Sakawa MONOGATARI
 
   
                  

VI   ENCORE

 

Vanmorgen voor het ontbijt vraagt Fumika me plotseling dringend naar de kalender te komen kijken. We schrijven 4 december [2006], TAIAN, 'good-luck-day' legt ze uit. Kijk maar, hier. Een Japans teken in het rood is wat ik zie. Ik verrek van de pijn in mijn linker kuit, gisteren opgelopen tijdens het dragen van de zoveelste partij keien. Verzamel keien van het hele terrein, die ik op een plek bij onze jonge vijgenbomen opsla. Wil er later iets fraais mee doen. Dat doe ik al weken nu. Gedraag me als een soort 'fool on the hill'.

Noodgedwongen 'spijbel' ik en ben vandaag niet inToasa Kamo, net nu er eindelijk begonnen gaat worden met graafwerkzaamheden voor het fundament. Relativerend definieer ik m'n onwillige en misschien wel protesterende linkeronderbeen als "tennisbeen". Deze typering is niet zover gezocht als 't in eerste instantie lijkt. In de afgelopen zomer had ik behalve overal [gelukzalige] spierpijn ook gemene pijn in mijn rechterarm. Geruime tijd verdroeg ik de pijn 'als een man' totdat Fumika me dwong naar een bevriend arts in Ino te gaan. Zijn diagnose was onverbiddelijk: tennis-arm. Van m'n leven heb ik nog nooit een tennisbal, laat staan een tennis-racket aangeraakt, maar speel 't wel klaar om de trotse bezitter van een 'tennisarm' te zijn. Ik voelde een soort trots! Het klonk wel chique.

De oorzaak lag ver buiten de tennis-wereld. In mijn ongelijke strijd tegen kaya, dat overal, ik zeg: overal, welig tierde, 2 meter hoog, vlijmscherp ook, diende deze met wortels en al uit de grond te worden gehaald, aldus plaatselijke kenners. Diverse gereedschappen had ik bij mijn pogingen hiertoe al gebroken, totdat ik een 2½ kilo zware pikhouweel kocht. Ik leerde deze ver achter mijn hoofd te zwaaien en met een krachtige niets ontziende boog neer te beuken schuin aan de rand, waar ik het begin van een kluwen wortels vermoedde. De schok van iedere ram werd voomamelijk door mijn rechterarm opgevangen. Het arme ledemaat onderging deze daad van marteling talloze malen per dag en gaf er na wekenlange mishandeling de brui aan. Kaya, ook verantwoordelijk voor sneëen op tal van plaatsen. Flauw natuurlijk de assertieve plant te blameren en mijn eigen onbeholpenheid voor het gemak maar te negeren. Hoe het ook zij, elke avond wanneer ik van werken op het land thuiskwam, bleek pas na de ofuro, schoon aan de haak, hoeveel sneëen ik waar had opgelopen. "Fumika, wat is dat toch aan de achterkant van mijn linker oorlel?" Inspektie bracht aan het licht dat ook daar kaya had toegeslagen met een indrukwekkende snee. Een tegenstander van formaat dus. Noch kaya noch ik namen gas terug.

Het is alweer geruime tijd geleden, dat ik schreef over ons project. Eensdeels is deze schrijfpauze de echo van het echec van de voor ons veel te hoge aannemersprijzen. Anderdeels gevolg van bezinning, maar ook regelmatig aandacht voor nieuwe beplantingen, mijn strijd tegen kaya en deliberaties met Uchino-san.

Een tijdlang gingen we iedere zondag naar de openluchtmarkt in Kochi, bij het kasteel en kwamen er altijd met armenvol jonge struiken en boompjes vandaan. Mijn onhebbelijke ijver telkens te onderhandelen over de prijs -tamelijk ongebruikelijk- sprak zich al gauw rond. Bij kooplieden, die we nog niet kenden, kregen we allerhande hilarische grappen en kommentaren te horen over mijn inmiddels beruchte, maar succesvolle opstelling. Het leverde overigens veel wederzijds plezierige sociale interaktie op.

Mensen uit Tosa Kamo verklaarden me voor gek, dat ik in korte broek en met korte mouwen danwel [nog erger] met ontbloot bovenlijf mijn houweel telkens aan de rand van een kaja-wortelkluwen liet neerkomen. Er werd veel ongevraagd advies gegeven: er moest zware machinerie aan te pas komen, ik moest een lange broek dragen, een hoed en lange mouwen waren ook strikt noodzakelijk. Als 'noordeling' echter trachtte ik zoveel mogelijk zon op te vangen. Onverstandig, want die brandde mijn huid binnen de korste keren. Onverstandig ook, omdat ik een open invitatie werd voor steken van allerlei vliegend tuig. Op enig moment vertoonde mijn borstkas over de gehele breedte langzaamaan een diep rode verbranding, die elke dag meer pijn veroorzaakte, reden een huidarts te bezoeken. Hij zag mijn verwondingen en leidde me enthousiast naar een grote kleurenposter met afbeeldingen van insecten. Triomfantelijk wees hij naar een miniscule etter. Werkelijk een immens resultaat afgemeten aan z'n grootte. Ik leed er ongeveer 1 maand aan. Als hardleerse, buitenlandse stadse-mens geldt in mijn voordeel, dat ik -weliswaar pas na maanden- me tenslotte aanpaste en de realistische adviezen opvolgde. Buitengewoon aardig werd ik met name door toekomstige buurman Yamamota-san hiervoor uitbundig geprezen.

