Geschiedenis: De keizer.

Op het eind van deze pagina vind je een overzicht van de meest voorkomende termen die gebruikt werden (worden) aan het Japanse keizerlijk hof. In dit overzicht zitten verwijzingen (links) naar andere paginas. Voor gemakkelijke navigatie is het misschien handig om de 'Back' of 'Vorige' knop te gebruiken. Dit brengt je dan precies terug naar de plaats in deze pagina waar je laatst was.

Steen-tuin - Tofukuji  (foto:© Frantisek Staud)

In tegenstelling tot China, waar in beginsel de keizer zich "onder" het goddelijk mandaat bevond, werd in Japan de keizer beschouwd als iemand die rechtsreeks contact had met de hemel. Hierbij kwam nog dat de Japanse keizer aan niemand rekenschap diende te geven. Enkel de shōgun en enkele lagere functionarisen (om niet duidelijk omschreven redenen) dienden rekenschap te geven voor zijn bestuursdaden, en dan nog enkel in tijden van crisis, zoals bv op het einde van het Tokugawa regime.
Vroeger werd de keizer meestal MIKADO (hoge poort) genoemd en zijn titel was TENNO (hemelse koning), wat nu het Japanse equivalent is van ons woord "keizer". De westerlingen gebruiken meestal het woord "mikado" en de Japanners "tenno"

Het symbool van de goddelijke authoriteit van de keizer was de chrysant, (kikukamonshō 菊花紋章) die regelmatig te zien was op militaire uitrustingen tot 1945.

De keizers waren en zijn gekend bij de naam (of namen) van hun regeerperiode. Zo is de huidige keizer (Akihito) gekend onder de naam van HEISEI en die van zijn vader (Hirohito) als SHOWA.
Een volledige lijst van alle keizers vindt men op de hiernavolgende paginas. Om technische redenen is deze lijst opgesplitst per periode. De verschillende tijdspannes per periode zijn gebaseerd op de regeringsjaren van de keizer en bakenen dus niet precies de historiche periodes af zoals die gewoonlijk gehanteerd worden. (kent iemand een methode om dit alles op één handelbare pagina te krijgen? Voor de harde kern onder jullie is de volledige lijst beschikbaar in een Excel spreadsheet. Aanvragen op boudewijn@nippon.com.es  

De legendarische periode (-660 tot 539).
De historische periode (539 tot 645).
De Yamato periode (645 tot 715).
De Nara periode (715 tot 781).
De Heian periode (781 tot 1185).
De Kamakura periode (1183 tot 1338).
De Nambokuchō periode (1338 tot 1587) en de Azuchi-Momoyama periode (1587 tot 1612).
De Edo periode (1612 tot 1867).
De moderne periode (1867 tot heden).

U kan het van deze lijsten afleiden dat er verscheidene vrouwen op voorkomen. In het verleden was het dus in tegenstelling tot nu niet ongebruikelijk dat er een vrouwelijke keizer was, zodat we er uit kunnen afleiden dat de 'Salische wet' toen niet (of niet steeds) van toepassing was. Ook vermeldt de lijst het geboortejaar van de keizers, zodat men hier kan zien dat deze dikwijls als kind reeds de troon bestegen. Het feit dat er dikwijls een kind op de troon zat was het gevolg van een welbewuste strategie; een machtspel waarbij de positie van de keizer gebruikt (misbruikt?) werd door derden om de feitelijke macht te kunnen uitoefenen.

