Het verhaal van de aarde (2)

In de uithoeken
van de lucht verborg hij zich -
o, die leeuwerik.

Rikuto eind 17de eeuw

Er zijn zo van die ongeschreven regels
 
 “Jij blijft van mijn spullen af”, is er zo eentje.
Mensen hakken niet met scherpe of botte voorwerpen op elkaar in  -hooguit met woorden-  en vuurwapens zijn uit den boze, is een ander. Gif in de grond stoppen doen we ook niet.
Hier wordt niet over gediskussieerd.
Basta !
 
“Wat ben je aan ‘t schrijven?”
Mijn vrouw en ik gaan respektvol met elkaar om en gunnen elkaar privacy. Daar is nooit over gesproken. Echter, wanneer ik lees of schrijf is ze er plotseling met het een of ander. Is zo gegroeid en ik heb er nooit bezwaar tegen gemaakt; is een uiting van intimiteit. Zou ik overigens nimmer van iemand anders accepteren.
Ik ben meestal  -zoals nu ook-  niet bij machte volledig om te schakelen en hakkel nu ‘iets over ongeschreven regels in het leven’ als antwoord. Daar kan Fumika weer niet direct een touw aan vast knopen en ze vervolgt: “ik las je beschrijving van het modderfestival.” Ik durf niet om haar oordeel te vragen, maar dat blijkt ook niet haar agendapunt te zijn. “Ben je vergeten, dat we in Beppu waren ?” Nee, dat ben ik uiteraard niet. Ik weet nog goed, dat we vroeg in een jaar met een tentje in Kyushu rondreisden. “Modder ! !” herhaalt Fumika nadrukkelijk, alsof ze meerdere malen op mijn herinneringsknop moet drukken. “Modder !!”. Nog weet ik niet waar ze op doelt en helaas voor haar moet ze haar onderwerp toelichten totdat het dubbeltje valt.
 
Het was mijn tweede grote reis in Japan in 1984. Ik kende Fumika nog niet. Kort voor de oversteek naar Shikoku na een volle maand genoten te hebben van een groot deel van Kyushu, verbleef ik in Beppu.. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik er terecht kwam, maar in ieder geval belandde ik in een modder-bad, een doro onzen.
Ik liet mijn lange lijf in zachte , warme modder glijden en bleef, tesamen met een aantal Japanners, een tijdlang horizontal liggen. Dat was behalve uniek ook uiterst gezond werd me meermalen te verstaan gegeven. Japanners brachten er vele meer uren in door dan ik. Na geruime tijd ‘schaatste’ ik naar een plankier, dat naar buiten leidde. Ergens was er een verweerde spiegel waarin ik een naturalistisch gebeeldhouwde mens-figuur ontwaardde. Alle andere bewegende sculpturen om me heen waren kennelijk door dezelfde kunstenaar geschapen. Prachtig gewoonweg.
Het voelde spijtig toen ik me afspoelde en weer de mens werd, zoals mijn paspoort me definieert.
 