Alleen mijn persoonlijke eergevoel en zware machines kon ik niet kombineren. Speelde ik een versie van Sint Joris en de draak?

Overdag buiten werken in Juli en Augustus, ik geloof, dat ik dat niet meer doe. Wat een immense hitte !!

Uchino-san wilde bij voorkeur na de afwijzing van [de prijs voor] het eerste ontwerp zijn vorm-idee handhaven. Wij steunden hem daarin, al was 't alleen maar omdat er ook het een en ander van onze zijde in terug te vinden was.
De twee lagen werden teruggebracht tot een en de positie van het huis werd verschoven naar het zuiden, in principe economische maatregelen. De positie-verandering had als konsequentie, dat zowel de fundering eenvoudiger werd en een deel van het huis niet meer 'vrij-zwevend' hoefde te worden gekonstrueerd. Nieuwe tekeningen waren nodig. Uchino-san verdient het om luid te worden geprezen voor zijn volhardendheid en geduld.
Gevolg was overigens ook, dat er een nieuwe aanvraag moest worden gedaan om de [oorspronkelijke] bestemming van rijstvelden voor een [klein] gedeelte nogmaals te veranderen. Wij hadden eerder zo'n bestemmings-verandering verkregen, maar door de verschuiving van het huis, kwam het nieuwe, tweede ontwerp voor een stukje op land te liggen, waarvan de bestemming nog rijstveld was.
Mijn verjaardag in juli vierden we met een vierdaagse trip o.a. naar de plek waar Fumika en ik elkaar voor het eerst ontmoetten en naar een andere, Taino Hama, waar ik de dagen erna etmalenlang gedachtenloos naar de zee staarde en naar het nooit eindigende geluid van de golven luisterde. De eerste plek was 'gemoderniseerd'; het was een schok. Onze tafel en het onderdak was nog authentiek aanwezig. Taino Hama was nog in de orspronkelijke staat en ook weer niet. Twee van de drie strandtenten waren er mee opgehouden. maar de mijne was er nog ! Wij logeerden ook weer in Umagi, waar Fumika als kind leefde, een bergdorp beroemd om z'n Yuzur-produkten en geheel onverwacht internationaal bekend door een plaatselijk gemaakt houten koffertje, uitverkoren voor de MOMA- kollektie.

Uchino-san
had ook nog andere opdrachtgevers, maar uiteindelijk was alles op papier gezet, zoals het zijn moest.
Er volgde een intensief gevecht om de pecunia en tenslotte werd op 16 September [2006] bij ons thuis het kontrakt 'getekend'. Wat heet getekend? Er kwam geen handtekening aan te pas, maar wel 5 verschillende hanko [persoonlijke stempels], 2 van de senior en junior aannemer, Uchino-san en twee van ons beide. En gestempeld werd er dat het een lieve lust was, zelfs de helft van de achterkant van een pagina en de eraan grenzende helft van de volgende pagina, om te voorkomen, dat pagina's vervangen zouden worden.
Het stempelen werd ons allen uit handen genomen.
Uchino-san
stelde deze daden nauwgezet en met een zekere waardigheid.
Vooraf werden er korte speeches gehouden met vertrouwen als hoofdonderwerp.

