IV PERSONA
Setsuko
Het is
misschien flauw, begon Thomas, quasi aarzelend over de telefoon, maar ik mis
jullie
twee en ook je nieuwe Japanse familie in het manuscript. Ik wil ook niet
geestig
doen, maar
zonder je schoonouders: geen Fumika !
Indirekt
komen jullie beide wel zo af en toe om de hoek kijken, maar een rechtstreeks
portret
zou ik wel passend vinden.
Thomas
kennen wij al een eeuwigheid. Soms horen we een jaar of langer niets van
elkaar,
maar dat is geen enkele hindernis gebleken. Tijd is 'so-wie-so' een konstruktie,
een
fiktie, eentje weliswaar die een dominerende plaats in ons leven inneemt, maar
niettemin
een volwaardige fiktie. Ook in ruimte
bevinden we ons veelal in ver
verwijderde
posities. ten opzichte van elkaar. Blijkt evenmin een obstakel. Onze
'kontakt-lijn'
blijft. Thomas heeft systematisch respect van onze eigenwijze karakters
afgedwongen.
Wij zijn
wat verlegen met deze uitnodiging ons rechtstreeks te presenteren. Die kant
hebben we
namelijk ook.
Als er kritiek
komt op dit hoofdstuk, wijs ik naar jou, probeer ik nog zwak tegen te
stribbelen.
Ik heb een schoonmoeder.
Dat is niet zo uitzonderlijk, wanneer iemand
getrouwd is. Ik ben getrouwd met een vrouw die de japanse nationaliteit
heeft.
Mijn schoonmama is japanse en heet Setsuko. Zij was
onderwijzeres.
Fumika, mijn vrouw, vertelde mij, dat haar moeder in alle
staten was, toen zij bekende liefde te voelen voor een niet-japanner, een gajin.
Setsuko wist te vertellen, dat Nederlanders een bruine huid hebben. Wat dat zou
betekenen werd nooit duidelijk. Fumika kreeg de wind van voren, begrijpelijk
ook, omdat zij wilde scheiden. Dat was behalve schandelijk en a-moreel,
onverstandig ook, het huwelijk als levensverzekering definiërend. Tenslotte was
er -moeilijk er precies de vinger op te leggen- iets diffuus rondom een
buitenlander sec, want ten principale niet te vertrouwen; verkrachters enzo...
In ieder geval niet van een japans gehalte.
Tijdens de oorlog werd de
japanse bevolking ingepeperd wat voor beesten amerikanen zouden zijn. Beter te
sterven dan hen op japanse bodem toe te laten. Ondermeer op Okinawa zijn er
onnodig veel burgers omgekomen met deze waarschuwing in het achterhoofd. Zou het
daarmee te maken kunnen hebben? Ik zal er nooit meer achter kunnen komen, omdat
Setsuko nu, ongeveer zes jaar later, in de misschien gezegende staat van
Alzheimer verkeerd.
Toen het onvermijdelijke onvermijdelijk bleek, stelde
Setsuko mokkend een harde eis: ik moest eerst mijn stamboom op papier
zetten.
Heb ik een stamboom?
Nou ja, je vader en je moeder, hun ouders en
je zus, die een kind heeft.
Om eerlijk te zijn vond ik 't wel chique mijn
'eigen' stamboom te konstrueren. Fumika had er een heldere, geschikte vorm
voor.
Wij hadden een groot papier nodig: A1.
Mijn vader kwam uit een nest
van 16 kinderen, die allemaal later ook in reproduktieve zin zeer aktief waren.
Mijn moeder's moeder was haar op jonge leeftijd ontvallen. Als peuter werd mijn
moeder op vakantie gestuurd en teruggekomen was er een vrouw, die zij met mama
moest aanspreken, mijn grootvader's tweede vrouw. Er werd verder niet meer over
het verleden gesproken. Mijn vader was, al wilde hij dit liever vergeten ~er
rustte ook een taboe op dit onderwerp- eerder getrouwd geweest en had uit dat
huwelijk twee kinderen, die hij verkoos te negeren. Uit het huwelijk met mijn
moeder werden ook twee kinderen geboren. Ikzelf was op mijn twintigste getrouwd
geraakt, had twee kinderen van wie er 1 helaas voor zijn eerste jaar is
overleden. Ik had een derde kind, maar was niet met zijn moeder getrouwd; wel
had ik een aktieve rol in zijn opvoeding. Mijn zus was gescheiden, had een zoon
en leefde samen met een man met wie zij niet trouwde.