Tijdens de Nara periode werd de geschiedenis van Japan op schrift gesteld. Dit werd niet gedaan vanuit een filantropische opstelling, om het geschiedkundigen in latere tijden gemakkelijker te maken. De feitelijke bedoeling van de  KOJIKI (Aantekeningen van Oude Zaken), geschreven in 712 en de NIHON SHOKI (Chronieken van Japan) uit 720, was om de macht van de keizer te verrechtvaardigen, om aan zijn mandaat een historische grondslag te geven. Om dit te kunnen "bewijzen" werd er menigmaal gerefereerd naar goddelijke interventies in de geschiedenis van Japan, die er de nadruk op legden dat de keizer rechtsreeks in verbinding stond met de goden, waardoor hijzelf een goddelijke status verkreeg. Eenmaal de positie van de keizer ten opzichte van de natie geconsolideerd was, kon de Fujiwara clan hiervan handig gebruik maken en de macht naar zich toe trekken. Dit werd bekomen door er voor te zorgen dat de keizer steeds huwde met iemand van de Fujiwara clan. Na verloop van tijd was heel de keizerlijke familie op een of andere manier verwant met de Fujiwara's. Wanneer een keizer te veel zijn persoonlijke stempel begon te drukken op het beleid, dan werd hij gedwongen om troonsafstand te doen ten voordele van zijn oudste zoon (die van de officiële eerste vrouw, een Fujiwara - de keizer had naast zijn officiële, eerste vrouw, ook nog tal van concubines). Die oudste zoon werd vanaf prille leeftijd (8 à 9 jaar) gehuwd met, jawel, iemand van de Fujiwara clan. Het was dus in feite de leider van de Fujiwara clan die de macht uitoefende en het land regeerde, terwijl voor de rest van de natie het de keizer was (met goddelijk mandaat) die absoluut heerser was. Dus zowel de keizer als de Fujiwara's stonden steeds uit de wind. Eenzelfde strategie werd later door de shōguns gedurende het Tokugawa tijdperk ook toegepast.

In Japan wordt vaak de keizerlijke jaartelling gehanteerd voor het aanduiden van een datum. Dit stelt dan het jaar van de regeerperiode van de keizer voor (vb Showa 0, Heisei 2 enz...)
De huidige keizer van Japan is Akihito, hij is de 125ste keizer van Japan en stamt (zo wordt beweerd) af van de eerste keizer, JIMMU. De regeerperiode van Akihito is gekend onder de naam Heisei, wat zoveel betekent als 'het bereiken van volledige vrede op aarde en in de hemelen'.
De eigennamen van de Japanse keizers bestaan gewoonlijk uit twee kanji tekens. Het achtervoegsel  "hito" komt van het kanji teken voor "welwillendheid". Het maakt sinds eeuwen deel uit van de namen van van Japanse keizers en senior keizerlijke prinsen (shinno). Het eerste van de twee kanji tekens stelt bepaalde ideëen, persoonlijke kwaliteiten of plaatsen voor:
Aki = helderheid, klaarheid
Hiro = adem, bevrijding
Tomo = vriendelijkheid
Nobu = waarheid
Zodat de letterlijke vertaling van de naam van de huidige keizer staat voor "helderheid en welwillendheid".
In de loop der eeuwen ontwikkelde zich aan het hof een eigen jargon (het vermijden van directe uitspraken en in plaats hiervan het gebruik van haaks hierop staande formuleringen, volgepropt met metaforen, het bewust scheppen van een "elegante verwarring", het in vraag stellen van de logische en gevoelsmatige gewaarwordingen, voorgewende paradoxen, het onrechtstreeks benaderen van een onderwerp en woordspelingen met dubbele betekenissen) dat soms zo sterk afweek van de taal die de modale Japanner sprak, dat het hen dikwijls onmogelijk was te verstaan wat in de 'hoftaal' gezegd werd. Wanneer keizer Hirohito op het einde van WO II de capitulatie van Japan aankondigde op de radio wisten de meeste Japanners niet precies wat de man eigenlijk zei.
De keizer en zijn hofhouding leefden strikt afgezonderd achter de muren van het keizerlijke paleis in Kyōto. Niemand, behalve zijn naaste familie, kreeg hem ooit te zien, want hij vertoonde zich nooit in het openbaar. Ook binnen de paleismuren werd hij consequent en volgens een mystiek en eeuwenoud protocol voor iedereen afgeschermd door een schare aan hofambtenaren, wier functie erfelijk was. De paleispoorten werden bewaakt door een krijgsheer (daimyō). Tijdens het laatste shōgunaat was dit bijna altijd de shōgun zelf. Op deze wijze kon de vorst die de poorten van het keizerlijke paleis bewaakte (de shōgun dus) beslissen wie in en uit het paleis ging, zodat hij hiermee kon bepalen wie toegang (en mogelijk invloed) kreeg tot de keizer. De keizer en zijn hofhouding hielden er op grond van historische gebruiken geen eigen leger op na, zodat zij voor bescherming volledig aangewezen waren op de bewakers van de poorten van het keizerlijke paleis. De inkomsten van de keizer werden hem verleend door de krijgsheer die de poorten bewaakte zodat dit hem afhankelijk maakte van de grillen van die krijgsheer.  