Inmiddels was er een ander type voorbereiding in gang gezet, dat circa begin juni van start ging, Het betrof, wat ik maar 'water-management' noem.
Onze direkte zuid-buurman heeft over de gehele breedte van onze grondstukken ook terrasvormige rijstvelden, die hoger liggen dan de onze. Rijstvelden hebben water nodig, veel water. Door gaten in een publieke watergoot, die westelijk langs onze velden loopt, stroomt onophoudelijk water op zijn hoger gelegen velden, dat vervolgens naar zijn aansluitende lagere velden geleid wordt. De velden hebben wallen, er is echter een aanzienlijk gat in een wal, die grenst aan ons terrein, waardoor het gul van water wordt voorzien. Konsequentie is een wel zeer 'natte boel' bij ons. Ik heb hem erop gewezen, maar hij doet er niets aan. Hoger gelegen eigenaren hebben traditioneel het wettelijke recht om hun water over de akkers van hun lager gelegen buren te laten stromen. Protest is niet relevant is ons te verstaan gegeven. Ik had eerder al wel wat kanaaltjes gegraven om het overtollig water naar het beekje, dat onze oostgrens is, te geleiden. Maar mijn aanpak is wat aan de klunzerige kant. Een deel van ons gebied bleef een kledderboel.
Er werd een firma ingeschakeld, die metingen verrichtte en tekeningen maakte. Ze kwamen met een voorstel, dat het ingraven van honderden meters U-vormige betonnen 'goten' behelsde. Twijfels en vragen werden met de dooddoener afgedaan, dat deze firma een specialist is. Al vanaf het moment dat ik de medewerkers al te relaxed en zelfverzekerd / routinematig het terrein zag verkennen, had ik geen goed gevoel. Twijfels bleven knagen. Vermoedelijk beriep Uchino-san zich uit eigen onervarenheid op de expertise van de firma. Ik kreeg geen antwoorden en werd bokkig. Tenslotte stelde ik provocerend, dat het enige dat deze firma wilde is zoveel mogelijk betonnen goten verkopen. Een wereldberoemde, Nederlandse voetbal vedette snoerde ooit iedereen de mond met de gevleugelde wijsheid in onvervalst mokums "elk nadeel heb z'n voordeel". Dat voel ik nu ook zo.
Mijn / onze analyse was simpel: de hoofdbron van de waterinlaat was op 1 plek in de zuid-west hoek op de grens met de zuid-buurman., De tweede kwam door een breuk in de publieke watergoot, iets hoger gelegen maar in de buurt hiervan. Deze 2 inlaten kwamen ongeveer samen op vrijwel hetzelfde punt op ons terrein. Ik stelde voor daar een vijver te bouwen in eerste instantie als water-opvang. Vanuit deze buffer kon dan het overtollig water beheersbaar verder geleid worden en zou de vijver tevens altijd vers water hebben.
Een ander bedrijf gericht op grondwerkzaamheden werd aanbevolen door onze toekomstige tempel-timmerman, Nakayama-san. Kontaktpersoon werd Mitani-san uit Otoyo, een [ander] bergdorp waar Fumika als kind ook al gewoond had. De kinderen van destijds waren van middelbare leeftijd, maar woonden er nog altijd. Hun geheugen was perfekt en trouw was iedereen opgetogen, dat er weer na een lange tijd een lijn was, waardoor hernieuwd kontakt mogelijk werd.
Mitani-san bleek een schat, een glansrijk voorbeeld van geduld en goede zorg. Zijn direkteur stelde voor 2 overlopen in de vijver te maken met een aansluiting op een grote pijp onder de grond, evenwijdig aan de velden van onze zuid-buurman, uitmondend boven het beekje aan de ander kant. Tevens boden ze zich aan om een lange S-vormige weg op ons terrein te maken, een wens van Fumika, forse afgravingen te verrichten om een vlak stuk voor het toekomstige huis te creeeren, een afwaterings-ontwerp rondom het huis aan te leggen, rotsen te verplaatsen danwel weg te drillen en een veld geschikt te maken voor parkeren. Hun offerte was indrukwekkend gedetailleerd en uiterst bescheiden. Kontrakt werd 'getekend'. In September kwamen een aantal lokale grondwerkers met 2 Caterpillars hun imposante kunnen tonen. Het was een dagelijks genot om alles te zien gebeuren. Fumika voorziet me van een digitaal cameraatje en rukt 't bij wijze van spreken 's avonds uit mijn handen om de foto's op haar computer te kunnen zien. Wij 'seinen' ze naar Uchino-san door, die na onze fiatering [het tekenen van een kontrakt] een 2 talige [ Engels en Japans] website
(http://uchnet.seesaa.net/) met tekst en foto's over ons 'projekt' heeft opgezet. Ik word daarin om privacy redenen "Mr. D.-san" genoemd. Deze titel bevalt me goed.
Voor de vijver werden na het graven van een fors gat eerst gigantische rotsblokken van elders op elkaar gestapeld. Deze dienden als 'wand' voor de betonnen afwerking. Solider kan niet. Rondom en in de vijver werden later weer andere rotsblokken 'gedrappeerd'. Het werd een prachtstuk met liefde gemaakt.
Maanden later kocht ik 104 visjes en kregen we van de mevrouw van de viswinkel een 5 jaar oud schildpadje kadeau, dat z'n hele leven in een klein aquarium met goudvisjes in een donker gedeelte van de winkel had doorgebracht. Zij had ons een week eerder in het zwembad gezien toen we een kennis, tijdelijk badmeester, daar even moesten spreken. Hij vertelde haar over onze ecologische plek inTosa kamo. Vandaar. Aan de rand van het water gezet, ijlde de schildpad erin en dook direkt 1 meter diep. Dat hij nog lang van onze vijver mag genieten en niet gaat zwerven. Bovenal wensen we hem een gelukkig en lang leven. Ook aan een zijkant van de S-weg, die ik plagend Fumika-dori noem, werden ter versterking giga rotsblokken neergelegd en op elkaar gestapeld. Eentje werd er al van het prille begin van het ontwerp-proces aangewezen om in onze woonkamer te prijken. Uchino-san noemde hem [haar?] 'heartrock'. Ik zag te laat dat de machinist van de grote Caterpillar [de zeer veel kleinere wordt om onnavolgbare Japanse reden 'Jumbo' genoemd] bezig was de heartstone aan diggelen te drillen. Dezelfde avond mailde ik geagiteerd aan Uchino dat hij geen kontrole meer had over gemaakte afspraken. Bij zijn volgende bezoek aan de site werd een rotsblok ernaast, dat nogal onaanzienlijk leek, tot kandidaat verkozen. Ik zag er om eerlijk te zijn totaal niets in.