Deze herinnering wilde ik hartstochtelijk graag eens met mijn vrouw delen. Toen we een twintigtal jaren later voet aan wal zetten in Kyushu, ditmaal vanuit Shikoku, waar we nu permanent wonen, was het vanzelfsprekend dat we onderdak zochten in Beppu. Ik zou Fumika het ware Japan eens laten zien…………
We zochten en zochten; ik vond geen herkenningspunten en had destijds blijkbaar niet genoeg opgelet hoe er te komen. Fumika vroeg noodgedwongen een aantal mensen onderweg.
“Is het hier ?”
Stilte
Ik twijfelde, maar langzaam herkende ik enkele details. Er was niets veranderd. Ik durfde ‘ja’ te zeggen. We gingen naar binnen, ieder naar onze eigen afdeling zogezegd. Ik drukte Fumika op het hart ruimschoots de tijd te nemen om aldus volledig te genieten.
Enfin, ik liet me wederom begraven in de meegaande, boterzachte, warme, donkergrijze modder. De veteranen lagen er al lang in en zouden er ook voorlopig niet uitkomen; gezondheid voor alles. Er was een krakkemikkige houten afscheiding met de vrouwen afdeling, net als twee decennia eerder en ik voelde me intens gelukkig dat Fumika genoot van de fameuze en super-gezonde doro. Dit zou haar huidje zeer ten goede komen. We waren bevoorrechte mensen, zoveel was zeker.
Ik voelde me te energiek om de kuur lang te ondergaan, mede ingegeven door mijn herinnering, dat er buiten ook een aantal baden waren met schoon, zonbeschenen water en ik bovenal nieuwsgierig was naar Fumika’s relaas. Ze had zich kennelijk overgegeven aan de loomheid die warme modder veroorzaakt; misschien ook was ze in gesprek geraakt met enkele vrouwen.
Geheel schoon kwam ze tenslotte naar buiten en toonde zich in het geheel niet opgetogen. Sterker nog: ze was nogal stil.
Gepassioneerd en met hoge verwachting vroeg ik haar naar de geneugten. Dat werkte nauwelijks.
Eerst woord-voor-woord met veel ruimte ertussen en allangs sneller, totdat ze niet meer te stuiten was, maakte ze me deelgenoot van haar ervaringen.
Ze had zich geheel overgeleverd aan de zijde-achtige, warme modder.
Had zich een tijdlang diep ontspannen.
Onbewegelijk.
Toen ze van houding veranderde, omdat iets jeukte, zag ze een dotje modder, dat een andere struktuur had, pakte ‘t op, kneep de modder er tussen uit en zag dat het onmiskenbaar dik, onverwoestbaar, stevig schaamhaar was. Ze keek rond en zag slechts voldane vrouwengezichten. Haar hersens rekonstrueerden eerst langzaam maar onomkeerbaar de feitenlijke situatie:
                                 hier werden jaar-na-jaar vrouwenlijven ontvangen,
                                 die er vele uren in doorbrachten.
                                 De modder  -zoveel was wel duidelijk-  werd nooit
                                 -en-te-nimmer vervangen of schoongemaakt.
Mijn geliefde lag in een dik bed met schaamhaar van talloze zusters over de jaren heen.
Met ijzige kalmte maakte Fumika zich los uit de innige en tedere, intieme omhelsing van de fameuze Beppu-modder op weg naar een douche, alwaar ze immens lang onder bleef staan, happend naar verse lucht.
Mijn vurige wens mijn eerdere gelukzalige ervaring met haar te delen liep op een volledig fiasco uit. Wederom kan er een onderwerp gevoegd worden bij de lijst van ‘ongeschreven regels’, waar ik mee begon.
 
Er zijn er zo vele.
 
Vliegtuigen komen slechts naar beneden wanneer de piloot dat wil en dat op kundige en verantwoordde wijze doet. Boten dienen altijd te blijven drijven en treinen komen en vertrekken op tijd en blijven op de rails.
Afspraak is, dat de zee stopt bij de kustlijn, een rivierdijk stand houdt bij hoog water en een rivier  -behalve in de uiterwaarden-  niet buiten haar oevers treedt. Met mijn Nederlandse achtergrond weet ik maar al te goed dat water kan bewegen, behalve in de winter dan, en dat het op een meer onder bepaalde omstandigheden behoorlijk kan ‘spoken’. Golven in zee kunnen huizenhoog gaan. Dat is oke.
Kortom, ik accepteer het karakter van water: het beweegt.
Maar,
er zijn grenzen,
! dit is de afspraak !,
grond beweegt niet.
 
E pur si muove..
“De zesde planeet was wel tien keer zo groot en
werd bewoond door een oude Meneer, die dikke
boeken schreef.
-          He, daar komt een ontdekkingsreiziger ! riep hij
uit, toen hij de kleine prins zag.
Deze ging op tafel zitten en blies een beetje uit.
Hij had al zoveel gereisd !
-          Waar kom je vandaan? zei de oude Meneer.
-   Wat is dat voor een dik boek? zei het prinsje,
en wat doet U hier?
-          Ik ben aardrijkskundige, zei de oude Meneer.
-   Wat is dat?
-   Dat is een geleerde, die weet waar de zeeen
zijn en de steden, de bergen en de woestijnen.
-          Dat is heel interessant, zei de kleine prins. Dat
is nu eindelijk een echt vak ! En hij keek eens om
zich heen over de planeet van de aardrijkskundige.
Hij had nog nooit zo’n statige planeet gezien.”
 
