun op met mijn vuist en
roep met groot volume, dat ik de makelaar N U wil spreken. Niet
gerepeteerd, niet gepland, alleen ziedend. Plotseling staat hij voor me
in hemdsmouwen. Ik roep overbodig en getergd, dat ik extreem boos ben.
Hij vraagt me samen naar zijn kantoor te gaan. Ik zeg hem eerst Fumika
hierover te willen verwittigen en ren met grote stappen de trap naar
beneden af in plaats van de lift te nemen. Beneden bij de auto vertel
ik Fumika hoe het me verging. Onderwijl komt ook de makelaar aangerend.
Italiaanse toestanden ! Ik roep ongecontroleerd, heftig gestikulerend
dat hij eerlijk dient te zijn tegenover mij. Dan raken Fumika en hij
verwikkeld in een intense Japanse conversatie. Ik sta er buiten nu en
neem daarom ook fysiek enkele stappen terug. Er komt
hoogstwaarschijnlijk stoom uit mijn oren en neusgaten.
Na vijf minuten deliberaties gebaart Fumika me miniem, dat alles is
opgelost. We stappen in. De makelaar, nog steeds in hemdsmouwen staat
verloren op het grote parkeerterrein en buigt diep wanneer we
wegrijden. Ik buig ijzig terug.
Eerder hadden Fumika en ik al over een bevredigende oplossing zitten brainstormen.
De uitkomst hiervan was: onze berg terug laten kopen met de konditie,
dat een nieuwe eigenaar geen recht kan laten gelden ons terrein te
claimen voor recht van overpad. Dit was een van de redenen om de
vermeende 'aansluitende' heuvelhelling te kopen. Tevens moet de
eenmalige Japanse 'aanschaf'-belasting en de normale jaar-belasting
door de makelaar betaald worden. Fumika belt die middag met de provincie
en vertelt hen over de verbale toezegging. Zij hadden al kontakt
opgenomen met de makelaars associatie.
Besloten wordt
de zaak aan te zien. Fumika meent, dat zij als vrouw de makelaar niet
in beweging kreeg en dat een woedende 'mannetjes aap'
hem plotseling wakker schudde.
Biologie 'pur sang' ?
De andere dag brengt de postbode een aangetekende evenwel niet
ondertekende brief van de makelaar waarin deze de afspraak bevestigt.
Dezelfde avond zet ik alles nog eens op papier in 't engels! Fumika
maakt annex een Japanse vertaling, getypt. Gefaxt en de andere morgen
ook per post verstuurt. Die morgen bevestigt de makelaar ook onze
kondities per fax. Er wordt voor de volgende week een afspraak gemaakt
met de notaris.
Onze hanko's moeten weer uit de kluis worden gehaald. Weer een dag
later brengt de postbode een pakketje: een grote doos met cake-jes.
¥ 2.000 zegt Fumika geringschattend.
Zwoegen is misschien niet altijd een vorm van geluk, een genade is het in ieder geval wel.
We weten niets meer te zeggen.
Ik krijg reflexmatige aanvallen van lachbuien maar krijg er Fumika gelukkig in mee.
Bekaf zijn we. Voldaan ook.
Wij belonen onszelf de volgende dag met een bezoek aan een speciaal
uitgifte-kantoor van de summerdreamjumbo, een halfjaarlijkse, grote,
nationale loterij. Voor het kantoor in Oost-Kochi, Takasu, dat de naam
heeft geluk te brengen, er zouden regelmatig prijzen op aldaar gekochte
loten zijn gevallen, staan 2 lange rijen mensen van allerlei snit. Ik
zie bij ieder van hen gedachtenwolkjes, waarvan de inhoud makkelijk te
raden
valt. Ik besteed ¥ 12.000: een / twee / drie in Godesnaam !
Alzheimer kan als een zegen gezien worden: niet meer strijden, vergeten
wat er werd gekocht, afspraken bestaan niet meer... Telkens slechts:
"Wie ben jij ?" & "Waar ben ik ?" De Alzheimer-als-zegen-stelling
kan ook gepareerd worden: in herinnering kan er nog veel verteld worden
en in mijn dierbare herinnering kan ik terug verlangen onze schildpad
weer te zien.
En de makelaar... ? Wie was dat ook alweer ? ? ?
18 05 2006
*) 14 05 2006
De gebeurtenissen in de wereld zijn sneller dan mijn tempo met het
vertalen van dit verhaal van de oorspronkelijke nederlandse versie in
het engels.
Op 25 mei 2006 kregen we om 6.00 uur a.m. een alarm-telefoontje van
Helios, dat Setsuko-san naar het gloednieuwe ziekenhuis in Kochi oost,
het Iryo Center, gebracht moest worden. Zij had haar tweede hart-aanval
binnen 10 maanden. Uren later kregen we de gelegenheid een breekbaar
mens te zien, verbonden aan tientallen draden en buisjes, omgeven door
schermen, die grafische beelden toonden, tellers, flessen, haar polsen
vastgebonden, haar wenkbrouwen gefronst, een machine die haar deed
ademen, enzovoort.
De enige troost was een korrekte arts, die veel details uitlegde en een tamelijk groot aantal medewerkers aan haar IC-bed.
Woorden schieten te kort.
Tranen nemen het over.