Hier volgt dan een lijst met veel voorkomende termen die betrekking hebben op het keizerlijk hof.

... no Miya vertaald als prins van ...
Daijo-sai Letterlijk het "Grote feest van de troonsbestijging"; het gedeelte van de ceremonie waar de keizer symbolisch een maal nuttigt samen met de Shinto zonnegoding Amaterasu.
daimyo een klasse van feodale heren die in grote mate onafhankelijk over hun domein heersten. Deze klasse werd in 1889 vervangen door een nieuwe adel, zoals voorzien in de grondwet.
dainagon senior raadgever in de daijōkan
Dajo Tennō Keizer op rust. Ere-rang, in het algemeen verleend aan afgetreden keizers en in sommige gevallen aan de vader van een regerende keizer of keizerin, zonder dat deze zelf ooit geregeerd had. De rang, die verleend werd door de shōgun (en na 1867 door de keizer), kon bij leven of postuum toegekend worden. Een voorbeeld van dit laatste is Prins Kan-in Sukehito (gestorven in 1792), de vader van keizer Kokaku, aan wie postuum de rang van Dajo Tennō, met de titel van Keiko Tennō werd toegekend in 1884.
Dajodan Staatsraad. Deze raad was het centrale uitvoerende en wetgevende orgaan van de regering tot het systeem van cabinetten werd ingevoerd in 1885.
danshaku Baron, in de 1889-1947 kazuko adel (zie ook Kazuko)
Denka Beleefde aanspreektitel, ongeveer het equivalent van "hoogheid".
Fujiwara zie Fujiwara
gaibetsu van vreemde afkomst
Genji zie Minamoto
Gosekke zie sekke
Han Een daimyō domein ten tijde van de Tokugawa bakufu.
Heiji no Ran of de Heiji Opstand. De burgeroorlog in de Heiji periode (1159) in dewelke Fujiwara no Nonoyori en Minamoto no Yoshitomo zonder succes een opstand leidden tegen de Taira.
Heishi zie Taira familie.
Hito De eigennamen van de Japanse keizers bestaan gewoonlijk uit twee kanji tekens. Het achtervoegsel  "hito" komt van het kanji teken voor "welwillendheid". Het maakt sinds eeuwen deel uit van de namen van van Japanse keizers en senior keizerlijke prinsen (shinno). Het eerste van de twee kanji tekens stelt bepaalde ideëen, persoonlijke kwaliteiten of plaatsen voor:
Aki = helderheid, klaarheid
Hiro = adem, bevrijding
Tomo = vriendelijkheid
Nobu = waarheid
Zodat de naam van de huidige keizer staat voor "helderheid en welwillendheid".
Hōgen no ran of de Hōgen opstand. De burgeroorlog in de Hōgen-periode (1156), begon als een strijd tussen the ex-keizer Sotoku (°1119 +1164, reg. 1124-1142) en zijn vader de ex-keizer Toba (°1103 +1156, reg. 1107-1124). Na de dood van de 76ste keizer Konoe (reg. 1141-1156), wilde zijn half-broer, de ex-keizer Sotoku, zijn eigen zoon, Shigehito Shinnō, op de troon plaatsen. Een andere ex-keizer, Toba, regelde echter dat weerom een andere zoon van hem, Masahito Shinnō, gekroond werd als de 77ste keizer Go-Shirakawa (°1127 +1192, reg. 1155-1159). Sutoku had de steun van de Minamoto clan. De rivaliserende clan, de Taira, steunden Go-Shirakawa en wonnen de oorlog. Shigehito werd verplicht om monnik te worden en de ex-keizer Sotoku werd verbannen naar Sanuki. Deze oorlog versterkte de macht van Taira no Kiyomori.
I Een rang aan het hof.
Jiyamiya Term die de broers van de regerende keizer aanduidt.
jo ō Prinses van keizerlijke afstamming. Deze titel wordt gedragen door vrouwelijke nakomelingen van een keizer in de mannelijke lijn, vanaf de derde generatie.
