Bezoek s.v.p. never / nooit Tosa Kamo !
Het is op de kop af 32.5 kilometer vanaf ons appartement in Kochi zuid
-wij wonen er aan de Urado baai- tot en met de bovenkant van onze inrit
in Tosa Kamo.
Eerst slaan we links af en dan rechts bij de tweede stoplichten. Maximum 40 km..
Omhoog en langs 'mijn' yubin-kyoku, die ik weleens vergelijk met een
kapperszaak of een bar. Telkens wanneer ik er binnen kom, stopt het
voltallige personeel met werken. Gesprekken met klanten worden acuut
onderbroken en ik zie een drie- à viertal vol-glimlachende
vrouwengezichten. Daar word ik doodzenuwachtig van. Mijn envellopen,
waar ik regelmatig stickers of uitgeknipte plaatjes op plak, worden
ongegeneerd bestudeerd en gaan van-hand-tot-hand; ze worden vergeleken
en geprezen.
De kwalifikatie kawai is niet van de lucht. "Voor wie is deze envellope
bestemd? Een vriend? Familie misschien?" Hun enthousiasme en
lofuitingen [en nieuwsgierigheid] zijn niet te stoppen en ik sta erbij
alsof ik mijn laatste oortje heb versnoepd.
Ik wil er altijd echte postzegels op hebben, is mijn stelselmatige
mantra; geen geprint, digitaal zegeltje! De vrouwen van het postkantoor
verzekeren me altijd, dat er nieuwe series zijn uitgekomen en dat alles
piekfijn voor elkaar komt. Zoveel aandacht, aardigheid en vol in het
spotlicht staan, veroorzaakt het spontane verlangen onzichtbaar te
worden. Inmiddels komt dan de chef tot overmaat van ramp van achteren
naar de balie, begroet me ook met alle charme en knoopt een praatje
aan. "Heb ik 't niet te koud?" [Ik heb namelijk een veel te dunne bloes
met korte mouwen aan...] Mijn oprechte, ontkennende antwoord
veroorzaakt bewonderende klanken in koor.
Klanten wachten geduldig tot de draad weer wordt opgepakt. [Hebben ze
een andere keus?] Ik word gediscrimineerd. Naar boven, wel te verstaan.
En hoe!
Ook weet iedereen, dat ik grond in Sakawa heb gekocht. Een van de
vrouwen meldde trots, dat ze percies weet waar. Zij is wezen kijken op
een zondag.
In het begin ging Fumika mee, maar ze vindt dat ik mijn eigen boontjes
maar moet doppen, hoezeer ik haar ook smeek mee te gaan als
bliksemafleider.
Overdrijf ik ? Wat dan te zeggen over deze ?
Op zekere dag heb ik post te versturen. Fumika wacht, haar mening
getrouw, buiten in de auto. Wanneer ik het postkantoor binnenga,
beginnen de vrouwen achter de balie niet alleen te glunderen, maar ook
opgewonden door elkaar te praten. Zij willen mij allemaal iets
vertellen. Zoveel is wel duidelijk. Mijn Japans is slecht en dit keer
kan ik niet raden waar het over gaat. De oudste vraagt waar Fumika is.
Ik gebaar dat zij buiten in de auto wacht. Prompt worden slippers
aangeschoten en snelt er eentje naar buiten. Ik handel ondertussen
de post af. Buiten zijn beide vrouwen in een opgewekte conversatie
verwikkeld.. Ik wacht. Er wordt hartelijk en lachend afscheid genomen.
De feiten: ongeveer een week eerder bezochten Fumika en ik de ATM van
dit postkantoor. Dit keer haalde ik met 3 verschillende plastic
kaartjes 3 x ¥ 100.000 uit de machine. Hier helpt Fumika me [nog]
wel! Ook bij het na-tellen. Driemaal telden we secuur 10 x 10.000
biljetten na. Dit alles werd echter op een beveiligings-video
vastgelegd en de vrouwen hebben met grote aandacht mijn kop op de video
bekeken en tevens hoeveel geld wij telden Dat gaf de nodige opwinding.
Nog even en ik ben de officiële mascotte van dit postkantoor.
Linksaf weer naar beneden door Yokohama Danchi en bij de T-splitsing
rechts de 36 op, richting Haruno[town], een gigantisch uitgestrekte
gemeente met ontelbare kassen. Langs 'ons' geliefde en geprezen
'eco'-restaurant Reo. Langs de fraaie gebouwen van de Haruno no Yo, de
onzen. Er zijn ook voortreffelijke masseurs en een gemengd buitenbad
met allerlei 'whirlpools'; hier alleen met zwemkleding.
Vanaf bakker Harvest Kitchen is er links langs de weg een
kilometerslange strook, meestal snel stromend water met aan de
linkerkant een ononderbroken rij hortensia's, die half mei in bloei
beginnen te geraken.
Links en rechts open, vlakke velden, op de achtergrond dichtbegroeide
bergen. Aan het eind links de 56, richting Shimanto [city] op en 50
meter verder naar rechts en direct weer naar links, richting Ino [town].
Daar is de strook water met hortensia's weer. De weg is hier smaller.
