|
Chusei of middentijd (1192 - 1600) De periode van de OORLOGVOERENDE STATEN of SENGOKU JIDAI (1467 tot 1567). Dit
is een periode van bijna constante burgeroorlog en algemene chaos en is
een van de meest turbulente periodes uit Japan's geschiedenis. Het
gezag en prestige van zowel de shōgun als de keizer tanen vanaf de ONIN
oorlog (1467 - 1477). Bij de aanvang van deze periode komt de staat
dicht bij de ineenstorting te staan terwijl ook nog georganiseerde
zeeroversbenden het land plunderen.
Hoe kon het gebeuren dat de hele natie in een 100-jaar durende burgeroorlog werd meegesleept? De aanzet hiertoe kwam er na de ONIN oorlog. De redenen waarom deze oorlog startte zijn ietwat gecompliceerd. Men kan dit echter herleiden tot 3 oorzaken: Yasaburo (diegene die de oorlog begon) sterft in de strijd, doch zijn opvolger MASANAGA HATAYAMA zet de strijd van zijn voorganger verder en verslaat Yoshiyoshi. Masanaga wordt hoofd van de Hatayama clan in 1460 en wordt "kanrei" benoemd in 1464. Er waren meerdere van zulke geschillen binnen verschillende van de machtige clans en het shōgunaat meende zich steeds te moeten mengen in deze geschillen. Yoshiyoshi Hatayama, de verslagene in de strijd voor de titel van
kanrei (herinner je de eerste oorzaak), vroeg hulp aan Sozen Yamana in
1466. Zowel Sozen als Tomiko Hino (de echtgenote van de shōgun)
trachtten shōgun Yoshimasa te beïnvloeden ten voordele van Yoshiyoshi.
Dit miste zijn doel niet en de shōgun declareerde op 6 januari 1467 dat
Masanaga Hatayama onrechtmatig hoofd van de Hatayama clan was.
Natuurlijk zinde dit Masanaga niet want hij zou hierdoor ook zijn post
als kanrei verliezen, en hij en zijn aanhanger Katsumoto Hosokawa
voelden zich in het kruis gegrepen. Samen brachten zij een leger op de
been. De shōgun van zijn kant vaardigde een verbod uit, gericht aan
alle daimyō, welk inhield dat het voor hen niet toegelaten was om
onderling strijd te voeren. Katsumoto gaf hieraan gehoor en Masanaga
trok alleen (met zijn leger weliswaar) ten strijde tegen Yoshiyoshi.
Masanaga werd verslagen door Yoshiyoshi en hij vluchtte naar Kyōto. Met
deze veldslag echter ontkedende Masanaga een oorlog, de ONIN
oorlog, die 10 jaar zou duren. De reden hiervoor was dat Masanaga, door
toch de strijd aan te gaan met Yoshiyoshi, een rechtstreeks bevel van
de shōgun naast zich neergelegd had en de shōgun was niet bij machte om
hier krachtig tegen te reageren. Dit ondermijnde het gezag van de
shōgun in belangrijke mate. Nu de andere daimyō gezien hadden dat er
een mogelijkheid bestond om, ondanks het verbod van de shōgun om elkaar
te bekampen, dit toch ongestraft kon geschieden, waren de immer
strijdlustige daimyō niet meer te stuiten. Vele sluimerende conflicten
laaiden nu plots tegelijk op.
