Sakawa MONOGATARI
 
   
                  

IX   1982, JAPAN, enigszins gevaarlijk

 
Drie weken later
Wat sta je daar te staan, Socrates, zegt mijn vrouw plagend.

Ik kom langzaam terug uit mijn avonddroom, het is tien uur; ik glimlach wat stuntelig 
terug.
Geen antwoord.

Kitakata, daar stond ik aan te denken.
Wat zou ik graag naar Kitakata gaan en weer dezelfde mensen tegenkomen, dezelfde film weer willen meemaken.
Ik kan er in ieder geval morgen eens over gaan vertellen, over die heerlijke lange dag.

Waren 't drie of vier weken? Ik weet het niet meer zeker. Voelde als vier.
Omdat ik niet anders wist hoe anders een onbekend land te bereizen, had ik op mijn gedetailleerde, Japanse kaart een rivier gevonden, die in 'het midden' van Honshu ergens begint. Ik was aan de monding. Dus de rivier werd mijn leidraad.


De dagen waren fysiek zwaar. Vijfentwintig kilo's rugzak, immense heet en intens vochtig: Japanse sauna.
Ik stonk, alle vervuilde kleding, primitief gewassen, ook. De natuurlijke manier van reizen kon me gestolen worden.
Een stad in het zicht........
Centrum. Een kruispunt. Een hotel. Kan ik dat eigenlijk wel betalen? Een kamer. Een douche. Oh God: niets heerlijker dan helemaal schoon te worden.
Telkens weer betrap ik mijzelf erop, dat ik uit een christelijke kultuur stam! ik roep God te pas en te onpas aan.

Op onderzoek uit in dit stadje. Winkelstraten.

Na het passeren realiseer ik me: een boekwinkel!
Loop terug. Konstematie bij het vrouwen personeel: deze lange man in korte broek spreekt Engels; help....
Manager wordt uit zijn kantoortje gehaald.
Engels? Nee, dat niet. Dit is Japan.
Rustig leg ik    -toch maar in het Engels-    uit, dat ik graag een [echt...]Japans visitekaartje wil.
Het lijkt me zo chique, maar dat vertel ik hem niet.
De manager loopt lachend over de situatie naar achteren. Ik achter hem aan. Er blijken links achterin woordenboeken te staan. Dat is inventief. Visitekaartje, mesi. Oh, dat!
Opluchting.


In Nederland had ik al een voorbeeld gemaakt^ naam, adres, funktie. Geen probleem:
"my friend" is een drukker. Ik ga hem bellen. Viereneenhalve minuut later komt een tengere man hijgend binnenhollen. "My friend".
Daijjobu, geen probleem. Overmorgen klaar.
Nee! Morgen.
Morgen?
Ja, morgen.
Gekreun. Mmmmmm....oke-des.
Ik ben voor de tweede maal diep gelukkig vandaag.

Ik put me uit in dankbetuigingen.

Op straat aangekomen realiseer ik me, dat er een kans is op een oplossing voor een ander urgent probleem.
Verlegen ga ik weer de winkel binnen.
De manager wordt uit zijn kantoor gehaald. Hij schiet in een lachstuip als hij mij ziet.
Ik mime in zijn nette winkel, dat al mijn kleren stinken en zwaar vervuild zijn. Verrast hoor ik "mijn vriend" zeggen: geen probleem.
Weer iets met "my friend", maar dan een ander.
Waar verblijf ik?
En kan ik enkele minuten wachten?
Een grote luxe auto wordt voorgereden. Naar het hotel. Twee grote plastic zakken met kleding worden ingeladen.
Naar de tweede "my friend", die een stomerij runt.

Een voor een....,zonder een spier te vertrekken,....worden mijn stinkende vodden uit
een zak gehaald, omhoog gehouden, grondig bekeken en geadministreerd op een briefje.
Ik zak bij iedere keer vol schaamte door de vloer.
Morgen klaar.
Voorbij aan mijn schaamte kan ik mijn geluk niet op.

Sightseeing per ge-airkonditioneerde auto. Wat me sterk is bijgebleven is een houtlakwerk-museum met massief houten entreekaarten. Ik heb ze altijd bewaard.


Wij stoppen voor een schoonheids-salon. "My friend".

Binnen enkele jonge vrouwen en de manager. Direkt wordt er thee gemaakt, koekjes en snacks op tafel, voordeur gaat op slot en er wordt uitvoerig verslag gedaan van het voorafgaande. Zoveel is wel duidelijk.
Grandiose stemming. Gezellig. Veel lachen. Bemoedigende knikjes. Ik plaag "my friend" met de titel burgemeester van Kitakata, omdat hij er zich op laat voorstaan veel mensen te kennen. Mijn grap wordt hilarisch verwelkomd.
Waarschijnlijk moet ik ook iets over Nederland vertellen. Dat lukt wel, bovendien wordt het tijd, dat ik wat balans schep en enig entertainment verzorg.
Dat laatste zal ik nog sterk verder ontwikkelen gedurende mijn lange reizen als tegenprestatie voor zoveel lieve en praktische dienstverlening.

