De Ainu. Foto's Jean-Philippe Soulé - 1997 (kleur) en Pacific Rim Images (zwart / wit)

Ainu woman

Ainu man

Een wat intrigerend hoofdstuk in de geschiedenis van Japan vormen de AINU. De Ainu zijn een aparte bevolkingsgroep die nu nog voornamelijk wonen op het noordelijke eiland Hokkaido. Hun oorsprong is moeilijk te traceren daar zij geen geschreven bronnen hebben. Wel is bekend dat zij reeds zeer lang in Japan wonen en misschien wel langer dan de hedendaagse japanners. Er wordt aangenomen dat zij afstammelingen zijn van de EMISHI waarvan melding gemaakt wordt in de chronieken Kojiki en Nihon Shoki. Hun vroegere verspreidingsgebied was aanmerkelijk groter dan het huidige. Het westen heeft de Ainu pas laat in de 19de eeuw "ontdekt" en hebben dan ook onmiddellijk de aandacht getrokken vanwege hun distinctieve fysieke kenmerken ten opzichte van de Japanners. De Ainu kenmerken zich door een veel dikkere haargroei dan de Japanners en de mannen hebben een voor Aziatische types nogal forse baardgroei. De vrouwen van de Ainu werden tot op het einde van de 19de eeuw opvallend getatoeëerd rond de lippen. Er werden in de loop der jaren verschillende theorieën over hun oorsprong ontwikkeld. De Ainu zouden afkomstig zijn van de zuid-Mongoolse groep en nog vóór de Jomon periode naar Japan geëmigreerd zijn.

Tatood Ainu girls

Reeds vanaf de 5de eeuw zouden de Ainu langzaam noordwaarts verdreven zijn door de Yamato heersers. De Ainu cultuur kende zijn hoogtepunt in de 13de en 14de eeuw. Er worden in Japanse geschriften van de 15de en 16de eeuw meldingen gemaakt van een volk dat in het bergachtige noorden van Honshu leefde en dat stand hield temidden van de oorlogvoerende Japanse clans. Deze clans, de WAJIN, wat zoveel betekent als "Japanners die emigreerden van het zuiden naar Hokkaido", veroverden vanaf dan de traditionele leefgebieden van de Ainu. De Ainu verzetten zich wel tegen deze invasie (slag van Kosyamain in 1457, de slag van Syaksain in 1669 en de slag van Kunarisi-Menasi in 1789) doch moesten steeds het onderspit delven tegen de superieure Japanse krijgsmacht. Tijdens de Edo periode stelde de bakufu handelsregels op die de wajin bevoordeelden en de Ainu uitbuitten. Vermoedelijk assimileerde zich een gedeelte van de Ainu zich met de Japanners en vluchtte de rest meer en meer naar het noorden. Het was vooral na de slag van Kunarisi-Menasi dat de Ainu volledig onder Japanse controle kwamen te staan. In de Meiji periode bekwamen de Ainu met de "Hokkaido Ainu Beschermingswet" de status van "vroegere aboriginals", bedoeld om hun lot te verbeteren, doch de wet schoot zijn doel voorbij. De Ainu werden nog steeds sterk gediscrimineerd. Zij werden aangemoedigd om land te bebouwen, doch toen reeds was het merendeel van de landbouwgrond in handen van de wajin. Van dan af was het hen ook bij wet verboden om nog langer hun eeuwenoude culturele gebruiken te volgen. Zij werden in tegendeel verplicht om de Japanse zeden en gewoontes over te nemen. Daar de Ainu van dan af erkend werden als "vroegere aboriginals" bleef de tegenstelling met de etnische Japanners bestaan en werd discriminatie in de hand gewerkt. Ondertussen waren er zoveel immigranten op Hokkaido gearriveerd dat de Ainu er een minderheid vormden.

In hun taal betekent Ainu zoveel als "menselijk wezen". Alles wat voor hen nuttig is of die dingen die zij niet kunnen controleren zijn "kamuy" of goden. Het woord "Ainu" verwijst naar het tegengestelde van de goden. Hun levenswijze was in symbiose met de natuur; de traditionele Ainu levenswijze steunde op jagen, vissen en vruchten verzamelen. De Ainu zijn ook gekend als handelaars. Zij bedreven handel overzee. Zij aanbaden dieren als zijnde goden, in het bijzonder de beer.

Het ontbreken van geschreven bronnen over de geschiedenis van de Ainu wordt ten dele goedgemaakt door een systeem van orale bronnen dat bij de Ainu hoogtij vierde. Deze orale bronnen waren lange gedichten, YAKURA genaamd. Deze gedichten werden gereciteerd, of eerder gezongen, zoals in vele andere culturen het geval is, op een individuele melodie, eigen aan de verteller van het dorp. In de meeste gevallen was de yakura zanger een oudere man of vrouw, maar deze had hier zeker geen monopolie over daar iedereen in het dorp deze gedichten leerde. Sommigen waren beter in het citeren of konden ze beter onthouden, zodat deze personen als de officiële yakura zangers werden aangesteld. Ooit waren de yakura epische verhalen, waarvan men geloofde dat zij de stemmen van de goden waren die hiermee hun ceremonies beschreven. In de Ainu taal kan het woord yakura vertaald worden als "imiteren, nabootsen". De yakura werden altijd gereciteerd in de eerste persoon en eindigden steeds met de woorden "zo sprak de god".