Iedereen paraat. Stalen kabels. Uchino-san in de dirigentenrol. Het kolosale ding moest eerst 90 graden gekanteld worden. Wat kantelde was de zware Caterpillar, niet het rotsblok. Doel werd de zijkant, waar we tegenaan keken, onderkant moest worden. Het was ongemeen spannend het gevaarte om te trekken. Lof aan de grondwerkers. De Caterpillar helde diverse malen maximaal naar voren, stond zogezegd op z'n tenen. Maar op enig moment lukte het toch na diverse hoeken te hebben uitgeprobeerd en zie: het bleek een waar prachtstuk !! {"„elk nadeel..."}



Mitani-san
klom er spontaan direkt bovenop.



Een medewerker van de aannemer begon liefdevol en teder de aarde van de massale steenklomp [25 ton] met een zachte veger af te aaien. Beetje bij beetje werd de grondwerkers duidelijk dat de bestemming van deze steenklomp in de woonkamer lag. Ze kunnen aan hun opperste verbazing, hun verbijstering en ongeloof nauwelijks uiting geven. Hun konklusies liggen voor de hand: die olanda-gin is stapelgek. [Gesprekje: "Ik hoorde onlangs van hem zelf, dat er in Nederland geen enkele rots te vinden is? Hij wordt lyrisch wanneer hij er eentje ziet. Nou vraag ik je. Een normale man is geinteresseerd in naakt-foto's, maar toch niet in naakte rotsen ha..ha..ha.... Zijn alle Nederlanders zo bezopen, of hebben ze hem zijn land uitgestuurd, hiervoor ?"]
Monden vielen letterlijk open. Tot een uur na de kennisgeving was men sprakeloos en domineerde verbijstering. Daarna werd het telkens een hoofdonderwerp van gesprek. Scepsis en verbazing transformeerden in steeds sterker wordend enthousiasme. Welk 't ook moge zijn, mijn imago in Sakawa e.o. heb ik niet meer in de hand.


In September poneerde Fumika vrij abrupt, dat we maar beter spoedig naar Nederland
konden gaan om ons huis in Ter Apel leeg te maken. Er was ruim een jaar geleden al 't een en ander ingepakt. De internationale expediteur, Nippon Express, had in goed vertrouwen al ver voor ons vertrek uit Nederland, eind Juli 2005, ons ruimschoots 3 formaten dozen, grote rollen bubbeltjesplastic en kilometers tape verstrekt.
Wij puzzelden 2 uur in een reisbureau en kozen tenslotte voor 11 Oktober Aliatalia: Kansai I Milaan / Düsseldorf trein naar Meppen, auto van Gerrit, onze trouwe
buurman, naar Ter Apel.
Toen we na onze beslissing Nippon Express kontakteerden om te vertellen, dat we [eindelijk] 12 Oktober in Nederland zouden zijn en zij dus enige dagen later alle spullen konden komen ophalen, meldden ze dat hun agenda dan al overvol was en dus niet naar het verre Ter Apel konden komen. Paniek aan onze zijde, vooral aan de mijne. Fumika was een voorbeeld van evenwicht en vertrouwen; zij stelde dat we dit probleem 'licht' dienden te nemen. 24 Uur later meldde manager, Kawaisan, dat hij alles omgegooid had en [zelfs] tweemaal zou komen.
Daar waren we weer terug. Het huis lag er bijzonder mooi bij en de zorgzame Tinus Jeurink bleek de tuin goed te hebben onderhouden. Ik deed boodschappen op de fiets en de strijd tegen de klok begon. Er was al te veel, dat nog diende te worden ingepakt. Na een halve dag 'deserteerde' ik. Ik werd hopeloos ziek, deels vermoedelijk door de jetlag, waar ik altijd sterk last van heb en anderdeels door iets waarvoor ik nog steeds geen goede titel heb kunnen vinden. Loyaal en realistisch stuurde Fumika me naar bed. Mijn 'desertie' duurde 1½ etmaal.
Twee vrachtauto's kwamen enkele dagen later met 8 man. Rustig en systematisch pakten de mannen kundig de meest vreemdsoortig gevormde dingen in. Iedere collo werd nauwgezet van een voorbedrukte sticker met mijn naam en van een nummer voorzien. Fumika werd ad hoc secretaresse en hield op verzoek secuur een lijst bij in 't Japans.
Ik had kort voor onze emigratie 2 fraaie kruiwagens gekocht, die ik behoorlijk vuil had gemaakt om maar niet de kans te lopen invoerrechten te moeten betalen in Japan. Prompt kreeg ik te horen, dat ik ze weer helemaal schoon moest maken, omdat de Japanse douane allergisch is voor elke korrel zand. Ik werd ook belast met het schoonschrobben van tientallen schoenzolen om dezelfde reden.
Wij verzorgden een royale staande lunch. Dat gaf de ploeg een positieve impuls. Om circa 15.00 uur vertrokken 2 vrachtwagens richting Schiphol [met onze resterende flessen wijn als teken van appreciatie voor de ploeg] om 3 dagen later nog eens terug te komen. Wij waren bijzonder opgelucht, dat ook deze aktie voorspoedig verlopen was. Ik nam me voor op een later moment de president van Nippon Express te prijzen met zo'n uitstekende manager in Nederland. Ere wie ere toekomt.
Onze buren waren als vanouds allerliefst. Kopers van ons huis krijgen die er gratis bij.
Binnen een week vertrokken we weer, omgekeerde volgorde.
Wij hadden een 'onregelmatigheid' gepland: 2 weken in Italie, 1 week Milaan en eentje in Venetië. Wij genoten van veel en liepen het vuur uit onze sloffen. Fumika beleefde o.a. haar vuurdoop met enkele klassieke concerten op authentieke lokaties. Ze waren zeer aan haar besteed.
Meer dan voldaan meldden we ons na twee weken in Malpensa, de toch wel al te curieuze naam voor een internationaal vliegveld, uiterst verbaasd, dat we plek kregen in het geplande vliegtuig. Ik zou mijn hand niet in het vuur durven te steken voor de betrouwbaarheid van Alitalia.