 “Ja, dank je”, mopperde Galilei Galileo met zijn grafstem, “laten we bij het begin beginnen. ‘Ongeschreven regels’, dank je de koekoek; dat heeft me de rest van mijn leven huisarrest opgeleverd. Met ‘ongeschreven regels’ betreedt je het terrein van de vermaledijde godsdienst, stel je je bloot aan verslavend, kankerogeen [zelf]bedrog en voordat je ‘t weet ben je ver van huis, zeer-ver-van-huis ! Maar maak dat de verslaafden eraan en niet te vergeten hun ‘dealers’ maar eens duidelijk. Bedrog, onwil, lafheid, onverschilligheid en inkompetentie regeren de wereld. God heeft me een goed stel hersens gegeven om ‘t zo maar eens uit te drukken, maar wanneer ik eerlijk ben: ik snap er geen jota van ! Dwaal ik af ? Nou goed dan, nog eentje tot slot: De taal van de echte God, jonge man, is pur sang mathematisch, net als de wetten van de natuur. De hele aarde draait om de zon en niet, zoals zwakbegaafden beweerden, omdat hun versluierde observatie ‘de-zon-in-de-zee-zien-zakken’, andersom.
Als dat geen bewegen is……..”
 
De condition humaine: we leven op een bewegende bol. Dat is niet meer te ontkennen kennis, maar anderzijds weer niet goed visueel te vatten. Enerzijds speelt dit feit geen rol van betekenis in ons mensenleven, anderzijds is onder meer het dag- / nachtritme vrijwel alles bepalend.
 
Op een niet te analyseren wijze heeft Japan op mijn tweede dag in dat land me bij de lurven gegrepen en mijn leven systematisch en grondig veranderd. Ik woon er nu en ben getrouwd met een inwoonster. Vrijwillig, dat wel.
Ook Japan houdt zich niet aan de ongeschreven regels.
In 1982 lag ik ‘s nachts in een tentje de impressies van een bezoek aan Nikko te verwerken, toen ik plotsklaps droomde in een vliegtuig te zitten, dat in zwaar weer was terechtgekomen. Ik wilde erover praten, werd half wakker, maar kon mijn droombeeld en mijn wereldse konditie niet met elkaar rijmen. Het ‘zware weer’ hield aan en tot mijn konsternatie realiseerde ik me, dat de grond [ ! ] onder mijn tentje bewoog. Praten werd sprakeloosheid.
Een onschuldig aardbevinkje, zoals er zovele zijn, 100.000 elk jaar in Japan, inklusief die te klein zijn om te voelen voor mensen. Een 1.000 – 1.500-tal hebben een kracht van 1 of meer op de Japanse seismologische schaal van 1 tot 7. In de voorafgaande eeuw was er elk jaar wel een “7” of groter.
Ik herinner me ook al te goed, dat ik in 1995 uit mijn bed werd gebeld door de NOS, die vroeg “weet U waarvoor ik U bel?” Ja, dat wist ik. Ik was al eerder uit Japan gebeld. De echte ramp werd met fragmenten steeds duidelijker. De eindbalans van de grote Hanshin aardbeving, een “7.2”: 6.434 doden; 43.792 mensen gewond, circa 104.000 huizen en gebouwen kompleet vernietigd. Ik kon alleen maar huilen om dit verhaal van de aarde. Ik kende Kobe redelijk goed.
De individuele tragedies zijn met geen pen te beschrijven. Een cynisch ‘detail’: mensen, die hun huis geheel en al verloren, niet wetend waar te gaan en te staan, dienen wel de rest van hun leven door te gaan met het aflossen van hun hypotheek. De Japanse overheden deden het kalmpjes aan en wachtten allerpijnlijkst dagenlang op elkaar, onderwijl adequate en super-snelle hulp van buitenlanden de toegang weigerend. Vele menselijke bouwsels, menselijke verwachtingen, braken in 1 klap in scherven. Vermoedelijk een niet onaanzienlijk aantal niet formeel geregistreerde zelfdodingen volgden.
‘Kobe’ staat niet alleen.
Okushiro Jima [Hokkaido]            Juli 1993, een “7.8”; een tsunami veegt een vissersdorp weg. 201 Doden.
Niigata                                        Oktober 2004, een grootschalige ramp.
                                                  Een navrant ‘detail’ uit vele: Niigata is wereldwijd beroemd om zijn koi. De prachtigste vissen werden traditioneel in grote vijvers gekweekt;
talloze vijvers echter braken en ontelbare onvervangbare vissen gingen teloor.
 
