Het verhaal van de aarde (3)

"(...)dikwijls lijkt het me
dat de nacht
levendiger en kleurrijker is
dan de dag."

Vincent van Gogh

Terminus ad quem.                                   November  2008.

terminus ad quem
One entry found.

Main Entry: terminus ad quem 
Pronunciation: \-ˌäd-ˈkwem\
Function: noun
Etymology: New Latin, literally, limit to which
Date: circa 1555
1 : a goal, object, or course of action : destination , purpose
2 : a final limiting point in time

Mijn Japanse schoonmama bestaat in onze herinneringen en is materieel as sinds vorige maand. Op enkele dagen na werd ze 86 jaar.

Van nabij heb ik meegemaakt hoe haar globaal laatste 10 jaren waren.

Misschien een rare vraag, maar wanneer begint [precies] het einde ?

Mentaal sterk, had ze toch last bij het lopen. Ook haar hart toonde gebreken. Ze leefde, veel te vroegtijdige weduwe, alleen. was zeer bescheiden. Had slechts een uiterst stijfkoppige broer, die een voorval uit hun beider geschiedenis maar niet kon ‘vergeven’. Haar drie kleinzonen waren haar focus, maar die waren druk met hun opleiding, elders. Haar enige dochter, mijn eega, leefde in Nederland en kwam af en toe een zestal weken terug. Soms kwam een enkele kennis op bezoek.

Een Japanse welzijnsdienst voor senioren deed aarzelend een aantal beginpassen. Thuishulp was beschikbaar onder zekere voorwaarden. Salarissen waren en zijn laag, zeer laag. Zo werd er enkele uren schoongemaakt; soms was er assistentie met boodschappen doen. Generaliseren is een kwaad, maar hoe begrijpelijk ook, het was bekend dat er geld verdween bij deze of gene. Ouderen hebben geld voorspelbaar ergens in een lade of in een vaas; beginnende dementia verhindert hen zich te herinneren waar-ook-alweer of hoeveel. Dat is appelepap voor de ‘creatieve’ thuishulp, die wel een ‘extraatje’ kan gebruiken. Mijn schoonmama [Setsuko-san] wilde de bank moeite besparen en nam daarom [on]redelijk veel geld op. Zoals gezegd: begrijpelijk, maar begrip en acceptatie zijn twee zeer verschillende concepten en liggen niet in elkaars verlengde. Ook kwam het voor, dat de thuishulp mijn schoonmama met eigen autootje naar een supermarket bracht en ‘samen’ boodschappen deed, wat wil zeggen, dat de thuishulp ook haar boodschappen inlaadde en daarvoor niet betaalde. Schoonmama wilde niet de beroerdste zijn en zag dat door de vingers; afhankelijkheid kent geen grenzen. Enkele dagen per week kwam er een busje langs voor ‘day-care’. Met anderen werd het een-soort-van-gezellig gemaakt en was er lichte fysieke therapie. Laat ik zeggen, dat ik er ook de troosteloosheid van inzag, maar niets doen is minder. Met de jaren moest de frequentie van de thuishulp opgevoerd worden. Soms moest een persoon om goede en valide redenen echt vervangen worden. De coördinatrice deed haar uiterste best.

Ernstige hersenaandoeningen waren reden schoonmama soms urgent in een intensive care unit op te nemen. De verzorging was indrukwekkend goed en effektief. Enkele malen hadden we geen hoop meer en toch werd ze er weer bovenop gebracht.

Na een ziekenhuis opname was een verzorgingstijd in een andere faciliteit mogelijk.
De ontwikkelingen werden zorgelijker.
Er werd gesproken over opname in een ‘grouphome’, in dit geval een prachtig gebouw met veel hout; twee verdiepingen. Iedere verdieping kookte zelfstandig voor de ouderen, die een eigen kamer met toilet hadden. Wanneer mogelijk helpen de ouderen. Er was echter een wachtlijst van tegen de veertig personen; dat kon een eeuwigheid duren. Mijn vrouw sprak met de geneesheer-direkteur-eigenaar. Zij meldde: ‘ik heb een probleem’. Hij reageerde met: ‘er is geen probleem’, meer niet. Kort daarop werd ze opgenomen in de ‘grouphome’. Verbazing en blijdschap, ook bij het personeel. Over de redenen kan slechts gespekuleerd worden. Misschien dat mijn schoonmama, of haar dochter [en misschien wel ik, als niet Japanner] in de smaak viel; de ware toedracht valt niet te achterhalen.