Bij terugkomst in Japan op 31 oktober blijkt dat al onze spullen [ 47 m³, 184 dozen van allerlei afmetingen], op dezelfde datum al buitengaats te zijn op weg naar Kobe. Ik zie er symboliek in. Ze worden in de flat naast de onze opgeslagen, terwijl Ichikawa, de aannemer, 58 colli voor z'n rekening neemt en onze toekomstige buurman, Yamamoto-san, met 12 zich ook niet onbetuigd laat. Enkele losse spullen, zoals kruiwagens, tuingereedschap en -bankjes durven we alvast wel op ons terrein te zetten, ervan uitgaande, dat Sakawa-bewoners het verschil tussen mijn en dijn goed kennen en respekteren.

Aanleiding voor de vroegtijdige verhuizing is de wens van Ichikawa-san om de in Duitsland [nieuw ! ] gekochte (Deense) kachel en pijpen, alsook dubbele / geïsoleerde voor de dakdoorgang en speciale dak-pijp-afdekkingen onder een speciale hoek snel ter plekke te hebben.
27 november krijgen we bericht uit Kobe, dat ons schip niet met man en muis is vergaan maar.... is gearriveerd. Ik kan deze mededeling alleen in abstraktie bevatten. Dagen later wordt Fumika gebeld door Nippon Express, dat ze met spoed de douane in Kobe moet bellen. Haar hart klopt in haar keel. Er zijn namelijk heel wat spullen, die voor het heffen van invoerrechten in aanmerking kunnen komen.
's Avonds, teruggekomen van een dag stenen sjouwen in Tosa Kamo, hoor ik dat de douane op de lijst 4 Indonesische messen aantrof. Ik heb ze decennia geleden in Nias gekocht na 2 uur [gezellig] onderhandelen met 4 man. Een Japanse wet is strikt voor wat betreft vuurwapens en messen! Keukenmessen doen er kennelijk niet toe, maar ieder buitenlands mes langer dan 15 cm. is verboden. [Elke dag zie ik op het duurste plekje op de voorpagina van mijn lijfblad the Japan Times een advertentie voor scherpe (erg lange) Japanse samoerai zwaarden..., legaal naar ik aanneem.] De douane beambte vraagt Fumika ook over de telefoon of we andere messen en/of vuurwapens en/of drugs in onze zending hebben. Ze ontkent uiteraard. Ik kan daar niet bij. Wanneer we al slechte bedoelingen gehad zouden hebben en vuurwapens tesamen met profijtelijke drugs zouden hebben verstopt, zouden we uiteraard met NEE hebben geantwoord. Wij zijn eerlijke mensen, dus Fumika antwoordde met NEE. Wat is de relevante informatie voor de Japanse douane in beide gevallen ? Is het domweg een lege bureaukratische verplichting? Overigens, alle vier de messen werden als veld-messen gebruikt! In de buitengebieden in Indonesië dragen mensen ze altijd.
Er blijkt geen onderhandelingsruimte in te zitten. Fumika spreekt af, dat de douane een formulier toestuurt, waarmee ik bevestig er afstand van te doen. Slik. Na een week melden we dat het formulier niet is aangekomen en de douane stuurt het nu aangetekend. Pontifikaal heet het "Customs Form C No. 5380"