                                       Terwijl ik mijn Engelse vertaling van dit verhaal-van-de-aarde aan het uittypen ben, voltrekt zich wederom een grootschalige ramp op 16 Juli 2007: een
 “6.8”, vergelijkbaar met de Hanshin beving: de volle lag; horizontale- en vertikale bewegingen. Iedereen is beducht voor de na-schokken; terecht, want het gebied wordt er dezelfde dag nog door geteisterd. Voor velen is er geen water, gas en elektriciteit. Wegen zijn ontzet, sommige onder aarde en stenen, zoals ook rails.
                                      Alom konsternatie.
                                      Doden:11, gewonden: meer dan 1.000, evacue’s ongeveer 8.500, 13.000 personen dakloos; duizenden mensen bevolken overvolle opvangcentra.
                                      Een trein rijtuig ligt op z’n kant.
                                      Aanzienlijke schade.
                                       Honderden huizen zijn totaal verwoest. Een kwart van Japanse huizen  [en meer dan 30% van publieke- en middelbare scholen] hebben onvoldoende
 weerstand tegen zulk een beving, niettegenstaande een wet uit 1981, die stelt dat huizen en gebouwen een “6+” moeten kunnen doorstaan.
                                      Er ligt een kerncentrale in het gebied, die niet is ontworpen voor dit aard-geweld. Informatie komt notoir traag naar buiten [Japanse kerncentrales
 hebben de bedenkelijek reputatie ongelukken te versluieren of helemaal niet te melden !].
                                      Het omliggende gebied voelt mee:
 
Yamagata                             een “5”
Noto schiereiland                      “5-“
Nagano, Sado eiland                  “4”
Ishikawa, Aichi, Gifu, Yamanashi,
Shizuoka, Tokyo [200 km. verderop]    “3” In Tokyo stoppen high-tech-liften direct, omdat deze een hoogwaardige sensor hebben.
 
Ishikawa provincie                    25 Maart 2007, een “6.9”
Mie  provincie                        15 April 2007, een “5.4”.
Tokyo                               staat op de dodenlijst. Het is niet de vraag ‘of’, er een aardbeving van substantie zal plaatsvinden, maar ‘wanneer’, een kans van 30% in het volgende
decennium. Tokyo kreeg er al eerder enkele voor z’n kiezen: sinds de 17de eeuw twee van niveau “8” in 1703 en 1923. Ik heb angst om Tokyo, ondanks dat er regelmatig oefeningen plaatsvinden. Echt grote aardbevingen worden statistisch zo’n elke 200 a 300 jaar verwacht. Met de huidige bouw- en bevolkingsdichtheid houd ik mijn hart vast. Alleen al deze factor verhoogt het aantal slachtoffers bij een ramp tot een macht 4 of 5, wellicht hoger. Heeft er iemand rekening gehouden met de forse gasbel, die 500 meter onder een aanzienlijk deel van groot Tokyo ligt ?
                                       Tokyo zou verplaatst dienen te  worden, oftewel het merendeel van zijn funkties zouden meer verspreid dienen te worden: dat is veiliger,
economischer, aangenamer en milieu vriendelijker.
 