Er is nog een probleem.........

Mag ik even?
Kijk, het Japanse woord is hier opgeschreven," dat heeft het reisbureau in Amsterdam voor me gedaan.
Spiritus.
Ik heb een kookstelletje, dat op spiritus werkt en er in veel Japanse winkels naar geinformeerd. Kreeg telkens nul op het request. Kan iemand me helpen een fles spiritus te kopen? In Nederland is dat goedkope brandstof en eenvoudig te vinden.
Stilte.
Telefonisch overleg.
Komt voor elkaar...."my friend".........

De stemming stijgt, er wordt wat bier geschonken. Warme gastvrijheid.

Na een half uur komt er een grote Japanse vent binnen.  Jawel: "my friend",
vertegenwoordiger in Catterpillars.
Begroeting.
Een pakje wordt overhandigd. Dozo.
Voor mij?
Ik strip het voorzichtig.
He....?
Nee......
Dat kan niet!!!....
Langzaam dringt het tot mij door, dat ik een nieuwe, franse camping-gaz-set gekregen heb. Zo mooi had ik er nog geen. Mijn oude spiritus kookstelletje is schrijnend leijk enachterhaald vergeleken met dit juweel.
Overweldigend.

Ons heerlijk samenzijn in de schoonheids-salon wordt na enkele uren beeindigd. "My friend" vraagt verlegen of ik's avonds nog iets te doen heb. Nee, geen plannen. Om half zes of zes uur is er een presentatie van enkele sake-&rma.'s, die hun nieuwste sake van dit jaar willen laten proeven. Heb ik zin?


Naar het hotel, fatsoeneren en naar de presentatie. Een langwerpige zaal met aan een
zijde een werkelijk hele lange, gedekte tafel met tal van hapjes en drankjes.
Koude of warme sake?
Er is ook sake met citroen.
Een andere smaak misschien?
Hier, neem een hapje.

In het midden een klein podium met een mikrofoon. Er wordt gespeeched en muziek
gemaakt.
Gegoede, op hun mooist geklede, jonge vrouwen, duidelijk ega's van notabelen, kijken vanachter hun glas uiterlijk onbewogen toe. Er wordt niets gemist. Vast en zeker een opkomende elite, zich van hun positie maar al te zeer bewust.
Glaasje, hapje; hapje glaasje.
Het hoeveelste moment van geluk is dit, vandaag?
Mmmmm....

Het geluk duurt voort. Een journalist vraagt onhandig om een interview. Wij gaan in
een kamertje naast de zaal zitten. Hij begint te schrijven, maar zijn pen gehoorzaamt zijn vingers niet. Ik hoor geprevel, waarvan ik vermoed, dat het vragen zijn, maar begrijp niet wat hij zegt. Dus begin ik maar van alles en nog wat uit te leggen. Totaal overbodig, want meneer blijkt zo dronken als een Maleier.
Ook goed.
Er worden foto's gemaakt.
Ik krijg een T-shirt van de vier sake-makers', zij noemen zich de tijgers.

Inmiddels lengt de avond, de euforie wordt ook nog eens beneveld en "my friend" brengt mij naar het hotel.

Tot morgen.
Tot morgen.


Op mijn kamer vind ik een vers gestreken kimono- de eerste in mijn overmoedige leven. Ik probeer hem uit, test hem voor een spiegel, test het bed en daar houden de woorden op.


Wordt gewekt door de telefoon. Besef nauwelijks waar ik ben. Er wacht bezoek op U.

Het is misschien 9 uur.
"My friend" wacht op me met twee pakken heerlijk geurende en gestreken wasgoed en een pakje Japanse visite-kaartjes. Wij babbelen wat.
Hij is verlegen
Hij vertrekt.

Ik ga ook verder met een voile rugzak, die minder lijkt te wegen.


Kitakata.


Dat jaar dacht ik er niet aan een dagboek bij te houden en "my friend'"s naam en adres
te vragen.
De lichtheid van het bestaan.
Een keer kreeg ik post met een minieme Engelse zin, waarin hij zijn wens uitte mekaar weer te willen zien. Er was geen leesbare naam en geen adres bij.

Mijn T-shirt is dun, heel dun geworden en nog steeds mijn dierbare schat.

Vorige pagina 

Volgende pagina