"Declaration for Abandonment of Articles" [driemaal een hoofdletter..]
Schattig en /of pedant en / of oversecuur dien ik tweemaal mijn hanko, maar ook nog eens met mijn [westerse] handtekening aan het formulier toe te vertrouwen en daartoe te bevestigen:
                        "I hereby swear that I have complete and full authority
and legal capacity to dispose of the article(s) given bellow, and also declare that based on my authority I voluntarily abandon the said article(s)."
Zweren en beseffende dat ik kennelijk veel autoriteit heb alsook 'legal capacity' kompenseert in hoge mate, de realiteit dat mijn messen vernietigd zullen worden; zoveel eer is het verlies van mijn messen ruimschoots waard.

Of ik dat 'voluntarily' doe valt nog te bezien, immers bij weigering wordt vermoedelijk wekenlang alles overhoop gehaald.
Slik dus, maar ook weer een geluk. Want kennelijk is deze vondst voldoende om verder alles probleemloos in te klaren....Een klein offer voor een grote beslissing. Onze hypothese is, dat voor iedere zending de douane 'tevreden gesteld' wil worden. Zelfs een futiliteit voldoet. Het zij zo.



Op 8 november komt Uchino-san langs. Hij vertelt over de adembenemende exercitie hoe de 25-ton zware heartstone tijdens onze afwezigheid naar z'n definitieve plaats werd geduwd / getrokken. Twee stalen kabels braken. Nu staat de rots - zelfverzekerd door een glorieuze, komfortabele toekomst- midden in het Japanse landchap te pronken: een nimmer gedroomde promotie !

Ichikawa-san Sr. introduceerde een vriend, die om kort te gaan ons fruitboompjes via de groothandel kan leveren. Op enige morgen om 7 uur bracht hij een deel van onze bestelling: 32 fruitboompjes en bosbessen struiken.
Eerder hadden we Azalia's via internet gekocht. Er staan er nu 26 [16 verschillende types] op de westhelling in afwachting van de lente, neem ik aan. Op dezelfde helling hadden we al 12 verschillende rhododendrons geplant.
Een van de volledig door kaya geannexeerde rijstvelden hadden we in het voorjaar bestempeld tot 'citrusfield'. Eerst plantte ik piepjonge boompjes zowat tussen de kaya; ik kon nauwelijks wachten, enthousiast door het beeld van een citrusboomgaard. Successievelijk heb ik met kleine stapjes, maar heftige inspanningen, de ursurpator terug kunnen dringen. Het citrusveld begint eind van dit jaar meer en meer ergens op te lijken en staat nu 'vol' met piepjonge boompjes. Een kleine bloemlezing: verschillende types mikan, zoals iyokan, zabon, setoka, tonatu, unshu, ponkari, verder: kinkan, yuzu, Japanse citroen, yamamomo, kaki, peer, kastanje, rosemarijn, aloe vera, neburu, toegegeven niet allemaal citrussen, maar een uitstekend gezelschap, denk ik zo. Fumika heeft alles nauwgezet op de tekening van onze grondstukken genoteerd.
Via internet en na enig volhardend aandringen hier en daar vond Fumika een leverancier van een type eucalyptus-boom, waarvan de bast spontaan 'afpelt',
  
die we graag flankerend naast de S-weg [ "Fumika-dori" ] wilden planten. Hij blijkt ruim 2 meter in doorsnee te kunnen worden, goede reden om onze levensverwachting kordaat bij te stellen. Enkele afbeeldingen werden toegestuurd; we zijn extatisch !


27 november worden 4 dunne boompjes bezorgd. Wij 'bidden' in stilte, dat ze mogen aanslaan; het begint's nachts koud te worden en daar 'houden ze niet van', lazen we. Een dag later bespreken we mijn idee met Mitani-san om 2 horizontale lijnen met theeplanten op de 2 hellingen naast de westvleugel te maken. Goed om de grond vast te houden, esthetisch fraai ook en tenslotte: thee is gezond. Sinds ik vernomen heb, dat thee tot de camelia groep behoort, noem ik thee pedant "camelia-juice".
Dezelfde dag ook belt Uchino-san dat de toestemming om met de bouw te beginnen eindelijk door de ken-cho is afgegeven.

Voor ons vertrek naar Nederland reageerde ik scherp en geagiteerd en vroeg Uchino-san wat toch wel de reden van het lange uitblijven hiervan was, hem hiervoor suggestief blamerend. De procedure blijkt -achteraf- gekompliceerd. De ken-cho zond ons een overzicht van het aanvraag schema en Uchino-san valt werkelijk niets te verwijten.