Katsumoto trok nu ook ten strijde en op 20 mei 1467 nam zijn leger de HANA-NO-GOSHO, de dagresidentie van de shōgun in, waarbij deze in handen viel van Katsumoto. Onder druk van Katsumoto moest de shōgun in het openbaar aankondigen dat het leger van de Hosokawa clan trouw was aan hem en dat de Yamana clan de opstandelingen waren. Deze mededeling van de shōgun kwam hard aan bij het leger van Yamana. Hierdoor kreeg Katsumoto, die in strijd was met Yamana, de overhand in deze strijd tot juli 1467. Het is toen dat een andere en machtige daimyō, MASAHIRO OUCHI naar Kyōto snelt en Yoshihisa (de zoon van Yosimasa -8ste shōgun- en Tomiko Hino) ter hulp komt. Masahiro redt Yoshihisa en hij verklaart dat hij (Yoshihisa) de nieuwe shōgun is, de 9de van de Ashikaga dynastie. Yoshihisa was toen 4 jaar oud, maar shōgun werd hij toen nog niet. De oorlog kwam tijdelijk tot stilstand bij Kyōto. Dit betekende echter niet het einde van de ongeregeldheden, eerder het begin van een periode waarin het land in rep en roer zal staan. Er zouden in de volgende 100 jaar nog vele conflicten worden uitgevochten. Katsumoto Hosukawa en Sozen Yamana stierven in 1473 (het jaar waarin Yoshihisa dan uiteindelijk toch shōgun wordt; hij is dan 8 jaar oud en de Onin oorlog zal nog 4 jaar duren). De oorlog tussen beide clans, de Onin oorlog dus, ging echter onverminderd verder, tot 1477. Toen werd door de Hosokawa en de Yamana clans eindelijk een wapenstilstand gesloten in Kyōto. Toen echter waren er reeds in het hele land zoveel conflicten gaande dat er geen einde in zicht kwam. De macht van de shōgun was na de Onin oorlog zodanig getaand dat iedere daimyō trachtte door strijd, moord en intrige zoveel mogelijk van het grondgebied van zijn buren in te palmen, met als uiteindelijk doel zich zo sterk te kunen profileren opdat de weg naar het shōgubnaat voor hen zou openliggen. Niemand slaagde er echter in om op korte termijn een strategisch overwicht te behalen op zijn rivalen. Een lange periode van voortdurend oorlogvoeren was begonnen. Wie genoeg macht vergaarde trachtte Kyōto in te palmen en wie daarin slaagde werd de nieuwe shōgun. Daar in deze periode de waarden van de samurai, de bushido, ook aangetast waren, was het niet uitzonderlijk dat een veldheer tegen zijn daimyō in opstand kwam en hem elimineerde om dan zelf zijn plaats in te nemen. Niemand was voor niemand nog veilig. De oude samurai tradities van trouw, eerlijkheid en dienstbaarheid waren dikwijls dode letter. Het feit dat een lagere in rang het tegen een hogere (durfde) opnemen wordt omschreven als GEKOKUJU. Dit betekent letterlijk "iemand van een lagere stand verslaat iemand van een hogere stand". Vele daimyō werden verraden door één van hun eigen mensen en de verraders werden op hun beurt ook verraden. Drie mannen zullen vanaf nu het verdere verloop van de geschiedenis van Japan bepalen. ODA NOBUNAGA In het midden van de 16de eeuw komt bijna vanuit het niets, stilaan de figuur van Oda Nobunaga op de voorgrond. Oda was een sterke persoonlijkheid, een genie op het slagveld en een briljant strateeg. Hij wist door strijd te voeren en verbintenissen aan te gaan met andere daimyō bijna het hele land onder zijn gezag te brengen. Oda wilde geen shōgun worden daar hij sterk genoeg was om zonder de hulp of steun van de keizer het land onder zijn gezag te krijgen. Oda's opgang werd echter gestuit toen hij, wegens verraad door een van zijn volgelingen, MITSUHIDE AKECHI, in 1582 door twee van zijn generaals in de Honnoji tempel werd vermoord. Oda had echter een kentering teweeggebracht en wist een halt toe te roepen aan de steeds verder escalerende oorlogen. HIDEYOSHI TOYOTOMI Oda had