Geografie. 

[Copyright Map of Japan 1995 Japan Window Project by Stanford University and NTT]

Ten westen van Japan liggen Korea en Siberië, met achter beide landen China. In het oosten grenst Japan aan de Stille Oceaan. Het meest noordelijke deel van Japan ligt op 45° NB; het meest zuidelijke punt ligt op iets hoger dan 25° NB. Dit maakt dat van noord naar zuid Japan een lengte bestrijkt van om en nabij 2200 km. Het meest noordelijke punt van Japan bevindt zich op dezelfde noorderbreedte als Oslo en de uiterste zuidelijke tip ligt op dezelfde breedtegraad als Madrid.

Geologish bestaat Japan uit een aaneengeschakelde keten van vulkanen, waarvan sommige nog altijd actief zijn. De hoogste top van Japan is de vulkaan FUJI, door de Japanners zelf Fujiyama genoemd, en meet 3776 m hoog. Vele Japanners beschouwen het als een heilige plicht om tenminste éénmaal in hun leven de Fuji (te voet) te beklimmen.

De Fuji berg

Japan bestaat uit ongeveer 3850 eilanden en eilandjes (sommige bronnen maken melding van meer dan 4000 eilanden), waarvan Honshu het grootst is. De totale oppervlakte ervan bedraagt ongeveer 375 000 km². Zowat 600 van deze eilanden zijn bewoond.

De 4 grootste eilanden zijn:

 Honshu. Op dit eiland liggen onder andere de steden Tōkyō, Kawasaki, Yokohama, Nagoya, Ōsaka, Kyōto, Kōbe en Hiroshima.

 Verder is er in het uiterste noorden Hokkaido met hierop de stad Sapporo,

 Ten zuiden van Hiroshima ligt het eiland Shikoku met de steden Matsuyama, Takamatsu, Takushima en Kochi,

 Nog verder naar het zuiden ligt het eiland Kyūshū, met als voornaamste steden Kitakyūshū, Fukuoka en Nagasaki.

Het klimaat wordt in sterke mate door de moesson beïnvloed, doch de invloed hiervan wordt door het bergachtige reliëf en de uitgestrektheid van het land dikwijls gewijzigd. De winters zijn nat en brengen vooral in het noordelijke deel veel sneeuw. Het klimaat van het noordelijkst gelegen eiland Hokkaido wordt door de Kurillen zeestroming (komende van de noordpool) nogal beïnvloed. Deze polaire zeestroming laat zich gelden tot iets ten noorden van Tōkyō. Japan kent, net zoals Europa, 4 seizoenen. Over het algemeen is het klimaat van de Japanse eilanden aangenaam gematigd. Dit ook omdat de oostkust tot aan Tōkyō en bijna de gehele westkust in de Zwarte Stroming, een warme zeestroming komende van de tropen, ligt. De zuidelijke eilanden hebben een subtropisch klimaat.

Slechts iets tussen 15 en 20% van de totale landoppervlakte is geschikt als landbouwgrond. Het grootste deel van Japan is bergachtig. Omdat landbouwgrond zo schaars is en zo goed als volledig moet dienen voor het telen van rijst, is de veeteelt in het verleden ook nooit verregaand ontwikkeld geweest. De basisvoedselketen bestond en bestaat dan ook uit rijst, groenten, vis en zeevruchten.

Er zijn in Japan weinig bevaarbare waterlopen van betekenis zodat binnenscheepvaart er vrij beperkt is. Dit is ooit wel anders geweest. Ten tijde van het laatste shōgunaat was Edo (het huidige Tōkyō) gekend als het "Venetiė van het oosten" wegens de vele kanalen die de stad doorkruisten en die druk bevaren werden.

Op Japan wonen ongeveer 123.5 miljoen mensen, waarvan 122 miljoen etnische Japanners zijn. Bij het begin van de Meiji periode (1867) waren er ongeveer 32 800 000 inwoners. De homogeniteit van de Japanners als een bevolkingsgroep is enorm, en dit zowel op het vlak van taal, cultuur, zeden en gewoontes.

De voertaal is het Japans en met enig andere taal komt men niet ver. De enigen die ietwat bevoordeligd zijn bij het communiceren met de Japanners, zijn de Chinezen en in mindere mate de Koreanen, die via de Chinese pictogrammen (het kanji) schriftelijk kunnen communiceren, zonder evenwel te verstaan wat er in het Japans gezegd wordt.

Op Japan worden hoofdzakelijk 3 godsdiensten beleden. Dit zijn:

  het shintōïsme

 het boeddhisme

 het confucianisme

Er zijn weinig beduidende minderheden die christen, moslim of animist zijn.