Mijn persoonlijke ervaringen steken maar schraal af tegen de zware rampen.
Enkele jaren geleden hielpen we Fumika’s vriendin, samen met enkele van haar vrienden, met het oogsten van een rijst veldje in Otoyo. We hadden ieder een sikkel en sneden telkens een bundeltje bij de grond af. Het was heet al waren we in de bergen.
Tijdens de lunchtijd was er een geanimeerde stemming. Er werd gepraat dat ‘t een lieve lust was. Plotseling schudden de massieve bergen. Alsof op afspraak stopte de konversatie abrupt. Komplete stilte. Weer dat schudden. En nog eens. De stilte hield nog even aan en vervolgens pakten de mensen de draad van de konversaties weer op. De aardbeving was nauwelijks een item. Mijn stilte hield wat langer stand.
Ik heb er eentje meegemaakt, poedelnaakt, in een hete ofuro op een zesde etage: niet direct mijn persoonlijke keuze.
Enkele weken geleden tijdens het ontbijt schudde de hele flat plotseling. “Onder de tafel”, riep Fumika alert. Daar zaten / lagen we dan, afwachtend. Na enige tijd bleef het stil en ik verbrak de stilte met een aanmaning”Schat, je koffie wordt koud." Was een “4”, bleek later op de televisie.
Fumika vertelde me, dat er in Ishikawa  vertikale bewegingen waren van 1.40 meter. De ergste patronen zijn overigens afwisselende vertikale en horizontale bewegingen.
De uiterst steile berghellingen overal in Japan staan garant voor massale aardverschuivingen met alles erop en eraan, ‘landslides’, die huizen in een mum van tijd onderdelven of wegschuiven en wegen lange tijd ontoegankelijk maken.
 
Na een lange speurtocht hebben we grond gekocht in Tosa Kamo .Wel hebben we goed gekeken naar al te steile hellingen, direct bij het terrein. Wat we niet wisten, vertelde onze toekomstige plaatsgenoot, Professor Yamasaki. Hij had namelijk systematisch een groot aantal gebieden in Japan bestudeerd en was tot de hooggeleerde konklusie gekomen, dat in Sakawa, de gemeente waarbinnen ons terrein ligt, de minst riskante plek is voor bewegingen van binnen uit.
In mijn jeugd werd me bijgebracht, dat ik een beschermengel heb. Zou dat toch waar zijn?
 
 
Van K. naar O. en dan naar K., v. v.
Het wordt steeds komplexer, de planeet aarde beweegt door het heelal en ook nog eens van binnenuit naar buiten. Onderwijl plannen wij een horizontaal lijkende beweging van Kochi naar Osaka en vervolgens naar Kanazawa, de hoofdstad van Ishikawa-ken, alwaar we ons dicht bij een recent epicentrum van een aardbeving zullen bevinden. We hadden al besloten te gaan voordat deze aardbeving plaatsvond.
“Na een sterke aardbeving is er een gerede kans op een aantal, soms krachtige, na-schokken”, leerde Fumika me.
Gaan of niet gaan, dat is de vraag.
“Gaat ‘t festival door ?”
“Ik denk van wel.”
Wat is wijsheid?
“Zullen we dan maar gaan?”
“Accoord.”
We nemen eerst de bus naar Osaka en vervolgens de trein naar Kanazawa.
Da’s goed.                   “ XXII

-          Goedendag, zei de kleine prins.
-          Goedendag, zei de wisselwachter.
-          Wat doe jij hier ? vroeg de kleine prins.
-          Ik sorteer de reizigers in groepjes van duizend,
zei de wisselwachter. De treinen waarin ze rijden
stuur ik om de beurt naar links en naar rechts.
Een verlichte sneltrein kwam met donderend geraas
langs en het seinhuisje stond ervan te trillen.
-          Wat hebben ze een haast, zei de kleine prins.
Wat zoeken ze eigenlijk?
-          Dat weet de man op de lokomotief zelf niet,
zei de wisselwachter.
En een tweede verlichte sneltrein donderde in de andere richting langs.
-          Komen ze nu al terug? Vroeg het prinsje…
-          Nee, dat zijn niet dezelfde, zei de wisselwachter.
Ze ruilen van plaats.
Vonden ze het niet prettig, daar waar ze eerst
waren
-          Men is nooit tevreden, waar men is, zei de wis-
selwachter.
Toen raasde een derde verlichte sneltrein voorbij.
-          Zitten die de eerste reizigers achterna? Vroeg de
kleine prins.
-          Ze zitten niets achterna, zei de wisselwachter.
Ze slapen daarbinnen of ze gapen. Alleen de kinde-
ren drukken hun neus plat tegen de ruit.
-          Kinderen alleen weten, wat ze zoeken, zei de
                kleine prins.” 
 