Omtrent 30 november krijgen we een e-mail van hem in een onduidelijk koeterwaals Engels. Het bevat een zin, die begint met "I strongly recommend..." [ met 1 'm'] en we raden dat we zaterdag, 2 december, om 12.30 uur op de site en om 14.00 uur op het kantoor van de aannemer aanwezig zouden moeten zijn. Fumika belt en mijn vermoeden blijkt juist,' behalve dat hij met een ploegje provincie-genoten de site bezoekt is er een vergadering met onderaannemers. We besluiten om naar de 'vergadering' te gaan zonder evenwel onze rol en funktie te kennen en ons maar netjes te kleden. Enfin, we worden kennelijk verwacht en dat is geen enkel probleem.
Terwijl we ruim op tijd zijn worden we al opgewacht en naar een kantoorruimte gedirigeerd. Om 14.00 uur worden we verzocht mee te komen naar buiten, dan een trap op naar de eerste etage [in Japan wordt de eerste etage steevast de tweede etage genoemd, enzovoort], dan gaat er een deur open en we zien een set tafels en stoelen in een langwerpige rechthoek opgesteld. Dat is tot daar aan toe, maar er zitten godsammeliefhebben 24 personen in schone, gestreken werkkleding op ons te wachten. 24 paar onderzoekende ogen kijken ons -kritisch ?- aan. De verrassing is te groot om iets te voelen. Mijn reflex is de vlucht naar voren. Achter me staan diverse personen, die vluchtweg is geblokkeerd. Onder een van de tafels wegkruipen is ook onmogelijk-' te veel benen, stoel- en tafelpoten. Ver weg zijn nog enkele onbezette stoelen zichtbaar, maar wel aan het hoofd van de opstelling.
Ik speel alsof ik dit minstens driemaal per dag doe, zeg half bescheiden / half minzaam goedendag, terwijl ik ook tracht enig gewicht in mijn stem te leggen. Ik blijk agenda punt 4, het laatste en wordt geflankeerd door de senior aannemer en de architect. Fumika heeft slim een plaatsje aan de zijkant bemachtigd en is buiten schot. Uchino-san begint het doel van de vergadering uiteen te zetten en een aantal kwesties over de bouw uit te leggen. Iedereen heeft een aantal papieren voor zich liggen en wordt plenair voorgesteld. De betrokkene staat op, buigt, noemt firma en naam, buigt en gaat weer zitten. Er volgt het oplezen van een lange lijst strikte regels," een deel blijkt uit mijn koker te komen. Ik zie onder in de set papieren ook de integrate vertaling van een memo, die ik een jaar eerder maakte. 
 



Toen werd het hele land opgeschrikt door ernstige falsifikaties en malversaties door een Japanse architect van wie ik de naam uit diepe minachting hier niet nog eens wil noemen, die de wapening voor beton van peperdure appartementskomplexen en hotels terugbracht tot 20% van het wettelijk vereiste. Kontrole-instanties waren laks en faalden jammerlijk. Eigenaren bleken voor vele dure tonnen een onbewoonbaar, want levensgevaarlijk appartement te hebben gekocht, hun leven lang verantwoordelijk voor het aflossen van een torenhoge hypotheek. Zijn schrijnende motief was: "...ik had geld nodig..." Hotels moesten sluiten, betrokken partijen speelden hun walgelijke potjes 'zwarte Piet'. Ik werd er bijkans paranoia van en maakte spontaan een tekst waarin ik de verantwoordelijkheid expliciet bij de aannemer, c.q. architect legde, -ingeval dat-. Zoals gezegd, die lag keurig vertaald in het Japans, op ieders tafel.

Fumika vertelde me later, dat iedereen erbij zat, alsof ze de adem werd afgeknepen.
Punt 4.

Ik sta 'losjes' op, stel Fumika en mij nogmaals voor -in 't Engels- . Mijn rechterbuurman, Uchino-san, vertaalt.

"It's nice to have an opportunity to meet all of you, some persons we already know.
Uchino-san assured us that you are great professionals with a high skill. !
You should be !

But,
there   is  another  level  for  which  we   urgently   ask  your  full commitment...................................
>you are NOT supposed to contribute
to the construction of
'a'house...............
, but
you are a
CRUCIAL part in making a HOME for us,
an excellent quality, comfortable and safe HOME<
That means, that we don't only need your skills:
***     we ask you to contribute with your HEART    ***

Nakayama-san
already confirmed his dedication.
Who follows ?


Thank you very much in advance."

