Kodai of oude tijd (30000 vc - 1192)

De NARA periode (710 tot 794)

De hoofdstad HEIJŌ-KYŌ (het huidige NARA) wordt gesticht. De stad wordt helemaal nieuw gebouwd naar Chinees voorbeeld. Dit geeft goed de invloed van China op Japan in die tijd weer. De KOJIKI (Aantekeningen van Oude Zaken) in 712 en de NIHON SHOKI (Chronieken van Japan) in 720 worden geschreven. Deze periode kan gezien worden als de eerste culturele opbloei in Japan. Er ontstaat een beambten- en krijgsadel, de KUGE en de BUKE. Het boeddhisme wordt gepropageert door het hof en verbreidt zich over de hele natie.

Bij de aanvang van de Nara periode is de keizerlijkke macht op zijn sterkst. Deze macht wordt echter stilaan ondermijnd door de komst van de SHŌGUN.

Rond 720 wordt door de keizer de eerste shōgun benoemd (voluit: "SEI-I TAI-SHŌGUN; of de "barbaren verdrijvende generaal"). Deze titel geeft de houder ervan onbeperkte militaire macht en was ingesteld om de etnische autochtone volksstammen die in die dagen nog grote delen van Japan bewoonden, te verdrijven. Deze volkeren waren vermoedelijk verwant met de Ainu. Daar de shōguns grote (militaire) macht toebedeeld kreeg, trokken zij tegelijk een groot deel van de wereldlijke macht die aan de keizer toekwam, naar zich toe. De allereerste persoon die de titel van shōgun droeg was keizer Keiko (ergens tussen het jaar 280 en 316 nc).