Vrij normale
nederlandse verhoudingen, dus.
Alles bij elkaar werd het een boom met een
wijde kroon.
Op zekere namiddag maakte ik mijn opwachting in Setsuko's
oude en tochtige huis, waar al enkele generates geleefd hadden. Zij zat aan een
lage tafel, aansluitend op een intens rommelige, beslist niet schone, dus echte
japanse keuken. Het grote papier werd haar voorgelegd. Fumika startte de uitleg.
Na enige tijd geluisterd te hebben verloor Setsuko kennelijk de draad; zij
snapte er niets meer van.
Het papier moest van tafel, besliste zij
resoluut.
Dit onderwerp was (definitief) van de agenda afgevoerd.
Wij
zouden erna -formeel- in een deftig restaurant gaan eten. Op mijn kosten; geen
tegenspraak mogelijk. Setsuko-san had last van haar heupen en liep moeilijk.
Toen wij de taxi uitstapten en wij enkele treden omhoog moesten, greep mijn hand
spontaan en reflexmatig haar blote onderarm, ter ondersteuning. Als door een
wesp gestoken weerde zij me fel af.
Later begreep ik de volle omvang van dit
voorval. Setsuko was op de jonge leeftijd van 47 jaar onverwachts weduwe
geworden. Sinds die tijd had zij een ander man's en zeker een man haar blote
huid niet aangeraakt. Dit huid/huid-kontakt, hoe goed bedoeld ook, was een
affront en iets wat uit haar leven gebannen was. Verschillende keren ging ik
weer in de fout, wanneer ik reflexmatig en als vanzelfsprekend haar wilde
helpen. Tijdens het diner was Setsuko gereserveerd. Misschien wist zij ook niet
zo goed wat zij met dit alles aanmoest.
Nooit heb ik geforceerd moeite
gedaan om bij haar in het gevlei te komen. Haar nurksheid raakte geen gevoelige
snaar bij mij.
Fumika en haar moeder hadden vaak forse aanvaringen. Zij
waten aan elkaar gewaagd en konden elkaar snel en moeiteloos op de kast krijgen.
Ik was verbaasd wat ik zag, maar voelde ook dat Fumika van haar moeder houdt. In
de loop van de tijd had Fumika mij verteld, hoezeer haar moeder door dik en dun
haar altijd heel realistisch geholpen had.
Niet om mijzelf een pluim te
geven, maar ik gaf Fumika er een paar keer van langs en stelde, dat zij zich
anders diende op te stellen. Fumika veranderde en haar relatie werd vloeiender,
minder explosief (het lontje was weggenomen) en prettiger. De stress
verdween.
Fumika en ik waren vaak voor langere tijd in Nederland, waar
wij tenslotte woonden. Vrouwmoedig verdroeg Setsuko dat, terwijl Fumika toch
haar enige kind, maar ook, niet onbelangrijk, haar vertrouwelinge was.
Financiële zaken begreep zij niet meer en haar vergeetachtigheid werd groter.
Soms belde ze naar Nederland voor een kletspraatje.
Wanneer wij in Japan
waren gingen wij soms met haar uit eten en probeerde Fumika regelmatig ook haar
huis schoon te maken. Steevast werd deze laatste niet gevraagde dienst niet
geapprecieerd: "het is mijn huis!" Daar had Setsuko gelijk in. Vaak namen wij
Setsuko mee naar de supermarkt waar zij leunend op haar winkelwagentje, alles
secuur bekeek. Ze nam overal ruim de tijd voor; een waar uitje. Zij at soms bij
ons en zat na afloop omgekeerd met haar knieen op de bank om naar mij te kijken.
Mijn stelling is, wanneer Fumika kookt, kan ik toch op z'n minst de afwas doen.
Setsuko kon er niet genoeg van krijgen mij de vaat te zien doen.