ook twee uitstekende opvolgers. Zijn eerste opvolger was HIDEYOSHI TOYOTOMI. Hideyoshi was een dakloze boerenzoon en zou Oda's werk verderzetten. Hideyoshi had geen familienaam toen hij in dienst trad van Oda en het was pas tegen het eind van zijn leven dat hij de familienaam Toyotomi (= overvloedige voorziener) zou aannemen. Hij zou er in slagen om heel Japan te verenigen onder één gezag. Hideyoshi echter kon geen shōgun worden omwille van zijn lage afkomst. Hideyoshi besefte dat het feit dat iemand vanuit het niets kon opklimmen tot leider van de natie een gevaar voor de stabiliteit van zijn en de toekomende regeringen kon vormen. Het was niet uit te sluiten dat er weer iemand vanuit de obscuriteit zou opstijgen naar de hoogste niveaus van het gezag, zoals hijzelf en zijn voorganger Oda gedaan hadden. Hij was het dan ook die door het uitvaardigen van wetten het klassesysteem institutionaliseerde. "Sociale mobiliteit" werd zo goed als onmogelijk gemaakt. Iemands sociale status werd permanent voor hem en zijn nakomelingen. In het bijzonder maakte hij van de samurai (= dienaars) een aparte klasse en verbood hij het dragen van wapens of wapenrustingen door eenieder die niet tot deze klasse behoorde. IEYASU TOKUGAWA De man die na Hideyoshi aan de macht kwam was IEYASU TOKUGAWA, werd wél shōgun vanaf 1603. Dit is het einde van de periode van de oorlogvoerende staten en het begin van het Tokugawa shōgunaat. Een 250 jaar lange periode van duurzame vrede. Dat Ieyasu wel shōgun werd had alles te maken met rechtstreeks gezag over het leger. De post van kanpaku zoals Ieyasu's voorganger Hideyoshi bekleedde, een rang net onder de keizer, kon Ieyasu niet bekoren, daar deze functie veeleer symbolisch was en de drager van deze titel geen feitelijke zeggenschap had over het leger. Ieyasu moest dus wel shōgun worden wilde hij de leider worden van alle bushi. Ieyasu was een meester tacticus en bezat de uitzonderlijke gave dat hij ver vooruit in de toekomst kon denken. Een van zijn eerste verwezenlijkingen die hij ten uitvoer bracht was de bouw van zijn kasteel te Edo. Deze locatie was met opzet gekozen. Eerst en vooral omdat het ver weg was van Kyotō, dus ook ver weg van de keizer (reizen naar Kyotō zouden in de toekomst streng gereglementeerd worden en gecontroleerd door het shōgunaat) en daarenboven was de kost om dit kasteel te bouwen nogal hoog, zodat hij dit als argument kon gebruiken om de daimyō financieel meer te belasten. Dit laatste kwam goed uit om de financiële slagkracht van de daimyō in te perken zodat zij minder kapitaal ter beschikking hadden voor het (be)houden van een leger. Kort nadat hij shōgun werd trad Ieyasu af ten voordele van zijn zoon HIDEYE TOKUGAWA. Dit gaf Ieyasu de handen vrij om zijn plannen ten uitvoer te brengen. Zijn zoon werd opgezadeld met alle plichtplegingen die de titel van shōgun met zich meebracht terwijl Ieyasu (met zeer strakke hand) het land leidde. Het was trouwens Ieyasu zelf die in 1615 de slag van Osaka leidde, terwijl zijn zoon toen al verscheidene jaren shōgun was. De periode vanaf Oda Nobunaga's opkomst tot het begin van de Tokugawa periode wordt ook wel de AZUCHI MOMOYAMA periode genoemd en het is in deze periode dat de cultuur in het land stilaan weerom opbloeit. Al het voorgaande is, hoe desastreus het er ook mag uitzien, echter niet eenduidig negatief voor de ontwikkeling van Japan. Om de oorlogsmachine al die jaren gaande te houden was het nodig dat er meer en beter werd geproduceerd. De daimyō verorderden daarom het aanleggen van nieuwe rijstvelden (rijst was nog steeds de maatstaf van iemands rijkdom), de irrigatiemethodes werden verbeterd, nieuwe mijnen werden