Ik heb me ondertussen narratief aardig in de nesten gewerkt, immers ik heb altijd aangenomen dat grond niet beweegt  -nou ja, in andere landen soms wel-  maar nu woon ik permanent in een land waar dat zelfs schering en inslag is. Zoiets heet jezelf tegenspreken.
Ik werd aanvankelijk gegrepen door de verschillende dimensies, die gelijktijdig funktioneren: onze planeet roteert, beweegt ook nog eens van binnen naar buiten en tegelijkertijd kunnen we ook nog eens reizen van Kochi naar Kanazawa bijvoorbeeld. Ik had als klap op de vuurpijl een plannetje om in het verslag van ons bezoek aan de matsuri, deze als uitbundige beweging op te voeren, dimensie vier: uitgelaten dansen op een roterende bol, die hier en daar zelf voor ‘uitspattingen’ zorgt. Zoveel dimensies echter blokkeerden mijn verdere schrijven totdat Kanazawa zelf de uitkomst bracht.
 
Onze gereserveerde lijnbus vertrok op de minuut precies van harimayabashi, vroeg, zo rond de klok van 6 uur ‘s morgens. Slaapstoel met veel beenruimte, alles schoon ,gratis drankje, toilet aan boord; de bus zelf een en al zacht verend komfort. Value for money, relatief snel tot aan het station Osaka. Aldaar na een uur op de Thunderbird [trein] gestapt en linea reta naar onze eindbestemming. Wel alles bij elkaar zo’n 9 uur reizen. Nog twee uur erbij en we hadden ergens in Europa kunnen landen. Wie beweert er toch regelmatig, dat Japan een klein land is?
 
Grote verrassing was de monumentale overkapping van het stationsplein, een intelligente konstruktie van glas en staal, fascinerend door de gebruikte techniek en de talloze hoeken van de konstruktie. Een gedurfde ‘installatie’, ongetwijfeld kostbaar, niet onmiddellijk ‘funktioneel’ [alleen de randen worden benut als bus instap plaats]. Misschien zelfs een jas, die een paar maten te groot is voor een provinciehoofdstad. De burgemeester brengt uitkomst door zijn uitleg van het officiele, onschuldige stadsfantasme, waar wel wat op valt af te dingen: “The city also takes pride in conducting innovative projects and aims at becoming a world city.” Het station zelf ligt verloren achter deze imponerende manifestatie van grandeur, die aan de stadszijde een de zwaartekracht tergende houten konstruktie in de vorm van een torii laat zien, een grote opening, die uitnodigt de glas omgeven mega-ruimte te betreden. We passeerden deze ambachtelijke mammoeth regelmatig op verschillende tijden van de dag en telkens weer werd het nieuwsgierige kind in ons geaktiveeerd.
 
We sliepen  -onbelangrijk-  in dormi inn, kennelijk een woordassociatie waarin ‘dormitory’ voor de inspiratie had gezorgd.
 
Een prachtig aangelegd stukje aarde is de Kenroku-en tuin, die algemeen wordt beschouwd als behorend tot Japan’s top drie. Er is geschiedenis zichtbaar bewaard gebleven: het immense kasteel, enkele straten in Nagamachi en Higashi- en Nishi Chayamachi, respektievelijk herinneringen aan samourai en geisha’s en niet te vergeten genoeg tempels.
 
