III HET TERREIN
Bezoek s.v.p. never / nooit Tosa Kamo !
Het is op de kop af 32.5 kilometer vanaf ons appartement in Kochi zuid -wij
wonen er aan de Urado baai- tot en met de bovenkant van onze inrit in Tosa
Kamo.
Eerst slaan we links af en dan rechts bij de tweede stoplichten.
Maximum 40 km..
Omhoog en langs 'mijn' yubin-kyoku, die ik weleens vergelijk
met een kapperszaak of een bar. Telkens wanneer ik er binnen kom, stopt het
voltallige personeel met werken. Gesprekken met klanten worden acuut onderbroken
en ik zie een drie- à viertal vol-glimlachende vrouwengezichten. Daar word ik
doodzenuwachtig van. Mijn envellopen, waar ik regelmatig stickers of uitgeknipte
plaatjes op plak, worden ongegeneerd bestudeerd en gaan van-hand-tot-hand; ze
worden vergeleken en geprezen.
De kwalifikatie kawai is niet van de lucht.
"Voor wie is deze envellope bestemd? Een vriend? Familie misschien?" Hun
enthousiasme en lofuitingen [en nieuwsgierigheid] zijn niet te stoppen en ik sta
erbij alsof ik mijn laatste oortje heb versnoepd.
Ik wil er altijd echte
postzegels op hebben, is mijn stelselmatige mantra; geen geprint, digitaal
zegeltje! De vrouwen van het postkantoor verzekeren me altijd, dat er nieuwe
series zijn uitgekomen en dat alles piekfijn voor elkaar komt. Zoveel aandacht,
aardigheid en vol in het spotlicht staan, veroorzaakt het spontane verlangen
onzichtbaar te worden. Inmiddels komt dan de chef tot overmaat van ramp van
achteren naar de balie, begroet me ook met alle charme en knoopt een praatje
aan. "Heb ik 't niet te koud?" [Ik heb namelijk een veel te dunne bloes met
korte mouwen aan...] Mijn oprechte, ontkennende antwoord veroorzaakt
bewonderende klanken in koor.
Klanten wachten geduldig tot de draad weer
wordt opgepakt. [Hebben ze een andere keus?] Ik word gediscrimineerd. Naar
boven, wel te verstaan. En hoe!
Ook weet iedereen, dat ik grond in Sakawa heb
gekocht. Een van de vrouwen meldde trots, dat ze percies weet waar. Zij is wezen
kijken op een zondag.
In het begin ging Fumika mee, maar ze vindt dat ik
mijn eigen boontjes maar moet doppen, hoezeer ik haar ook smeek mee te gaan als
bliksemafleider.
Overdrijf ik ? Wat dan te zeggen over deze ?
Op zekere
dag heb ik post te versturen. Fumika wacht, haar mening getrouw, buiten in de
auto. Wanneer ik het postkantoor binnenga, beginnen de vrouwen achter de balie
niet alleen te glunderen, maar ook opgewonden door elkaar te praten. Zij willen
mij allemaal iets vertellen. Zoveel is wel duidelijk. Mijn Japans is slecht en
dit keer kan ik niet raden waar het over gaat. De oudste vraagt waar Fumika is.
Ik gebaar dat zij buiten in de auto wacht. Prompt worden slippers aangeschoten
en snelt er eentje naar buiten. Ik handel ondertussen de post af. Buiten zijn
beide vrouwen in een opgewekte conversatie verwikkeld.. Ik wacht. Er wordt
hartelijk en lachend afscheid genomen. De feiten: ongeveer een week eerder
bezochten Fumika en ik de ATM van dit postkantoor. Dit keer haalde ik met 3
verschillende plastic kaartjes 3 x ¥ 100.000 uit de machine. Hier helpt Fumika
me [nog] wel! Ook bij het na-tellen. Driemaal telden we secuur 10 x 10.000
biljetten na. Dit alles werd echter op een beveiligings-video vastgelegd en de
vrouwen hebben met grote aandacht mijn kop op de video bekeken en tevens hoeveel
geld wij telden Dat gaf de nodige opwinding. Nog even en ik ben de officiële
mascotte van dit postkantoor.
Linksaf weer naar beneden door Yokohama Danchi en
bij de T-splitsing rechts de 36 op, richting Haruno[town], een gigantisch
uitgestrekte gemeente met ontelbare kassen. Langs 'ons' geliefde en geprezen
'eco'-restaurant Reo. Langs de fraaie gebouwen van de Haruno no Yo, de onzen. Er
zijn ook voortreffelijke masseurs en een gemengd buitenbad met allerlei
'whirlpools'; hier alleen met zwemkleding.
Vanaf bakker Harvest Kitchen is er
links langs de weg een kilometerslange strook, meestal snel stromend water met
aan de linkerkant een ononderbroken rij hortensia's, die half mei in bloei
beginnen te geraken.
Links en rechts open, vlakke velden, op de achtergrond
dichtbegroeide bergen. Aan het eind links de 56, richting Shimanto [city] op en
50 meter verder naar rechts en direct weer naar links, richting Ino
[town].
