Wat sta je daar te staan, Socrates, zegt
mijn vrouw plagend.
Ik kom
langzaam terug uit mijn avonddroom, het is tien uur; ik glimlach wat stuntelig terug.
Geen
antwoord.
Kitakata,
daar stond ik aan te
denken.
Wat zou ik
graag naar Kitakata gaan en weer dezelfde mensen tegenkomen, dezelfde
film weer
willen meemaken.
Ik kan er
in ieder geval morgen eens over gaan vertellen, over die heerlijke lange dag.
Waren 't
drie of vier weken? Ik weet het niet meer zeker. Voelde als vier.
Omdat ik
niet anders wist hoe anders een onbekend land te bereizen, had ik op mijn
gedetailleerde, Japanse kaart een rivier gevonden, die in 'het midden' van Honshu
ergens begint. Ik was aan de monding. Dus de rivier werd mijn leidraad.
De dagen
waren fysiek zwaar. Vijfentwintig kilo's rugzak, immense heet en intens
vochtig: Japanse sauna.
Ik stonk,
alle vervuilde kleding, primitief gewassen, ook. De natuurlijke manier van
reizen kon me gestolen worden.
Een stad in het zicht........
Centrum.
Een kruispunt. Een hotel. Kan ik dat eigenlijk wel betalen? Een kamer. Een
douche. Oh God: niets heerlijker dan helemaal schoon te worden.
Telkens
weer betrap ik mijzelf erop, dat ik uit een christelijke kultuur stam! ik roep
God te pas en te onpas aan.
Op
onderzoek uit in dit stadje. Winkelstraten.
Na het
passeren realiseer ik me: een boekwinkel!
Loop
terug. Konstematie bij het vrouwen personeel: deze lange man in korte broek
spreekt
Engels; help....
Manager
wordt uit zijn kantoortje gehaald.
Engels?
Nee, dat niet. Dit is Japan.
Rustig leg
ik -toch maar in het Engels- uit, dat ik graag een [echt...]Japans
visitekaartje
wil.
Het lijkt
me zo chique, maar dat vertel ik hem niet.
De manager loopt lachend over de situatie naar achteren. Ik achter
hem aan. Er blijken links achterin woordenboeken te staan. Dat is inventief.
Visitekaartje, mesi. Oh, dat!
Opluchting.
In
Nederland had ik al een voorbeeld gemaakt^ naam, adres, funktie. Geen probleem:
"my
friend" is een drukker. Ik ga hem bellen. Viereneenhalve minuut later komt
een
tengere
man hijgend binnenhollen. "My friend".
Daijjobu, geen
probleem. Overmorgen
klaar.
Nee!
Morgen.
Morgen?
Ja,
morgen.
Gekreun. Mmmmmm....oke-des.
Ik ben
voor de tweede maal diep gelukkig vandaag.
Ik put me
uit in dankbetuigingen.
Op straat
aangekomen realiseer ik me, dat er een kans is op een oplossing voor een
ander
urgent probleem.
Verlegen ga ik
weer de winkel binnen.
De manager
wordt uit zijn kantoor gehaald. Hij schiet in een lachstuip als hij mij ziet.
Ik mime in
zijn nette winkel, dat al mijn kleren stinken en zwaar vervuild zijn. Verrast
hoor ik
"mijn vriend" zeggen: geen probleem.
Weer iets
met "my friend", maar dan een ander.
Waar
verblijf ik?
En kan ik
enkele minuten wachten?
Een grote
luxe auto wordt voorgereden. Naar het hotel. Twee grote plastic zakken met
kleding
worden ingeladen.
Naar de
tweede "my friend", die een stomerij runt.
Een voor
een....,zonder een spier te vertrekken,....worden mijn stinkende vodden uit
een zak
gehaald, omhoog gehouden, grondig bekeken en geadministreerd op een briefje.
Ik zak bij
iedere keer vol schaamte door de vloer.
Morgen
klaar.
Voorbij
aan mijn schaamte kan ik mijn geluk niet op.
Sightseeing per ge-airkonditioneerde auto. Wat me sterk is
bijgebleven is een houtlakwerk-museum met massief houten entreekaarten. Ik heb
ze altijd bewaard.

Wij
stoppen voor een schoonheids-salon. "My friend".
Binnen
enkele jonge vrouwen en de manager. Direkt wordt er thee gemaakt, koekjes en
snacks op
tafel, voordeur gaat op slot en er wordt uitvoerig verslag gedaan van het
voorafgaande.
Zoveel is wel duidelijk.
Grandiose
stemming. Gezellig. Veel lachen. Bemoedigende knikjes. Ik plaag "my
friend"
met de
titel burgemeester van Kitakata, omdat hij er zich op laat voorstaan
veel
mensen te
kennen. Mijn grap wordt hilarisch verwelkomd.