De architektuur van het museum voor moderne kunst, rechthoeken binnen een grote cirkel, een soort kraal, neemt veel ruimte in beslag en is aangenaam te zien, groot maar niet groots. De kollektie is niet uitnodigend.
Het welkomstwoord van de ambtieuze burgemeester op de stadssite loopt wat achter “Fortunately, Kanazawa has never suffered a disaster,….”. Gelukkig dat ik een krant lees: “Earthquakes are a fact of life in Japan. In the past month alone, the country has been hit by a huge quake in Ishikawa Prefecture [….]” (J T 24 04 2007)
 
Op Wikitravel wordt de aanleiding van onze reis overtrokken beschreven als “Kanazawa is one of the overlooked jewels of Japanese tourism….” De burgemeester op eerder genoemde stadssite laat zich ook niet onbetuigd: Kanazawa, an old castle town facing the Sea of Japan, is the main city of the Hokuriku district, and our city has an unsurpassed, glorious history. The Maeda Family, holders of the largest domain in feudal Japan, governed this city for nearly three centuries.”
Wij zagen hoe dan ook uit naar het festival, de matsuri, de Hyakumangoku optocht op 2 Juni (2007). Ruim voor de aanvangstijd, 15.00 uur, verkenden we de route. De dag ervoor hadden mensen al plekken gereserveerd door folie op de grond te tapen. Een en ander zou bij het station beginnen en omdat we toch ruim op tijd waren, probeerden we telkens dichter bij het startpunt te komen. Meer mensen hadden kennelijk dezelfde idée. Bloedje heet; iedereen in opperbeste stemming. Dat beloofde wat. We installeerden ons 100 meter voor het station temidden van zeer velen en tal van televisie kamera’s. Nou ja, ‘installeren’….wij stonden een ruim uur in de scherpe zon, vergeefs verlangend naar iets om op te zitten, iets te drinken of een ijsje. Weliswaar een ware uitputtingsslag, maar hier waren we voor gekomen !
Uiteindelijk een opening met enkele grote taiko’s en vele [100 ? / 150 ?] kleine taiko’s, waarachter kinderen. Met open zintuigen en alle krediet wilden we ons overgeven aan ritmische cadansen. Kwamen wij niet uit Kochi, waar de zomerse matsuri drie lange dagen  -overdag en in de avondlijke uren-  door de stad zindert, de hitte trotserend, bruisend zonder weerga, energiek, onvermoeibaar en vol goede wil, luid, vreugdevol, een overweldigende onderdompeling door lachende, gepassioneerde dansers in fel gekleurde kleding ? Wij waren optimaal beschikbaar te genieten en ons te laten bezweren. Onze overgave richting taiko werd na tien minuten een nog welwillend luisteren met de achtergrond-conceptie, dat passie ook ruimte verdient om te groeien. Wij hadden onder de zinderende zon nog niet het vocabulair van later op de dag: dit was geen spontaan, maar overbeheerst en gepland en dood ritme, ritme zonder vonken, ritme zonder ritme.
Vervolgens verscheen het ene groepje na het andere, school X en school Y, dan weer saai groepje dit en melig groepje dat. Fletse kleding, fletse mensen en fletse kinderen, mat, tam en obligaat zwaaiend naar het publiek; de ene monotomie na de andere. Het publiek leed er niet onder; dat klapte telkens weer tevreden en vriendelijk.
De brandweer kwam, ook al uitgeblust. Zij hadden lange ladders van bamboe bij zich, waarvan ze er vier na enige tijd plichtmatig vertikaal opstelden, door vele mensenhanden in evenwicht gehouden. Bovenin de ladders deden enkele leden, waaronder 1 vrouw, licht acrobatische kunstjes, langzaam, lauw en tam; dan weer zus dan weer zo.
Een grote anti-climax.
Wij waren beland in een sprookje. Hoe heette dat ook alweer? Iedereen leek tevreden, maar wij waren het niet. Iedereen klapte; wij niet. Inderdaad: waren wij de enigen, die zagen, dat de keizer geen kleren droeg ? Onze grote, eerlijke belangstelling ebde tegen onze wil in weg en we besloten ons uit de mensenschare te begeven op zoek naar iets drinksbaars in een van de zijstraten.
Wij hadden ‘t wel gezien !
Een uur of zo later liepen we via zijstraten naar het gebied waar nog groepen op hun beurt stonden te wachten. Wederom futloos al voordat ze begonnen. Aldaar zagen we ook wat als hoogtepunt te boek stond, een beroemd lokaal acteur te paard, voorstellende Toshiie Meada, met een massa mannen in historische soldaten kledij: een en al lusteloosheid en monotomie.
Hier bewoog niets, behalve de staart van het paard.
Wij begrepen later, dat elk jaar de Kanazawa matsuri exakt op dezelfde manier herhaald wordt. Herakleitos gaf ons zijn beroemde en prachtige thesis: alles stroomt / alles is in beweging. Dat mag dan waar zijn, maar niet in Kanazawa !
 