ontgonnen en een schare van handelaars maakte opgang om de goederen te slijten aan de legers. Men ontdekte ook een nieuwe methode om beter en zuiverder staal te produceren. Het resultaat van dat alles was dat het BNP van het land steil omhoog ging. Terug naar Hideyoshi Toyotomi. Deze stierf in 1598 en zijn jonge zoon Hideyori werd, naar het testament van zijn vader, zijn opvolger. Het hoofd van de Toyotomi administratie, MITSUNARI ISHIDA was loyaal aan dit testament. Iemand anders uit de rangen van het Toyotomi gevolg was dit echter niet. Zijn naam was IEYASU TOKUGAWA. Na Hideyoshi's dood ontstond er onenigheid tussen de bureaucraten van Mitsunari en enkele krijgsheren. Ieyasu zag zijn kans schoon en verzamelde de ontervreden krijgsheren onder zijn bevel. Het conflict zou zijn hoogtepunt kennen bij de SLAG VAN SEKIGAHARA in 1600, waar Mitsunari's leger het zou opnemen tegen Ieyasu's leger. Het leger van Mitsunari was groter in aantal dan dat van Ieyasu. Het zag er naar uit dat Mitsunari de slag zou winnen. Ieyasu echter had enkele belangrijke daimyō in Mitsunari's leger omgekocht, en wanneer dezen het bevel kregen om in de aanval te gaan werd dit niet opgevolgd. Dit liet toe dat Ieyasu de slag naar zijn hand kon zetten en hij behaalde de overwinning. Mitsunari werd gevangen genomen en terechtgesteld als een oorlogsmisdadiger. Alle daimyō zouden vanaf deze slag Ieyasu volgen. Alle daimyō, behalve Hideyori en enkele van zijn aanhangers. In 1603 werd Ieyasu Tokugawa shōgun, en zijn nazaten bleven dit tot 1867. Dit is het Tokugawa shōgunaat, ook de Edo periode genoemd, omdat Ieyasu zijn administratie in Edo (het huidige Tōkyō) vestigde. Was dit alles nu allemaal zo belangrijk? Voor U en ik en het verloop van de geschiedenis in West-Europa waarschijnlijk niet. Voor de modale Japanner was dit echter één van de moeilijkste periodes om in te (over)leven. Wie daimyō was moest dit trachten te blijven. De hele economie draaide om rijst, dus het bezit van landbouwgrond was voor de heer van essentieel belang. De intriges op het hoogste niveau maakten de levensverwachting van veel daimyō soms heel erg somber. Moord op een daimyō (door onder andere ninja's) was niet ongewoon. De legeraanvoerders moesten zien dat de conflicten voor de daimyō gunstig beslecht werden. Lukte dit niet dan kon er wel eens een vroegtijdig einde komen aan hun carriere, zoniet aan hun leven. De soldaten, voetvolk en samurai, konden haast niet anders dan gehoorzamen aan de bevelen van hogerhand. Dit was letterlijk hun leven. Macht was (net als in dezelfde periode in West-Europpa trouwens) gebaseerd op kracht, vechtkunst, lef, intelligentie en afkomst. Zelfs voor wie ambitieus was was het vrij moeilijk om hogerop te komen, al zijn hierop (gelukkig) uitzonderingen te noteren. De boeren waren volledig afhankelijk van de willekeur van de heren. Bij een slechte oogst was er niet alleen hongersnood, doch ook de toorn van de heer te vrezen. Standrechtelijke executies waren niet uit de lucht. Conflicten waren in die periode haast geïnstitutionaliseerd. Om de haverklap was er ergens een veldslag, waarin velen het leven lieten. Er was in deze maatschappij geen plaats voor zwakken of andersdenkenden. Wis en zeker een hard bestaan; strijd leveren om te overleven, zowel op het slagveld als op de landbouwgrond. Dit waren harde tijden. Na 100 jaar chaos werd het tijd dat het land tot rust kwam. Enkele grote namen uit de Japanse geschiedenis (Oda Nobunaga, Hideyoshi Toyotomi en Ieyasu Tokugawa) hebben dit einde 16de eeuw goed begrepen. Met hen gaat Japan een nieuwe periode van langdurige vrede tegemoet. Het begin van de Edo periode of het Tokugawa shōgunaat.
|