Waarschijnlijk
moet ik ook iets over Nederland vertellen. Dat lukt wel, bovendien wordt
het tijd,
dat ik wat balans schep en enig entertainment verzorg.
Dat
laatste zal ik nog sterk verder ontwikkelen gedurende mijn lange reizen als
tegenprestatie
voor zoveel lieve en praktische dienstverlening.
Er is nog een probleem.........
Mag ik
even?
Kijk, het
Japanse woord is hier opgeschreven," dat heeft het reisbureau in Amsterdam
voor me gedaan.
Spiritus.
Ik heb een
kookstelletje, dat op spiritus werkt en er in veel Japanse winkels naar
geinformeerd.
Kreeg telkens nul op het request. Kan iemand me helpen een fles spiritus
te kopen?
In Nederland is dat goedkope brandstof en eenvoudig te vinden.
Stilte.
Telefonisch
overleg.
Komt voor elkaar...."my friend".........
De stemming stijgt, er wordt wat bier
geschonken. Warme gastvrijheid.
Na een
half uur komt er een grote Japanse vent binnen.
Jawel: "my friend",
vertegenwoordiger
in Catterpillars.
Begroeting.
Een pakje
wordt overhandigd. Dozo.
Voor mij?
Ik strip
het voorzichtig.
He....?
Nee......
Dat kan
niet!!!....
Langzaam
dringt het tot mij door, dat ik een nieuwe, franse camping-gaz-set gekregen heb. Zo
mooi had ik er nog geen. Mijn oude spiritus kookstelletje is schrijnend leijk
enachterhaald
vergeleken met dit juweel.
Overweldigend.
Ons
heerlijk samenzijn in de schoonheids-salon wordt na enkele uren beeindigd.
"My friend" vraagt verlegen of ik's avonds nog iets te doen heb. Nee,
geen plannen. Om half zes of zes uur is er een presentatie van enkele sake-&rma.'s,
die hun nieuwste sake van dit jaar willen laten proeven. Heb ik zin?
Naar het
hotel, fatsoeneren en naar de presentatie. Een langwerpige zaal met aan een
zijde een
werkelijk hele lange, gedekte tafel met tal van hapjes en drankjes.
Koude of
warme sake?
Er is ook sake met
citroen.
Een andere
smaak misschien?
Hier, neem
een hapje.
In het
midden een klein podium met een mikrofoon. Er wordt gespeeched en muziek
gemaakt.
Gegoede,
op hun mooist geklede, jonge vrouwen, duidelijk ega's van notabelen, kijken
vanachter
hun glas uiterlijk onbewogen toe. Er wordt niets gemist. Vast en zeker een
opkomende elite,
zich van hun positie maar al te zeer bewust.
Glaasje,
hapje; hapje glaasje.
Het
hoeveelste moment van geluk is dit, vandaag?
Mmmmm....
Het geluk
duurt voort. Een journalist vraagt onhandig om een interview. Wij gaan in
een
kamertje naast de zaal zitten. Hij begint te schrijven, maar zijn pen
gehoorzaamt
zijn
vingers niet. Ik hoor geprevel, waarvan ik vermoed, dat het vragen zijn, maar
begrijp
niet wat hij zegt. Dus begin ik maar van alles en nog wat uit te leggen. Totaal
overbodig,
want meneer blijkt zo dronken als een Maleier.
Ook goed.
Er worden
foto's gemaakt.
Ik krijg
een T-shirt van de vier sake-makers', zij noemen zich de tijgers.
Inmiddels
lengt de avond, de euforie wordt ook nog eens beneveld en "my friend"
brengt mij naar het hotel.
Tot
morgen.
Tot morgen.
Op mijn kamer vind ik een vers gestreken kimono- de eerste
in mijn overmoedige leven. Ik probeer hem uit, test hem voor een spiegel, test
het bed en daar houden de woorden op.
Wordt
gewekt door de telefoon. Besef nauwelijks waar ik ben. Er wacht bezoek op U.
Het is
misschien 9 uur.
"My
friend" wacht op me met twee pakken heerlijk geurende en gestreken wasgoed
en
een pakje
Japanse visite-kaartjes. Wij babbelen wat.
Hij is
verlegen
Hij
vertrekt.
Ik ga ook
verder met een voile rugzak, die minder lijkt te wegen.
Kitakata.
Dat jaar
dacht ik er niet aan een dagboek bij te houden en "my friend'"s naam
en adres
te vragen.
De
lichtheid van het bestaan.
Een keer
kreeg ik post met een minieme Engelse zin, waarin hij zijn wens uitte mekaar
weer te willen
zien. Er was geen leesbare naam en geen adres bij.
Mijn T-shirt is dun, heel dun geworden en
nog steeds mijn dierbare schat.