Een dag later woonden wij ‘s avonds een Noh voorstelling bij in de openlucht naast het kasteel, gezeten op keurig georganiseerde groene plastic folie. Kinderen werden opgevoerd, die al-te-braaf hun teksten opdreunden en houterig de hun aangeleerde bewegingen uitvoerden; een verkrachtig van Noh als ouverture. Moet ik dat nog verder uitleggen? Er was geen spel, geen spanning, slechts kale, slechte imitatie, geen begrip voor en van de inhoud; vermoedelijk wel een [kleffe] satisfaktie voor ouders, maar dat zou niet als legitimatie mogen gelden. De volwassen Noh-opvoering was zonder kracht, had een zielloos ritme en demonstreerde slechts een oppervlakkige concentratie: een en al geplande middelmatigheid. Terzijde van het speelvlak, achter plastic schermen, kletsten onverschillige medewerkers luidruchtig dat het een lieve lust was, de gehele voorstelling lang; hun wachttijd doodden ze met hun suffe gezwam. Hier bewoog evenmin iets. Wonderlijk genoeg leek het publiek weer tevreden. Een kinderhand is gauw gevuld.
 
In Japan is het gebruikelijk hoorbaar welkom geheten te worden, wanneer men een winkel binnen gaat: IRASSHAIMASE . Niet in Kanazawa !
Vanzelfsprekend namen we regelmatig het initiatief om kontakt te leggen met deze of gene. In de regel lukt ons dat altijd wel, echter niet in Kanazawa. Hadden we soms lepra zonder het onszelf te realiseren ?
Wikitravel meldt: Kanazawa people pride themselves on being traditional and are very proud of their city. Even by Japanese standards they come across as very reserved [even snobby] and this can be quite a culture shock for more gregarious foreigners.”
Is Kanazawa trots op zijn trots ?
 
Dankzij zijn bewoners echter ben ik gered van mijn doldrieste voornemen een verhaal te konstrueren tot en met een vierde dimensie, een eer die ik de matsuri toebedeeld had. Gelukkig beweegt die niet, waarvoor mijn oprechte dank !
 
Wij hebben ons nochthans voortreffelijk geamuseerd, dat doen we meestal. Ook vonden wij een viertal voortreffelijke restaurants. Waar onder Osteria Albero en Le Mars, een Belgische keuken.

Na Kanazawa treinden we naar een buitengebied, Yamanaka [onsen], waar we de stadse kultuur enige dagen lang van ons afspoelden en onze dagen in ledigheid sleten door over mooie stukjes aarde te dolen.
Drie dimensies zijn voldoende. Die wetenschap voeg ik bij mijn ‘ongeschreven regels’.
 
Kochi, 11 Juli  2007.
 
BRONNEN
 
The Japan Times 2007
Maart 23                    Kanazawa, a treasure chest of tradition
                             Jeffry Tanenhaus
April 24                     Getting a handle on earthquakes
                             Jun Hongo
April 28                     Quake victims still need support
                             Editorial
Mei 13                      Volunteers plant rice at the Shiroyone Senmaida rice terrace
Mei 16                       Ladies from the Wakura and Wajima hot-spring resorts in Ishikawa Prefecture, which were hit hard by an earthquake in March, ask Prime Minister Shinzo Abe for more government support.
Juli 18                       Flagging quake resistance
                             Editorial
 
Wikitravel                   Kanazawa travel guide, een voortreffelijk initiatief !
 
Antoine de Saint-Exupery   de kleine prins
                             Uitgever Ad. Donker, Rotterdam, 1976.

Vorige            Volgende