Maximum 30 km. Tegenliggers kunnen alleen passeren wanneer een van de
chauffeurs in een van de uitstulpingen van deze weg blijft wachten. Er
wordt uit erkentelijkheid geknikt of er wordt een hand gerezen. Allengs
verbreed de weg zich weer enigszins. Maximum 40 km. Na verloop van tijd
wordt nog meer naar links een dijk zichtbaar. Kilometers verder steekt
de weg het water over en klimt deze de dijk op. In de uiterwaarden van
de nog door dichtopeenstaande bomen onzichtbare kawa zijn -illegaal
volgens Fumika- allerlei volkstuintjes gemaakt. Het zicht is ruim. Het
berg-decor verrukkelijk. De brede rivier begint in het zicht te komen,
de weg slingert ernaast. Hier roept Fumika altijd: "Let op de weg!". Ik
kijk teveel naar de majestueuze rivier naar haar zin. Vanaf ongeveer
april zijn overal lange koinoburi aan hoge masten te bewonderen: grote
textiele, holle visvormen in sterke kleuren, die tegen de wind in
zwemmen. Een mannetje, de grootste, een vrouwtje [eronder...] en een of
meer kleine kinderen. Soms wordt er een staaldraad over een rivier
gespannen en worden er tientallen koinoburi uitgezet: een oogstrelend
fenomeen. In de Niyodogawa bij Ino, stroomopwaarts voor de brug,
worden er tijdens de 'Golden Week' koinobori in het heldere water
uitgezet. Dat trekt vele duizenden bezoekers, die op de brug foto's
staan te nemen, langs de oevers van de rivier wandelen of een tochtje
met een boot nemen.
Even later verlaat de weg de dijk. Bij een T-splitsing links de 33 op,
richting Sakawa. In Ino staat een respektabel washi museum, waar ook
een indrukwekkende keur van al dan niet bedrukt papier in verscheidene
kwaliteit gekocht kan worden. Het moderne gebouw zelf mag er ook zijn.
Bij de 'mecano'-brug, die doet denken aan de konstruktie-methode van de
Eiffeltoren, links af, richting Hidaka [village]. Zeven kilometer
rechtdoor, de rivier volgend, lokt een van onze favoriete restaurants.
De brug is aan beide zijden voorzien van een keurig bord in het
engels'- "Niyodo gawa bashi bridge". Niemand, die zich hieraan stoort;
ik ook niet, al is de tenaamstelling een
soort-van-internationaal-stotteren: bashi betekent al 'bridge'.. Na de
'bashi-bridge' wordt links een enkel spoor voor wat ik plagend de
'Sakawa-express' heb gedoopt, mijn metgezel. Deze trein is in de verte
zichtbaar aan de overkant van ons terrein. Op die afstand is het een
'dinkeytoy', die eerst langzaam van rechts naar links en dan weer
langzaam van links naar rechts beweegt. Het zal wel aan mijn simpelheid
van geest liggen, maar ik kan er niet genoeg van krijgen deze
'dinky toy' te zien onder een bergdecor. Deze trein heb ik in mijn hart
gesloten. Ik ben er door vertederd. Ons huis heeft een schrijfplek voor
mij in petto, die uitkijkt op....jawel, mijn lieve treintje. De
grootste lengte is vier wagons, afhankelijk van het deel van de dag. Er
zijn er soms 3, 2 of -mijn absolute favorite- slechts eentje !

Direkt na het centrumpje van Hidaka is links het uitgestrekte terrein
van J A Cosmos met 2 kollosale hallen: eentje voor voedsel, de ander
voor mest / harken / houwelen / touw / laarzen / schoppen / zaden /
pijpen / plasic folies enzovoort. Wij maken er vanzelfsprekend altijd
een stop. Fumika koopt er haar eten voor tussen de middag en samen
snuffelen wij naar planten. Er gaat vrijwel geen keer voorbij, dat we
planten of boompjes meenemen. De enige echte konkurrent is Kochi's
zondagsmarkt, waar interessante en kundige telers hun prachtige groene
en kleurige kinderen aanbieden. Op de terugweg om circa 17.30 uur is
het goed shoppen bij J A. Dan worden de toch al redelijk geprijsde
heerlijkheden van de dag met 50% korting aangeboden. Hierna is het niet
ver meer. Bij het Shell-station gaan we rechtsaf de 297 op, richting
Tosa Kamo eki. Wij zullen dit stationnetje in de toekomst gaan
gebruiken voor een bezoek aan Kochi stad. Per spoor gaat 't aanzienlijk
sneller dan met een auto.
De weg wordt smaller en passeert twee houtzagerijen, wordt kronkeliger
en er ontvouwt zich een verstild, ruim gebied, hoofdzakelijk velden.
Niet al te veel huizen. Een veldje met vijgenbomen, met rijst, met
tabak, kool. Aan de overkant is al ons landje te zien na enige tijd.
Het duurt nog even voordat we echt een smalle weg links in kunnen
slaan. Kronkels. De laatste vijf meter zijn nauwelijks genoeg om een
auto door te laten, scherp naar rechts draaien want op dat punt begint
onze vier meter [!] brede eigen weg. Hier eindigt de wereld en begint
de onze. Een uur rijden zonder het besef van tijd; een vol uur met
kleine en grote pracht.
Gas geven, omhoog, en dan zijn we waar we wezen willen. Ik zet de motor
uit. Onmiddellijk wordt het gekabbel van het stroompje, dat onze
oostgrens is, hoorbaar. Hier begint ons slot-accoord.
Een normaal mens kan ons landje niet zomaar vinden. Dat willen we ook niet. Erover schrijven moet genoeg zijn.
23 mei 2006.