Een hoofdreden over het laatste trajekt te schrijven is wel de houding van het personeel van ‘grouphome’.
Zonder omhaal, spontaan en onherroepelijk vervangen tranen, woorden. Ik kan niet dan slechts met tranen met horten en stoten over deze  -ik zeg het wederom !!-  laag betaalde, jonge mensen verhalen.
Een poging tot een droog resume: zij maken extreme lange uren, er is uiteraard een 24 uur’s aandacht. Zoals gezegd er wordt gekookt; indien nodig worden bewoners met groot geduld gevoerd. Mensen worden naar hun toilet gebracht, personeel hurkt zonder enig gemor voor de senioren, die vaak verdwaasd op hun toilet zitten; konten worden vanzelfsprekend schoongemaakt, luiers eindeloos vervangen. Bewoners, hoe gedementeerd ook, worden respektvol met hun naam aangesproken. Hier wordt een familie, een intieme groep geschapen met geduld , hartelijkheid, oprechte vriendelijkheid, effektieve dagelijkse hulp en waarachtig respect. Familie of wie ook, is altijd welkom en wordt secuur geïnformeerd, alleen komt er niet zo vaak iemand. Personeel werkt chronisch langer dan hun formele werktijd.
Mijn schoonmama heeft er jaren gewoond met enige onderbrekingen voor ziekenhuis-opnamen. Zelfs dan kwamen de verzorg[st]ers in hun eigen tijd op bezoek. Ik word gek wanneer ik aan hun toewijding terugdenk.
In een van de ziekenhuizen van dezelfde arts is een hospitium. De arts aldaar wilde met een zekere regelmaat mijn schoonmama zien en onderzoeken, een hele onderneming voor iedereen, omdat het vervoer slechts met een partikuliere auto, die van mijn vrouw, kon. Wel ging iedere keer iemand van de ‘grouphome’ mee.
Bergaf, dat is de korrekte omschrijving, alsmaar bergaf, heel lang bergaf. Ziekenhuis opname en weer terug. Haar kamer bleef vrij.

Er is een moment, waarover niet meer over hoeft gediskussieerd te worden, maar het hospitium heeft ook [weer] een lange wachtlijst….Dan is er weer vreugde, er is plek  -per direct zelfs- . Vraag wederom niet hoe dat kan.

De verzorging in het ene onderkomen vergelijken met dit is unfair; alles, maar werkelijk alles wordt uit de kast gehaald om het broze leven zo dragelijk mogelijk te maken: muziek, een ijsje, een warm bad. Al in het ‘grouphome’ kon mama niet meer eten of drinken. Tegen de regels in werd ze daar al met een infuus gevoed om maar zo lang mogelijk haar in een vertrouwde omgeving te laten. Het hospitium bood een ruime, eigen kamer met een slaapmogelijkheid voor familie. De klok rond kan er bezoek komen. Op enig moment werd zelfs het fotoalbum gevraagd in te zien om een beeld van de patient in een ander stadium van leven te kunnen vatten.
Schatten, dat is de verzamelnaam van de verzorg[st]ers.

Mijn vrouw voelde het al op een vroege zondagmorgen, een sterke trek in haar onderbuik, wellicht haar hara. Tegelijkertijd huilde ik in een halfdroom, waarin ik plat op de grond al mijn dankbaarheid aan de leidster probeerde duidelijk te maken. Telefoon. Direkt komen. Vijf minuten na haar vertrek belde mijn vrouw me al: haar moeder was gelukkig en triest genoeg overleden.

