V PERSONA [2]
'Koban-san'
Begin 2004
moesten wij in Takamatsu zijn.
Ik stelde
voor, dat wij ergens buiten de stad zouden logeren,misschien ergens
waar ook een onzen
was.
Maar waar?
We hadden
geen idee, totdat ik mij plotseling herinnerde, dat ik tijdens mijn
vele reizen in Japan,
eigenlijk niets dan goede herinneringen heb aan de politie: altijd
verlegen, lacherig
en bereidwillig ver tot over hun eigen grenzen te gaan. Eerlijk is
eerlijk: vaak hartelijk
en zeer humaan.
In steden
zijn er op tal van plaatsen de koban's, 'doosjes' met politie
erin. Mensen gaan er [vaak]
binnen om bijvoorbeeld de weg te vragen en wat al niet.
Ik zei
tegen Fumika: wij gaan de eerste de beste koban binnen. Vrij
snel vonden we er eentje.
Bij binnenkomst verstomde het geroezemoes en viel er plotseling een
doodse stilte,
terwijl er toch 4 agenten in de kleine ruimte waren. De vertaling van
deze stilte, ik ken dat
fenomeen, 'oh, jee.... 'Zij keken wijselijk alien naar iets onbestemds
op hun bureau.
Konichiwa I buiging, konichiwa I buiging. Uitleg.
Ditmaal in het Japans door Fumika. Er
ontstaat een geheel ander verhaal, wanneer ik alleen ben en in het
Engels begin.
Mmmmmmmmmm
en nog eens mmmmmmmm / onderling overleg, kaarten uit laden gehaald /
overleg / mmmmmmmm / herhaling van het voorafgaande. De senior van
het stel neemt
manmoedig en charmant de leiding en vertelt, dat er in Shionoe,
een eindje rijden de stad uit, een onzen annex hotel is.
Klinkt goed.
Onze
geüniformeerde gids ordonneert een van de agenten het telefoonnummer
op te zoeken -je bent per slot van rekening leidinggevende of je bent
het niet- en draait ongevraagd het telefoonnummer: ja, hoor, er is
nog plaats. Reserveren? Avondeten? Ja, graag, alletwee. Inmiddels is
er door de vlot verlopende gang van zaken ongemerkt een euforische
stemming op gang gekomen en onze oom-agent waagt -zichzelf
overtreffend- enkele Engelse woorden en oogst standepede lof en
bewondering bij de kollega's en bij ons. Stemming blijft stijgen.
Wanneer wij de kubus verlaten worden wij als goede bekenden nagewuifd
door vier agenten.
Fumika
schakelt op straat haar mimi-kwaliteiten in en speelt hoe alle vier
met een grote zucht van verlichting op hun bureaustoelen terugvallen.
[Hier zijn ze dit keer allemaal goed doorheen gekomen...]
De onzen was een succes en de lokatie bracht ons ongepland de inspiratie om, weliswaar vertraagd, naar bouwterrein te gaan zoeken vanaf eind 2004. Wij zagen de andere morgen in Shionoe namelijk een verlaten dorps kleuter- en lagere schooltje naast een fraai riviertje, dat mij helemaal in vuur en vlam zette. Na enkele gesprekken met plaatselijke mensen en de gemeente bleek het uiteindelijk niet beschikbaar voor verkoop, al werd het een tijd lang niet meer gebruikt.
Een tweede maal moesten wij, een hele tijd later, wederom in Takamatsu zijn. Weer even langsgegaan. Deze keer was de ontvangst al hartelijk, een naadloze aansluiting op ons afscheid na de eerste keer. Wij waren al gepromoveerd tot welkome bekenden. Dezelfde vraag. De senior-agent adviseerde een andere, enige lokatie, ook buiten de stad. Ons kontakt was hartverwarmend. Er werden gedurfd en bijna als vanzelfsprekend, misschien zelfs een beetje overmoedig, Engelse zinnen uitgesproken.