Daar is de strook water met hortensia's weer. De weg is hier
smaller. Maximum 30 km. Tegenliggers kunnen alleen passeren wanneer een van de
chauffeurs in een van de uitstulpingen van deze weg blijft wachten. Er wordt uit
erkentelijkheid geknikt of er wordt een hand gerezen. Allengs verbreed de weg
zich weer enigszins. Maximum 40 km. Na verloop van tijd wordt nog meer naar
links een dijk zichtbaar. Kilometers verder steekt de weg het water over en
klimt deze de dijk op. In de uiterwaarden van de nog door dichtopeenstaande
bomen onzichtbare kawa zijn -illegaal volgens Fumika- allerlei volkstuintjes
gemaakt. Het zicht is ruim. Het berg-decor verrukkelijk. De brede rivier begint
in het zicht te komen, de weg slingert ernaast. Hier roept Fumika altijd: "Let
op de weg!". Ik kijk teveel naar de majestueuze rivier naar haar zin. Vanaf
ongeveer april zijn overal lange koinoburi aan hoge masten te bewonderen: grote
textiele, holle visvormen in sterke kleuren, die tegen de wind in zwemmen. Een
mannetje, de grootste, een vrouwtje [eronder...] en een of meer kleine kinderen.
Soms wordt er een staaldraad over een rivier gespannen en worden er tientallen
koinoburi uitgezet: een oogstrelend fenomeen. In de Niyodogawa bij Ino,
stroomopwaarts voor de brug, worden er tijdens de 'Golden Week' koinobori in het
heldere water uitgezet. Dat trekt vele duizenden bezoekers, die op de brug
foto's staan te nemen, langs de oevers van de rivier wandelen of een tochtje met
een boot nemen.
Even later verlaat de weg de dijk. Bij een T-splitsing
links de 33 op, richting Sakawa. In Ino staat een respektabel washi museum, waar
ook een indrukwekkende keur van al dan niet bedrukt papier in verscheidene
kwaliteit gekocht kan worden. Het moderne gebouw zelf mag er ook zijn. Bij de
'mecano'-brug, die doet denken aan de konstruktie-methode van de Eiffeltoren,
links af, richting Hidaka [village]. Zeven kilometer rechtdoor, de rivier
volgend, lokt een van onze favoriete restaurants. De brug is aan beide zijden
voorzien van een keurig bord in het engels'- "Niyodo gawa bashi bridge".
Niemand, die zich hieraan stoort; ik ook niet, al is de tenaamstelling een
soort-van-internationaal-stotteren: bashi betekent al 'bridge'.. Na de
'bashi-bridge' wordt links een enkel spoor voor wat ik plagend de
'Sakawa-express' heb gedoopt, mijn metgezel. Deze trein is in de verte zichtbaar
aan de overkant van ons terrein. Op die afstand is het een 'dinkeytoy', die
eerst langzaam van rechts naar links en dan weer langzaam van links naar rechts
beweegt. Het zal wel aan mijn simpelheid van geest liggen, maar ik kan er niet
genoeg van krijgen deze 'dinky toy' te zien onder een bergdecor. Deze trein heb
ik in mijn hart gesloten. Ik ben er door vertederd. Ons huis heeft een
schrijfplek voor mij in petto, die uitkijkt op....jawel, mijn lieve treintje. De
grootste lengte is vier wagons, afhankelijk van het deel van de dag. Er zijn er
soms 3, 2 of -mijn absolute favorite- slechts eentje !

Direkt na het
centrumpje van Hidaka is links het uitgestrekte terrein van J A Cosmos met 2
kollosale hallen: eentje voor voedsel, de ander voor mest / harken / houwelen /
touw / laarzen / schoppen / zaden / pijpen / plasic folies enzovoort. Wij maken
er vanzelfsprekend altijd een stop. Fumika koopt er haar eten voor tussen de
middag en samen snuffelen wij naar planten. Er gaat vrijwel geen keer voorbij,
dat we planten of boompjes meenemen. De enige echte konkurrent is Kochi's
zondagsmarkt, waar interessante en kundige telers hun prachtige groene en
kleurige kinderen aanbieden. Op de terugweg om circa 17.30 uur is het goed
shoppen bij J A. Dan worden de toch al redelijk geprijsde heerlijkheden van de
dag met 50% korting aangeboden. Hierna is het niet ver meer. Bij het
Shell-station gaan we rechtsaf de 297 op, richting Tosa Kamo eki. Wij zullen dit
stationnetje in de toekomst gaan gebruiken voor een bezoek aan Kochi stad. Per
spoor gaat 't aanzienlijk sneller dan met een auto.
De weg wordt smaller
en passeert twee houtzagerijen, wordt kronkeliger en er ontvouwt zich een
verstild, ruim gebied, hoofdzakelijk velden. Niet al te veel huizen. Een veldje
met vijgenbomen, met rijst, met tabak, kool. Aan de overkant is al ons landje te
zien na enige tijd. Het duurt nog even voordat we echt een smalle weg links in
kunnen slaan. Kronkels. De laatste vijf meter zijn nauwelijks genoeg om een auto
door te laten, scherp naar rechts draaien want op dat punt begint onze vier
meter [!] brede eigen weg. Hier eindigt de wereld en begint de onze. Een uur
rijden zonder het besef van tijd; een vol uur met kleine en grote pracht.
Gas
geven, omhoog, en dan zijn we waar we wezen willen. Ik zet de motor uit.
Onmiddellijk wordt het gekabbel van het stroompje, dat onze oostgrens is,
hoorbaar. Hier begint ons slot-accoord.
Een normaal mens kan ons landje
niet zomaar vinden. Dat willen we ook niet. Erover schrijven moet genoeg
zijn.
23 mei 2006.