Kabane Erfelijke aristocratische titel van een uji, die zijn sociale status aanduidt ten opzichte van de andere uji en de koshitsu. Het gebruik om de titel van kabane toe te kennen werkte in twee richtingen. Vooreerst kenden keizers de titel van kabane toe aan al hun zonen en kleinzonen die niet in aanmerking kwamen voor de troonsopvolging. Zodoende degradeerden zij hen tot de niet-keizerlijke aristocratie. Dit werd gedaan om de omvang van de keizerlijke familie in te perken en zodoende ook het aantal potentiële troonsopvolgers. En ten tweede kon het toekennen van de titel van kabane een edele promoveren naar een hogere aristocratische rang.
Kakumara shōgunate (1192-1333) Dit was het eerste (erfelijke) shōgunaat in de Japanse geschiedenis en werd ingezet door Minamoto no Yoritomo (1147-1199). Na de Taira verslagen te hebben in 1192 vroeg Yoritomo aan keizer Go-Toba om hem de titel van "sei i tai shōgun" toe te kennen. Zijn zonen Minamoto no Yorie en Minamoto no Sanetomo volgden hem op als shōgun, maar de familie van zijn weduwe, Hōjo Misako, nam de feitelijke macht over. Van dan af leverde de Hōjo clan de regenten en controleerde als dusdanig de bakufu, terwijl Yoritomo's afstammelingen verder de titel van shōgun droegen. Het Kakamura shōgunaat controleerde nooit erg veel van het Japanse grondgebied en dit niettegenstaande de daimyō (zij die heersten over de provincies) trouw zwoeren aan de shōgun. De verhouding tussen het keizerlijk hof te Kyoto en de bakufu te Kamakura bleef altijd gespannen en getrouwen van de ex-keizer Go-Toba organiseerden in 1221 vruchteloos een rebellie tegen de Hōjo clan. In 1266 kwamen vertegenwoordigers van de Mongoolse keizer Kublai Khan naar Japan en eisten van Japan de onmiddelijke onderwerping aan de Mongoolse heerschappij. De Hōjo weigerden en stuurden de vertegenwoordigers onverrichterzake terug. Kublai Khan's vloot trachtte tweemaal vruchteloos Japan te onderwerpen na invallen in 1274 and 1281. Telkens werd het Mongoolse leger door de Japanners verdreven tijdens een opkomende taifoen. De Japanners zagen dit als een teken van God en verwezen er later naar als een "Goddelijke wind", oftewel kamikaze in het Japans (kami = god en kaze = wind). (Kamakura)
Kampaku (kanpuko) Kanselier (zie ook sesshō). Dit was de positie van senior regent of top adviseur voor de keizer van de Heian Periode tot aan het Meiji Herstel. Deze post, samen met die van sesshō was een erfelijke post voor de Fujiwara. Vanaf de dertiende eeuw werd de post verdeeld onder de go-sekke. Keizer Meiji (reg 1867-1912) schafte de post van kampaku af in 1872.
Kashikodokoro Dit was het heiligste van de drie schrijnen in het keizerlijk paleis (kyūchū sanden), dewelke de heilige spiegel bevatte, het symbool van Amaterasu.
Koku (kokku) Een rijstmaat, equivalent aan ongeveer 180 liter. Deze duidde een daimyō's inkomen en macht aan.
Kōkyo De hele oppervlakte van het keizerlijk paleis.
Kōreiden Eén van de drie schrijnen in het keizerlijk paleis. Dit schrijn is bedoeld voor de keizerlijke voorvaderen.
kotaigō Keizerin op rust. Letterlijke betekenis is de "keizer's moeder".
Kōtaishi Titel van de wetmatige troonsopvolger, meer algemeen vertaald als de "kroonprins". Letterlijke betekenis "de oudste zoon van de keizer" (zie ook Tōgū)
Kōtaison Kroonprins; oudste kleinzoon van de keizer.
Kō-tei De Japanse term voor buitenlandse monarchen (keizers, koningen, soevereine prinsen enz...)