Zoveel later, begin December 2005, buiten is het wat aan de frisse kant. Fumika herformuleert dit weertype met 'zeer guur en ongelofelijk koud', ook met 'een beetje guur' wil ze absoluut geen genoegen nemen. Wij komen vrijwel langs dezelfde koban, waar we dit keer niet naar binnen willen. Wij hebben immers geen vraag en voelen ons ook wat verlegen. Wij zijn wat lacherig door de vorige, plezierige herinneringen. Prompt gaat de aluminium schuifdeur open en staat 'onze' senioragent voor ons op straat. Verbazing, uitroepen [ma, ma..], gelach en blijdschap; wat een perfekte enscenering! Oom agent heeft een plankje, A4-formaat, met wat dokumenten onder zijn arm en is duidelijk op weg ergens heen. Hij is ook bewapend met een revolver, zie ik. Begint automatisch een persoonlijk en indringend 'kruisverhoor' midden op de stoep, waar wij elkaar tegen het lijf liepen. Mogelijk professionele deformatie. Links en rechts passeren voetgangers, die nieuwsgierig opkijken, want de agent noteert onze antwoorden vlijtig in de lege marge van de dokumenten, die nu op zijn plankje liggen. Ik hoor de voetgangers denken: 'Wat zouden die mensen nu weer uitgevreten hebben. Goed, dat er politie is.'
....Hoe oud ik ben....En Fumika....? Welke nationaliteit ik ook weer heb. Nee, wacht eens even, ik weet het al: Nederlands ! Waar wij nu logeren... Hoelang? Waar we nu naar toe gaan...Wat ons adres in Kochi is...
Hij nodigt ons meermalen uit naar zijn tweede huis te komen. Hij is enthousiast over mijn smaak en bewondert mijn leren jas en tas. Wil met ons uit eten gaan. Is zooooo...gelukkig ons weer tegen te komen!!! Kortom: E-N-I-G !!
Twee dagen
later komen wij weer thuis. Er ligt een brief van Yasuo-san
ongeduldig op ons te
wachten: langwerpig, overdwars van rechts naar links met een penseel
gekaligrafeerd op Japans papier. Ook heeft hij in groot formaat met
gekleurde inkt een krab gepenseeld.

Fumika leest voor: ..wij zijn zo'n enig koppel, dat hij daar jaloers op zou kunnen worden en -wat ik absoluut niet bevatten kan- ik ben zo mild... Meer mensen hebben dat de afgelopen maanden gevonden. Deze identitiet maakt me volkomen onzeker. Yasuo wil ons ook met zijn stad laten kennismaken, de stad, die hij zo veilig mogelijk wil laten zijn. Hij voelt een sterke band met ons, Naast tal van andere zaken wil hij het met ons over Nederland hebben. Wat een ontroerende man.
Dan vertelt Fumika, achteloos en als per ongeluk, in een onbeduidende bijzin, ze was het bijna vergeten, dat Yasuo een Shinto-priester is. Een
W A T ? ?
Ik kan de twee beelden, die opdoemen, die van een geüniformeerde, carriere-agent met pet en revolver, 'license to shoot', en een verlichte priester in een historische pij, vertrouwd bewegend en bidden in zijn tempel, niet aan elkaar koppelen, laat staan over elkaar heen leggen.
's Anderendaags stelden wij een pakketje samen. Ik had nog een groot formaat kleuren-brochure in het Japans over mijn ex-land en nog een exemplaar van mijn c.v. Fumika schreef een brief in het Japans en wij voegden er een echte, kneuterige, hollandse kerst-en nieuwjaarskaart bij, al was het daarvoor een beetje te vroeg.
De
volgende morgen belde Yasuo uitgelaten op om te vertellen, dat
ons pakketje al was aangekomen.
Toen hij het open maakte klopte zijn hart hevig, bekende hij.
Onze agent
is oprecht gelukkig. Of is het de priester ?
Fumika
vroeg de blije en gelukkige Yasuo tijdens het gesprek een
volgende keer een kreeft
te penselen. Dat is namelijk mijn sterrebeeld.
12.12.
2005
P.S. De
dag hierna kregen wij een soortgelijke, blije brief. Yasuo had
dit keer een aji, een makreel ['horsemackerel'], in kleur
gepenseeld. Hij nodigt ons uit op een van de eilandjes in de Seto
binnenzee culinair van ongekend heerlijke vis te genieten.Over de
kreeft-tekening maken wij ons totaal geen zorgen. Die komt er zeker
wel.