Nakayama-san is een tempel-timmerman.
Wanneer we een dag later onder het eten voorvallen terughalen, blijkt, dat ik het applaus dat volgde ernstig heb verdrongen. Ik kan me het slechts met veel moeite
herinneren. For the record: er was een applaus.
Fumika's   observatie   was,   dat   mijn   toonzetting   radikaal   anders  was  dan  het voorafgaande; aanwezigen konden zich wat ontspannen.
Blij en opgelucht dat 'alles' is afgelopen zie ik dat tafels en stoelen aan de kant worden geschoven. Er ontstaat een open ruimte en ik pak mijn schoudertas maar wordt resoluut tegengehouden. De ceremonie is in het geheel nog niet afgelopen....
Ik wordt vriendelijk in positie gezet in de lege ruimte. Uchino-san heeft een digitaal cameraatje en persoon nummer 1 komt op verzoek naar voren, steekt de wijde ruimte over, buigt voor me, stelt zichzelf en de firma voor en overhandigt met 2 handen zijn haar visitekaartje. Ik heb ondertussen ook gebogen, kijk nadrukkelijk naar het door de aannemer gemaakte kaartje op de revers, waarop de naam in 2 talen, pretendeer te begrijpen, noem ook mijn naam, overhandig een oud Nederlands visitekaartje, buig, krijg onwennig een hand, buiging, ik ook.
Vierentwintig maal.
Iedereen is geduldig. Ik voel niets en wanneer al iets dan hoogst opgelaten, of beter: ik heb een Alice-in-Wonderland-Gevoel.
Eindelijk heb ik 't overleefd, pak weer mijn tas. Die wordt me vriendelijk edoch gedecideerd uit handen genomen en weer neergezet.
Groepsfoto; hoe heb ik dat kunnen vergeten................

Een dag eerder had ik voorgesteld onze zegeningen te tellen en ze tevens 's avonds te vieren in Al Pascia. Immers ons huis is weliswaar nog niet verkocht, maar al leeg, we hebben Italië genoten, Fumika's moeder was stabiel gedurende ons verblijf buiten Japan, de betaling aan Nippon Express vanuit Italie was gelukt en de verscheping verliep boven verwachting snel en gesmeerd; de boot was zelfs al gearriveerd, de hobbel bij de Japanse douane is een peulschil, mijn veel voordelen opbrengende, onterecht verstrekte 'handicap'-pas is weer voor een jaar verlengd, het grondwerk was voortreffelijk uitgevoerd, we hadden toestemming om te bouwen en 'de' vergadering met de onderaannemers was een groot succes. Tien zegeningen, die we bekroonden met een rode Syrah, 2003 [Celliers Contemporains; vin de pays d'Oc] en lamscotelletjes, een zaligheid, die Fumika in Nederland leerde kennen. Dankbaar en lachend hieven we het glas en lieten allerlei herinneringen nogmaals de revue passeren.

"Ach, wil je deze kaartjes met dit grote stempel versieren en er zelf ook wat bijschrijven.?" 
"Zal ik onder mijn tekst mijn hanko afdrukken?"
Ik onderbreek het schrijven in mijn schriftje.                                                                                                                               
Geheel op z'n Japans is op de voorkant van de kaft gedrukt:
"Whenever you feel
you need a friend
to lean on....here I am."
De al geadresseerde postkaarten stempel ik met een nieuwjaarsgroet.
Fumika is vroeg.

De kaarten kunnen vanaf 20 December verstuurd worden,
maar worden allereerst in de diverse plaatselijke postkantoren verzameld

om alle tegelijk op 1 Januari bezorgd te worden.

Reuze klus en een zeer sympatieke geste.
Elke kaart is van een loterijnummer voorzien.
Prijzen kunnen bij een postkantoor worden opgehaald.
"lets anders: doen we mee aan de 'Jumbo'- loterij ?" Ik producer een frans-achtig gebaar.
"Wat bedoel je, wees duidelijk alsjeblieft, is dat een 'ja' of een 'nee' ?"
"Ik weet 't niet, schat, de kans op een prijs is miniscuul, zeer klein. Ik weet 't echt niet. Wat vind jij ?"

Er worden dit jaar weer vele millioenen in het vooruitzicht gesteld. In oost Kochi
kennen we een verkoop-adres, dat relatief veel winnaars telt. Het heeft 3 loketten. Van de vrouwen erachter zijn er 2 slank. Voor deze loketten is het niet druk. Het derde loket laat een immense rij mensen zien, de gehele dag door. Achter het loket zit een gevulde vrouwspersoon. Dat brengt geluk, ik bedoel, dat 'gevulde'.

Aan het einde van deze vruchtbare TAIAN-dag, waarop ik de draad van het schrijven weer durfde op te nemen, komt spontaan 'encore' als woordje binnenwaaien. Encore is Japans, mensen roepen dat aan het eind van een (goed) concert. In het angelsaksisch bereik roept men 'bis'. Ik houd 't op encore, maar het einde van de toegift is gelukkig bij lange na nog niet in het zicht.


moet worden vervolgd

 

Previous page 

Next page 

Back to begin