Kōzuko De keizerlijke afstammelingen. De exclusieve term voor de naaste familieleden van de keizer en aanverwanten. De kōzuko bevatte alle afstammelingen van een keizer in de mannelijke lijn, hoe ver deze ook verwijderd mocht zijn, met uitzondering van de ō die onderdaan werden, hun nakomelingen en de afstammelingen van naishinnō en nyoō die huwden met onderdanen. Werd afgeschaft in 1947.In 1947 verloren 51 leden van 11 prinselijke huizen hun status van lid van de keizerlijke familie en zij werden onderdanen.
Kuge De pre-Meiji erfelijke aristocratie van het keizerlijk hof.
kunkō kazoku De edelen door verdienste.
Mikado Letterlijk "verheven poort". Een archaische en zelden gebruikte term voor de Japanse monarch (zie tennō)
Mikoto Een archïsche titel die gedragen werd door de zonen van de keizer bij zijn erkende bijvrouwen. De titel mikoto werd geleidelijk vervangen door ō en shinnō, howel keizer Meiji's drie oudste zonen (die allen op jonge leeftijd stierven) de titel droegen.
Minamoto of Genji zie Minamoto
miyake Keizerlijke aanverwante.
Miyasama Een keizerlijke prins of prinses. Een soort aanspreektitel equivalent aan "keizerlijke hoogheid"
Monzeki Een tempel die ooit een keizerlijke residentie was of de residentie van de hoofd- priester of priesteres in de tempel.
Beweging voor de vereniging van hof en bakufu (Movement for the Union of Court and Bakufu) Dit was een uitgebreid complot, uitgewerkt door de senior raadgevers van de shōgun, de rōjū, zijnde Nobumasa Andō en Hirochika Kuze, om het Tokugawa shōgunaat te versterken door het van dichtbij te betrekken bij het keizerlijk hof. Een gedeelte van het plan bestond er in dat Nobumasa en Hirochika keizer Komei verplichtten om toe te staan dat zijn zuster, prinses Kazu, zou huwen met de shōgun Tokugawa Ieomichi (°1846 +1866) in maart 1862, op 16 jarige leeftijd dus (Ieomichi was al shogun vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Dit historisch feit werd verwerkt in de roman 'Gai Jin' van de schrijver James Calvell. Het boek vermeldt echter het resultaat van dit huwelijk niet. Wij vermelden dit wel. Lees verder). Het huwelijk vond plaats doch had niet het gewenste politieke effect en anti-bakufu partisanen (de zogeheten shishi) trachtten Nobumasa te vermoorden. Toen Iemochi stierf in 1866 werd prinses Kazu een boeddhistische non. Het gemaakte huwelijk versnelde de val van de Tokugawa bakufu.
No-miya Oorspronkelijk was dit een achtervoegsel dat een keizerlijke residentie of tempel aanduidde, zoals het  Katsura-no-miya complex in Kyoto. Na verloop van tijd wijzigde de betekenis van "no-miya" en verwees ernaar dat iemand lid was van de kōzuko of de koshitsu. Wordt gewoonlijk vertaald als "prins/prinses van..." of gewoonweg "prins/prinses..."
Nyōgo Een keizerlijke dame. In de pre-Meiji periode was een nyōgo een keizerlijke bijvrouw die formeel lager in rang was dan de kogō, maar in de praktijk er aan gelijkgesteld werd.
Ō Een titel gedragen door de zonen van de keizer tot of behalve als zij de titel van shinnō verkregen door een keizerlijk edict.
ō hi Echtgenote van een ō.
Ōji Titel gedragen door de zonen van de keizer die hij had bij zijn erkende bijvrouwen, vanaf de regering van de legendarische 15de keizer Ōjin. Deze titel werd geleidelijk aan vervangen door ō en shinnō.
Ōke Een tak van de keizerlijke familie met de erfelijke rang van ō.