Er kwam wat
hulp van de sociale dienst; soms werd zij ook opgehaald om met anderen een
aardige middag te hebben. Gezien haar konditie had zij recht op meer hulp, maar
wanneer het hoofd, mevrouw Ishikawa, op bezoek kwam om Setsuko's konditie , haar
gezondheid en mobiliteit, te testen, schepte Setsuko altijd parmantig op, dat er
eigenlijk niets met haar aan de hand was.
In die tijd kreeg zij een
rolstoel en ging ik soms geruime tijd met haar wandelen. Rijden, rijden in een
wagentje. Wij stonden bij van alles en nog wat stil: een bloem, een boom, een
tuin een persoon. Setsuko had zich de rol aangemeten mij te vertellen hoe iets
heette en wat je er bijvoorbeeld mee kunt doen. Mijn japans is onder-minimaal en
uit arremoede antwoordde ik steevast met hai, hai. Fumika zei regelmatig: dit is
een perfekt huwelijk: jij rijdt haar rond, Setsuko doet het woord en jij spreekt
haar ook nog eens nooit tegen. Setsuko was 't nog nimmer in haar leven
overkomen, dat iemand haar altijd gelijk gaf, zeker Fumika niet. Wij samen waren
het ultieme voorbeeld van 'wa'. Ik vond het altijd heel plezierig zo met haar te
wandelen. Het was nooit een opgave.
Zonder planning werden wij steeds
meer vriendjes.
Begin december 2004 moesten wij hals over kop naar Japan.
Setsuko was gevonden nadat zij lang alleen in haar woning op de grond had
gelegen; een beroerte. Haar tweede. Zij moest opgenomen worden. Het zag er
allemaal niet mooi uit. Fumika was een schoonheid van zorg en coördinatie.
Setsuko verbleef in twee ziekenhuizen, herstelde weer en kreeg een bevoorrechte
plaats zonder wachtlijst in Helios, een verzorgingstehuis, zogezegd om de hoek;
prachtig gelegen.
Een hele omslag. Alzheimer kwam steeds meer om de hoek
kijken. Wij bezochten op een keer haar woning met haar en verveeld en
ongeïnteresseerd vroeg zij zich hardop af, wat wij op deze vreemde, onbekende
plek toch aan 't doen waren.
Uiteindelijk hebben wij haar woning
leeggeruimd, schoongemaakt en wat opgeknapt. Er was geen weg meer
terug.
1 Augusts 2005 zouden wij definitief immigreren in Japan. Twee
dagen eerder moest Setsuko weer met spoed opgenomen worden; water in haar
longen. Hart werkt slecht. Intensive care. Een bijna dood lichaam aan slangen en
draden. Wonderwel was zij na een week weer bij en kon weer terug naar Helios. De
arts-direkteur besloot om niet bekende redenen, dat zij een sprong over ruim 40
wachtenden mocht maken. Setsuko werd in een luxe, japanse stijl verpleeghuis op
het zelfde terrein opgenomen. Mijn hypothese is, dat de directeur Setsuko gewoon
een aardig mens vindt.
Onze communicate is nu uitsluitend lijvelijk en
direct. Blote arm aanraken en strelen: dat is de gewoonste zaak van de wereld.
Kietelen in haar zij doet haar grinniken en komisch bewegen. Haar nek masseren
en haar haar op orde brengen is routine. Zij vergeet de namen van haar
kleinzoons of verwisseld ze. Daar kan met name de jongste totaal niet tegen.
Setsuko vergedt ook alsmaar wat ze doen.
Ook speelt de dame voortdurend vals.
Wanneer Fumika over zaken praat, die Seisuko is vergeten -en dat zijn er
velen, zoniet allen- pretendeert ze dat allemaal nog heel goed te weten.
Personeelsnamen zeggen haar ook niets meer. Ze kijkt eerst stiekem op het
naamkaartje, dat aan ieder revers hangt en speelt dan herinnering. Het zij haar
allemaal vergeven.
Wanneer ik onder haar voeten kietel reageert zij
altijd heel energiek. Het is goed te zien, dat er leven in haar
is.
Wanneer ik niet met Fumika meekom, vraagt zij altijd waar ik ben
en wat ik doe.
Ik heb een schoonmoeder. Wij hebben een goede tijd
samen.
En mocht er al iemand op de onzalige idee komen een
"schoonmoedergrap" te willen vertellen, dan zal ik pal voor haar gaan staan en
melden, dat zij daar NIET in past.