De laatste nacht verbleef mijn vrouw met haar 3 grote zonen bij haar moeder in een uitvaartcentrum. De dag erop was een boeddhistische priester ingehuurd, die in prachtig vol ornaat  -tegen aanzienlijke betaling-  mantra’s en andere gebeden uitsprak, een bel/gong hanteerde en geurpoeder gebruikte. Zijn ceremonieel gedrag deed me sterk denken aan die van de R. K. kerk; beiden sterk in het hanteren van kleur, geur, geluid, stemming en troost. Naaste familie werd direct in de ceremonie betrokken.
En wie waren er weer ?
De schatten !!
Ik kom tranen tekort.
Erna werd de relatieve korte tocht naar het crematorium ondernomen, een fraai gelegen, aangenaam, modern gebouw met  -ik meen-  een stuk of tien ovens.
Anderhalf uur later werden we in een ruimte gelaten met het warmte uitstralende stenen bed waarop de witachtige botresten van mama lagen. Kanker verteerde haar lichaam tergend langzaam, het vuur daarentegen snel. Zeven personen waren we. Een jonge man met witte handschoenen legde kort de anatomie uit. Ietsje eerder diende mijn vrouw enig papierwerk te verrichten. Er waren langwerpige, rechthoekige stokjes, [de idée van eet- of de wat langere kookstokjes]; iedereen nam een paar en van onder tot boven werden de broze resten met behulp van deze stokjes om beurten in een pot gelegd. Vervolgens drukte de jonge man deze dieper in de pot en vergruisde ze daardoor. Met rust en toewijding werden bot voor bot mama’s resten definitief in de pot gelegd: een soortement van zorg en daardoor ook troost, gekombineerd met een onomkeerbare werkelijkheid.
Gevoel van tijd had ik niet, wel een gevoel van kalmte. Ik vermoed, dat dat voor iedereen gold. Luguber was het in ieder geval totaal niet al was ik hier niet op voorbereid. Het was een laatste kans om zorg te tonen.

De keramiek pot werd in een rechthoekige doos gedaan, die weer in een witte doek werd
gebonden. Rustig, zonder afspraak, nam een van de zonen de vierkante, witte doos en met een taxi keerden we terug naar het uitvaartcentrum. Er moest nog iets gedaan worden en ik werd verzocht alvast met mama naar huis te rijden in mijn acht jaar oude, witte Suzuki-busje. Het doosje werd op de passagiersplaats gezet en als vanzelfsprekend werd het gezekerd door de veiligheidsriem, een koddig gezicht. Met een aanwijzing toch vooral voorzichtig te rijden reed ik mama naar huis. Zij staat er centraal, naast haar foto, een kaars, geurstokjes, bloemen [zonder wortel !] en voedsel; zeven maal zeven weken.
Een dag later bezochten we de tempel van de eerder genoemde priester, die wederom enkele ceremonieen verzorgde. Mama’s grafsteen is op de steile berghelling annex. We moeten die nodig schoonmaken, want de natuur is ook daar aktief.

Er wordt geld gegeven door de personen die de uitvaart bezoeken. Een tas met kadeaux wordt direct teruggegeven. De bedragen worden later geadministreerd en in voorkomend geval wordt de ontvanger van het geld geacht een zelfde bedrag terug te geven. Uiteindelijk is de balans dan neutraal. Vrij snel worden kaarten verstuurd naar een ieder met het verzoek dit jaar geen Goed Nieuwjaarwensen te sturen, want in rouw.
Mensen komen op bezoek met eetbaars, cake, vruchten, maar ook met bloemen om deze naast haar doosje te zetten; er wordt een kort stil gebed uitgesproken en over haar nagesproken. Herinneringen worden gedeeld.

Mijn ervaring is dat alles wat ik zie en meemaak helend is.

Ik wil deze korte impressie opdragen aan de schatten van Kochi en hoop nog eens in staat te zijn hen op overtuigende wijze de eer te bewijzen, die ze verdienen.  ODE !


Terminus, romeinse Godheid en beschermer der grenzen, komen wij elkaar onvermijdelijk tegen, behalve dan wanneer ik te roekeloos ben, misschien ? Of kennen wij elkaar al en kom ik U juist tegen na roekeloze akties ?
U wordt ook als woord gebruikt in de betekenis van ‘tijdstip van begin’; dat klinkt niet al te onsympathiek. Begin = einde ? Of is het omgekeerd ?
Ik krijg het onrustige vermoeden, dat ik nog heel wat te leren heb, God-oh-God-oh-God…..Beschermer, he ? Maar waarom en hoe ? U heeft Uw termini beschermd en schoonmama heeft lang op Uw wachtlijst gestaan. Hoe werkt U precies ? …Oh, zal ik dat t. z. t. wel vanzelf merken…..?

Ja, hoor eens, wie is er om mij te beschermen?



P. S.
Mijn eindstation is ook op een steile helling in Kochi stad; ik vergis me nog steeds tussen-dan-weer-links-dan-weer-rechts-of-andersom.We hebben de plek op de 48 ste dag ,12 - 12 - 2008, schoon gemaakt: dikke takken van bomen kortgezaagd, bamboewortels uit het pad gehakt en onkruid gewied om Setsuko’s nieuwe onderkomen de vereiste waardigheid te geven voor een eeuwig verblijf.
Nu het nog kan wil ik wel als gids dienen voor wie wil zien hoe mijn toekomst eruit ziet.


Vorige            Volgende