Ritsuryō Een geheel van strafrechterlijke en administratieve wetten van eind 7de en begin 8ste eeuw.
Sadaijin De minister van links; een hoge positie in de daijōkin. De minister van links, samen met die van rechts vormden de twee hoogste posten binnen de regering. Zij waren belast met allerhande administratieve zaken zoals dat ook in China gebruikelijk was. De minister van rechts had minder macht dan die van rechts, doch beiden hadden dezelfde rang aan het hof. De termen 'links' en 'rechts' refereren nar de plaats waar zij gezeten waren ten opzichte van de keizer aan het Chinese hof. (zie ook udaijin).
Sekke (Seeke) De vijf adelijke families van Fujiwara afkomst: Konoe, Kujō, Ichijō, Nijō, en Takatsukasa en die de sesshō (regent) of kanpuko (kanselier) leverden, tot het afschaffen van deze posten onder keizer Meiji. Tot aan het huwelijk van de toenmalige kroonprins Hirohito met prinses Kuni Nagako (Kuni-no-miya Nagako Nyoō) in januari 1924, kwamen de belangrijkste echtgenotes van keizers en kroonprinsen steeds van de Seeke.
Sesshō De regent, het bureau van de regent. (zie ook kampaku)
shinbetsu Goddelijke afstamming. Families van wie gezegd wordt of die beweren dat hun voorouders goden waren in de mythologische tijden, zoals de keizerlijke familie (stammen af van de godin Amaterasu, de zonnegodin) en de Fujiwara (stammen af van Ame no koyane no mikoto, een belangrijke godheid).
Shinki Het zwaard, de spiegel en het juweel. De drie symbolen van de keizerlijke authoriteit en die volgens de shinto mythologie door de zonnegodin Amaterasu gegeven werden aan haar kleinzoon, de eerste keizer Jimmu.
Shinnō Een keizerlijke prins.
Shinnō Senge Een keizerlijk decreet dat aan een prins de titel van shinnō toekende in de pre-Meiji periode.
Shinnō hi De echtgenote van een shinnō.
Shinnōke Een aan de keizerlijke familie verwante tak met de erfelijke titel van shinnō.
Shōgun Dit was de militaire heerser en hij stond aan het hoofd van de bakufu. Het woord shōgun is een afkorting van "sei i tai shōgun" of "grote barbaren onderwerpende generalissimo". In oorsprong werd de titel toegekend aan de militaire afgevaardigde van de keizer. Na het verslaan van de Taira in 1192 vroeg en verkreeg Minamoto no Yoritomo (1146-1199) van keizer Go-Shirakawa de levenslange benoeming van shōgun. De shōgun was de de-facto militaire heerser van Japan.
Shōgun Senge Een keizerlijk decreet dat de titel van shōgun toekende aan de door de bakufu voorgestelde persoon.
Tai Kotaigō De "grote ex-keizerin", letterlijk de grootmoeder van de keizer.
Taika hervorming zie Taika
Taira (ook Heishi) zie Taira
Tennō Titel van de regerende Japanse monarch (mannelijk of vrouwelijk). De term die letterlijk wil zeggen "hemelse vorst" dateert van de zesde of zevende eeuw. Sinds Japan toegankelijk werd voor andere naties in de 19de eeuw werd het woord tennō gewoonlijk vertaald als "keizer" (zie ook tenshi en mikado)
Tennō Heika Zijne keizerlijke hoogheid de keizer van Japan.
Tennōsei Het keizerlijke systeem.
Tenshi Een alternatieve benaming voor de regerende Japanse monarch (mannelijk of vrouwelijk). Letterlijke betekenis is "hemelse zoon". (zie ook tennō and mikado).
Tōgū Een archaïsche term voor de kroonprins.
Tōgū-gosho Het paleis van de kroonprins.
Tokugawa Familie (Tokugawawashi) zie Tokugawa
tonosama Hoogheid, zijne hoogheid
udaijin De minister van rechts in de daijōkan. (zie ook sadaijin).